PlusBoekrecensie

Fonkelproza over een virus, nog veel besmettelijker en vernietigender dan corona

Sarah Hall (1974) begon aan haar zesde roman tijdens de eerste Britse lockdown. En, nee, dat in Het atelier een pandemie een centrale rol speelt, is geen toeval.

Dirk Jan Arensman
Edith Harkness bereidt zich in haar afgelegen woon-werkplek, een voormalig pakhuis, voor op haar naderende dood. Beeld Getty Images
Edith Harkness bereidt zich in haar afgelegen woon-werkplek, een voormalig pakhuis, voor op haar naderende dood.Beeld Getty Images

Het atelier is niet zoiets saais en eenduidigs als covidproza. Wat het wel is: een uitdagend episodisch geheel dat doet denken aan de titel van een verzamelbundel die de schrijfster ooit samenstelde, Sex and Death: Stories (2016).

Vertelster is de 59-jarige kunstenares Edith Harkness, die zich in haar afgelegen woon-werkplek, het voormalige pakhuis Burntcoat, voorbereidt op haar naderende dood én net een laatste installatie heeft voltooid. Een nationaal monument, ter nagedachtenis aan de (toekomstige) slachtoffers van het novavirus waaraan zijzelf nu, decennia na de ‘crisis’, ook alsnog bezwijkt.

Cottage op het platteland

Haar leven overziend denkt Harkness aan van alles terug. Aan haar moeder, schrijfster Naomi, die toen Edith acht was een hersenbloeding kreeg en met wie ze de drukke stad verruilde voor een cottage op het platteland – een tijd vol doodsangst en revalidatie, maar een kinderidylle van (artistieke) vrijheid tegelijk. Aan misogyn neerbuigende kunstacademiedocenten en een gewelddadig vriendje. Aan de stage die ze in Kyoto liep, waar leermeester Shun haar inwijdde in de geheimen van shou sugi ban, een cederhoutverbrandingstechniek die (fraai symbool) het materiaal door schijnbaar beschadigend blakeren en blussen juist sterker en mooier maakt. Aan haar eigen fantasievolle sculpturen, de ongemakken van succes en rijkdom.

Hall verwerkte dat alles tot een associatief en uitermate boeiend mozaïek van geheugenflarden.

Relationele snelkookpan

Harkness’ indringendste herinneringen draaien ongetwijfeld om de novacrisis. Op de achtergrond zie je de gevolgen van een virus, nog veel besmettelijker en vernietigender dan corona, dat miljoenen levens eiste en van Groot-Brittannië een dystopische politiestaat met overvolle ic’s en tanks in de straten maakte; op de voorgrond hoe Edith in Burntcoat in lockdown (en later in quarantaine) ging met een prille liefde, de Turkse kok Halit. Een relationele snelkookpan, dat laatste, waarin plaats is voor teder dampende seksscènes en voor van kots en wanhoop vergeven taferelen van ziekte en dood, voor rauwheid en lyriek.

Typerend: Halls fonkelproza verleent zelfs aan het virus, ‘volmaakt samengesteld, als een ster’, dat al voortwoekerend ‘zijn eigen sterrenschare vormt’ nog een gruwelijk soort schoonheid.

null Beeld

Het atelier

Sarah Hall
vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer
Ambo/Anthos, €20,99
192 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden