Plus

Fotoboek toont de échte longen van de wereld - en ook die worden bedreigd

Niet de Amazone of het Afrikaanse oerwoud, maar de taiga op het noordelijk halfrond is de grootste strook bos ter wereld. Een fototentoonstelling in Den Haag toont de verhalen van dit tamelijk onbekende gebied.

Eenzame granny pine in Schotland. Beeld Jeroen Toirkens
Eenzame granny pine in Schotland.Beeld Jeroen Toirkens

Er bestaat zoiets als ‘boomblindheid’. Het komt voor na langdurig verblijf in dicht begroeid bos, vooral tropische regenwouden zijn berucht. Na een paar dagen daarin rondlopen lossen de stammen, takken, lianen en ondergroei in elkaar op. Je ziet door het bos de bomen niet meer en voelt je omhuld door een amorfe, groene cocon.

De premisse van Borealis – Life in the Woods doet vrezen voor boomblindheid. De tentoonstelling in het Fotomuseum in Den Haag is het resultaat van acht reizen die fotograaf Jeroen Toirkens en journalist Jelle Brandt Corstius in de afgelopen vier jaar maakten naar bossen in de boreale zone. Die cirkel van voornamelijk naaldbossen strekt zich uit over de noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Ze staat lokaal ook wel bekend als Great Northern Forest of taiga en is goed voor dertig procent van alle bomen ter wereld. Als vegetatiezone is ze groter dan het regenwoud in de Amazone – ook wel ‘de longen van de wereld’ genoemd – of het oerwoud in centraal-Afrika. Heel veel bomen dus. Dat het toch geen groene brij wordt, of erger: een mooieplaatjesparade, is de verdienste van Toirkens en het tentoonstellingsontwerp.

Boom van de dag

Tijdens de reizen koos de fotograaf telkens een ‘boom van de dag’. Nummer 41 steekt zijn kale takken hemelwaarts alsof hij het gele slierten Noorderlicht wil aanraken. Nummer 13 is half ontworteld maar groeit moedig verder. En er is zelfs een dagfavoriet die bij de enkels is afgesneden; de overgebleven stomp doet dienst als sokkel voor een metalen kist met meetapparatuur. Al deze bomen zijn typen, je zou ze zelfs individuen kunnen noemen. Dat geldt zeker als je iets meer weet over hun achtergrond, die is vastgelegd door Brandt Corstius. Zoals de den die de grens tussen Noorwegen en Finland markeert: ietwat schriel, maar ook de eenzame bewaker van een grens die bijna niemand ooit passeert.

De eerste zaal is met een wand in de lengte in tweeën gedeeld. Daardoor kom je de tentoonstelling binnen via een soort gang waarin je dicht op de veelal kleine foto’s staat. Het is een beetje zoals Toirkens zich tot de bomen verhoudt. Hij werkt zonder extreme groothoeklens of andere kunstgrepen. Als hij een boom ten voeten uit wil portretteren moet hij naar achteren, en dat kan vaak maar in beperkte mate. Daarom zijn in dit eerste deel vooral veel close-ups. Vooral de hysterische kleurenpracht van bladeren in het najaarsbos van Alaska is indrukwekkend, maar de rimpelbast in een stam vol tournures voelt onverwacht intiem.

De hoek om en richting de tweede zaal opent het zicht zich. Hier hangen grote foto’s van geaccidenteerde panorama’s, wijds en majestueus zoals Ansel Adams, de beroemdste natuurfotograaf van de 20ste eeuw, ze maakte in de nationale parken van de VS. Je gaat in één klap van bomen naar bos. Of beter gezegd: naar boslandschap.

Rol voor het klimaat

Omdat de bomen en het bos in de tentoonstelling niet in elkaar oplossen, is het mogelijk je als kijker te verdiepen in de locaties waar ze staan. Zo is een proefopstelling te zien op het Japanse eiland Hokkaido, waar wetenschappers gedurende negen jaar de bodem kunstmatig vier graden hebben opgewarmd om te onderzoeken wat dat betekent voor CO2-uitstoot. De bossen op het voorouderlijk land van de Canadese Cree-indianen zijn de afgelopen 25 jaar voor bijna 90 procent weggekapt. En dat gebeurt op meer plekken, want ondanks de belangrijke klimatologische rol die de boreale bossen spelen is slechts 12 procent aangemerkt als beschermd natuurgebied. Vooral in Rusland, waar Toirkens en Brandt Corstius op bezoek gaan bij een houthakker die zo verzot is op zijn omgeving dat hij zelfs bosbehang in zijn slaapkamer heeft, worden bossen op grote schaal ‘geoogst’.

Zo gaat Life in the Woods toch weer meer over mensen die leven van en met bomen dan over de bomen zelf. De dramatische Siberische bosbranden van 2019, toen 3,3 miljoen hectare taiga in vlammen op ging, komen in beeld vanuit de blushelikopter die weinig kan uitrichten. In Noorwegen legt Toirkens in grofkorrelige nachtfoto’s vast hoe militaire leren overleven met behulp van takken en bladeren. En in Schotland bezoekt het tweetal Trees for Life, dat de oude beplanting wil terugbrengen. Na eeuwenlange roofbouw zijn enkel nog granny pines over: eenzame, bejaarde dennen.

De meer journalistieke foto’s waar mensen op staan, zijn doorgaans kleiner van formaat en meestal geschoten in zwart-wit. Zodra wordt overgeschakeld op kleur zit je meteen dichter op de realiteit, alsof je met Toirkens en Brandt Corstius tussen de flora staat. Ze komen allebei ook even in beeld. De fotograaf als hij naakt een meertje induikt. De schrijver starend uit het raam, naar het Noord-Amerikaanse bos dat zo ondoordringbaar is dat de maximum actieradius 500 meter bedraagt. Hun bescheiden verschijning getuigt van ontzag. Zij kennen hun plaats in het grotere plaatje van de natuur.

Borealis – Life in the Woods: t/m 3 oktober in Fotomuseum Den Haag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden