Plus PS

Flip van Duijn: 'Dat het altijd over Annie ging, was een worsteling'

Met de musical over Annie M.G. Schmidt staat ook zoon Flip van Duijn (65) in de schijnwerpers. Door Annies roem kreeg hij te maken met een jaloerse vader, met haar was er een enigszins verstikkende relatie. 'Ik ben zeven jaar in psychoanalyse geweest.'

Beeld Friso Keuris

Bijna niemand in Nederland heeft zo'n onaantastbare status bereikt als schrijfster Annie M.G. Schmidt. Na Anna, de biografie van Annejet van der Zijl, en de daarop gebaseerde, bejubelde tv-serie Annie M.G., is er nu een musical over haar leven, waarin de liedjes van de schrijfster uiteraard de leidraad vormen.

Simone Kleinsma speelt de hoofdrol, het scenario is geschreven door Dick van den Heuvel. Flip van Duijn, het enige kind van de schrijfster, maakt hoogstpersoonlijk mee hoe de mythevorming rond zijn moeder een nieuwe fase bereikt.

Hij was acteur en schrijver, tegenwoordig is het zijn dagelijks werk om de literaire nalatenschap van zijn moeder te beheren. Dat doet hij vanuit zijn huis aan het Vondelpark, op loopafstand van dat andere huis aan het park, in de Vossiusstraat, waar zijn moeder woonde.

Heb je nog iets te maken met de musical?
"Ik ga zeker naar de generale repetitie, ik ga naar een try-out en mag 24 september op de première komen. Dus dat is top."

Ga je je er nog mee bemoeien?
"Ik zal roepen hoe ik het vind. En ik heb me er al tegenaan bemoeid hoor, door een aantal versies van het script te lezen en daar commentaar op te geven."

Lees je het met het oog van een waarheidsvinder of een dramaturg?
"Met de waarheid ben ik helemaal niet bezig, want die zal in een musical nooit naar voren komen. Wat is de waarheid? Als je goed naar jezelf in de spiegel kijkt, echt goed naar die kop, dan denk je toch: wie ís die persoon die ik daar zie? Of als je je eigen stem op een bandje hoort, dat is raar!"

"Hoe kan je dan over iemand die al tweeëntwintig jaar dood is, over wie een boek is geschreven, waar vervolgens een musical van wordt gemaakt, de waarheid verwachten? Dat zou nergens op slaan."

Heb je moeten leren om die verwachting los te laten?
"De helft van mijn genen is van mijn moeder, zij was verhalenverteller en theatermaker. De andere helft is van mijn vader, hij was een waarheidsvinder, doctor in de chemie, man van de exacte wetenschap. Zo was ik vroeger ook. Maar in dit soort gevallen gaat het om het publiek. Kan het hier blij van worden, door geraakt worden, erin meegaan?"

"Al hoeven er natuurlijk geen aperte leugens te worden verteld. Maar er zitten dialogen in tussen Annie en haar vader die nooit plaatsgevonden kunnen hebben, maar tóch kloppen met hoe gegaan zou kunnen zijn. De toon is goed, daar heb ik heel goed naar zitten luisteren bij de eerste lezing, waar ik bij was."

Er is een dramaserie over je moeder gemaakt, daar wilde je niks mee te maken hebben.
"Ik kreeg dat script toen ze al bezig waren met de voorbereidingen. Op elke bladzijde stond iets waarvan ik dacht: wat een onzin, niet waar, gelogen, gefabuleerd, bij elkaar verzonnen. Toen ik het half had gelezen heb ik het in een hoek gesmeten, ik was echt kribbig. Ik heb die serie ook nooit gezien omdat ik bang ben dat het te dichtbij komt. Straks worden mijn herinneringen nog vervangen door wat ik op televisie heb gezien. Dat wil ik niet."

Je hebt twee ouders gehad, het gaat altijd over die ene, zelden over de andere. Is dat niet vreemd voor je?
"Dat is een gegeven waar we alle drie al mee worstelden toen ze nog leefden. Mijn vader was natuurlijk jaloers op mijn moeder. Zeker toen hij gestopt was met werken en zijn laboratorium had verkocht, toen kwam de beroemdheid van mijn moeder pas werkelijk van de grond."

"Hij heeft dat altijd proberen af te remmen, wat heel verstandig was. Hij vond roem ijdelheid waar je niks aan hebt, dat houdt je van je werk af. Hij heeft haar twee keer ontvoerd, één keer door in Berkel en Rodenrijs te gaan wonen, daarna door naar Zuid-Frankrijk te emigreren. Twee keer is ze in ballingschap gegaan."

Amsterdam was haar natuurlijke habitat.
"Daar zaten al haar vrienden, en haar werk. Na mijn vaders dood is ze meteen weer teruggehold, en is ze ook gaan toegeven aan die beroemdheid. Toen werd ze die beetje stoute oma, altijd met een witte wijn en een sigaret in haar hand."

Je vader moest niet zo veel hebben van dat koninginachtige?
"Nee, maar Annie vond dat ze haar werk wel moest verkopen. Een paar keer per jaar werd ze gevraagd voor een groot interview, daar deed ze aan mee. Met televisie was ze terughoudend. Pas toen ze terugkwam, als weduwe in Amsterdam, ging ze naar al die programma's - Adriaan van Dis, Ivo Niehe, Wim Bosboom, de beroemde uitzending met Ischa Meijer. Allemaal leuke interviews."

Voelde je de spanning tussen je ouders, als kind?
"Dat ging buiten mij om. En het was nog niet aan de hand toen hij zijn werk nog had, in Rotterdam. Toen ik twintig was ging ik naar de Toneelschool in Londen en gingen zij permanent in Frankrijk wonen. Hij gepensioneerd, zij nog volop aan de gang."

"Mijn vader is een boek gaan schrijven over het ontstaan van het christendom dat hij naar twintig verschillende uitgevers heeft gestuurd. Niemand wilde het hebben. Ik denk omdat het gewoon niet zo goed was geschreven. Het manuscript heb ik nog, maar ik heb het nooit durven lezen."

Was het tragisch?
"Ik vind het tragisch voor hem. Wat hij deed, deed hij in zijn eentje. Russisch leren, boek schrijven, knutselen aan hun huis in Frankrijk. Hij was een rare heremiet. Een kluizenaar. Een kluizelaar. Dan krijg je te weinig feedback."

Kon je goed met hem overweg?
"Wij konden met zijn drieën heel goed met elkaar. De heilige drie-eenheid noemde mijn vader ons schertsend. Dat waren wij."

Wat voor contact hadden jullie met elkaar?
"Een intellectueel en liefdevol contact. Op elkaar letten, met elkaar bezig zijn. We hadden geen taboes voor elkaar. Ik heb leuke ouders gehad, die mij enorm hebben vrijgelaten in mijn leven. Tot en met mijn vaders zelfgekozen dood waren we heel erg hecht. Alles werd besproken, dus ook die zelfmoordplannen van hem."

Hoe besprak je dat?
"Hij had een ernstig hartinfarct gehad en was in coma geraakt. Daar hebben ze hem uitgekregen, maar een van de eerste dingen die hij zei was: 'Waarom hebben ze me hier uitgehaald?' Daarna merkte hij dat zijn geest minder ging functioneren en werd hij depressief."

"Elke week ging ik een paar dagen bij hem zitten in Berkel en Rodenrijs, mijn moeder ging dan naar het huis van Fiep Westendorp om even weg te zijn uit die benauwende situatie. Hij durfde niet meer alleen te zijn, bang dat hij weer een hartaanval kreeg. En tegelijkertijd wilde hij dood, dus dat was heel raar."

Je was zijn oppas.
"En ik begreep helemaal niks meer van hem. Omdat hij niet meer benaderbaar was, hij was zo raar geworden. Denken was heel erg belangrijk voor hem, dat was zijn houvast. Naast zijn exacte kant had hij een enorme filosofische en literaire belangstelling. De grote Engelse literatuur - alles heeft hij gelezen."

"En mijn moeder ook, dus daar hadden ze het over. En de kranten lezen. Hij NRC, zij Het Parool, een half uur lezen en dan aan elkaar de stukken doorgeven die de ander moest lezen. Erover praten. Wat vinden we ervan? Wie heeft gelijk, wie moeten we volgen?"

Flip van Duijn

20 januari 1952, Amsterdam

1964-1970 Caland Lyceum en Montessori lyceum in Rotterdam
1970-1972 Volontair bij de Nederlandse Komedie
1972-1975 Toneelschool Londen
1975-1985 Toneelrollen, o.a. in Foxtrot, Pleisterkade 17, Er valt een traan op de tompoes
1985-1995 Maakt kindertheater
1989 Medescenarist tv-comedy Beppie
1989 Schrijft met Annie libretto kinderopera De naam van de maan
1995-nu Beheert de literaire nalatenschap van Annie

Van Duijn is getrouwd, heeft een dochter (15) en een zoon (12), en een zoon (29) uit een eerdere relatie. Hij woont in Amsterdam.

Flip en Annie Beeld Privéarchief

"Bij mijn moeder is die nieuwsgierigheid tot het eind gebleven, zij bleef altijd zoeken naar de waarheid. Bij mijn vader hield het op een gegeven moment op: 'Het zal wel.'"

En je zat erbij terwijl zij elkaars geest aan het slijpen waren.
"Ik werd erbij betrokken. Maar zijn laatste drie jaar was hij een man die alleen maar bezig was met pillen, zijn gewicht, met stapjes buiten maken, omdat dat goed zou zijn voor zijn gezondheid. Midden op de dag ging hij op de bank liggen met een zakdoek over zijn gezicht. 'Wat ben je nou aan het doen?' vroeg ik. 'Ik ben aan het bijtanken,' zei hij dan. Hij was een schim van zijn vorige zelf, het was gewoon zielig. En tegen iedereen riep hij dat hij dood wilde."

"Op een gegeven moment zijn mijn moeder en ik naar een mevrouw in Friesland gegaan die Vesparax in huis had en dat meteen meegaf. Mijn vader was enorm opgelucht en zette het in zijn agenda: 'Wanneer heb jij première van Madam?
1 januari? Dan doen we het 4 januari.'"

"Zo is het ook gebeurd. Mijn moeder geloofde het niet, die dacht dat hij haar weer aan het chanteren was met zijn gezondheid en zijn hartaanval. Maar ik wist heel zeker: dit is het."

"Toen ik er de dag ervoor wegreed, heb ik nog even de auto aan de kant gezet en enorm zitten huilen, omdat ik wist: morgen gaat mijn vader dood. Toen ben ik maar doorgereden naar mijn nieuwe vriendin in Amsterdam."

Was je vader ironisch, zoals je moeder?
"Hij was geestig, maar grimmig. Cynisch. Sarcastisch. Hij was de negatieve toon in huis: alles was slecht, de mens deugt niet, het loopt allemaal verkeerd af. Mijn moeder was de positieve noot: 'Kom Dick, zo erg is het niet, er zijn toch ook goede dingen?'"

En toch vonden ze elkaar.
"Het sloot als twee helften, ze voedden elkaar. Dick, mijn vader, had vaak gelijk. De mens ís slecht, ís egoïstisch, tot verschrikkelijke dingen in staat. Wat ik zo wonderlijk vind: ze luisterden nooit naar muziek samen. Terwijl ze los van elkaar dol waren op muziek. Dat verdween toen ze samen waren. Het was lezen en praten."

En jij, als vroegwijs jongetje, tussen deze pratende mensen.
"Volwassenen die mij serieus namen, naar mij luisterden, daarom functioneerde ik niet op de middelbare school, ik werd geconfronteerd met volwassenen die mij totaal niet serieus namen, mij eronder hielden en hun praatje afdraaiden."

"Toen ik op de Toneelschool in Londen zat, merkte ik dat ik als een prinsje ben opgevoed. Altijd het oogappeltje. Ineens zat ik helemaal alleen op een plek waar ik helemáál niet als prinsje werd behandeld."

Hoe was je in Londen op de Toneelschool terechtgekomen?
"Twee keer heb ik hier auditie gedaan, niet aangenomen. Ik kende iemand die naar de Toneelschool in Londen ging en Annie zei: 'Probeer het daar maar.' Had ze bekokstoofd. Ze is in haar eentje naar Londen gegaan, naar die school en heeft gezegd: 'Ik heb een zoon die aan het toneel wil, kan hij hier terecht?' Uiteindelijk ben ik aangenomen op de London Academy of Music and Dramatic Arts."

Je moeder vocht voor je.
"Zeker, maar ze was ook wel heel erg bepalend voor mij. Want tegelijkertijd zat ik in een vriendencluppie, jongens die in een kraakpand in Den Haag gingen wonen om kunst te maken, maar daar heeft ze me uit weggerukt. Met dat plan voor Londen."

De relatie was dus ook wel enigszins verstikkend.
"Ik ben zeven jaar in psychoanalyse geweest, dus ik heb alle tijd genomen om er een beetje over te kunnen praten! Zeven jaar lang, vijf dagen per week, drie kwartier op de bank - heerlijk. Oh man, ik kan het iedereen aanbevelen."

"Het is als naar de wc gaan, je ontlast jezelf. Je praat over de dagelijkse dingen en dan zijn er thema's die boven komen, lijnen worden duidelijk. Mijn lijn was: nooit confrontatie aangaan, niet ruzie­maken. Dat is van mijn jeugd, mijn ouders maakten nooit ruzie waar ik bij was. En ik maakte nooit ruzie met mijn ouders. Veel te gevaarlijk."

Waarom was dat gevaarlijk?
"Ik was bang dat het dan zo gewelddadig zou worden, dat de wereld zou vergaan. Ik zou mensen echt met bijlen hun hersens inslaan."

Je was bang voor je eigen gewelddadigheid?
"Natuurlijk, de kracht van mijn eigen woede. Ik ben driftig. Heel af en toe komt dat naar boven. Annie was net zoals ik, of ik ben net als Annie: wij reageren niet secundair, maar tertiair. Alles maar opkroppen - ja, leuk, ja ja, alle schoppen die je krijgt - en dan komt het er uit tegen iemand die totaal onschuldig is. Voor wie het niet bedoeld is. Die wordt afgemaakt."

"Annie zei over zichzelf: 'Ik ben een lam met een gifklier.' Omdat Annie intelligent was, kon ze mensen heel gemeen, precies op hun meest kwetsbare plek raken. Dat heeft ze bij iedereen gedaan - bij mij, mijn vader, bij mensen met wie ze werkte. Het was te veel en liep over. Daarna had ze spijt, en dan was ze weer dat lam. Een lam met schuldgevoel."

Je herkent die neiging?
"Ja. Daarom ben ik nog steeds bang voor conflict."

Annejet van der Zijl, de biografe van je moeder, stelt dat de grote creativiteit van je moeder op gang kwam toen ze je vader leerde kennen, en opdroogde toen hij overleed.
"Annie heeft heel veel aan hem gehad tijdens haar carrière, omdat hij een kritische meelezer was. Hij voelde feilloos aan wat echt was, en wat niet, wanneer ze schmierde of leuk was. Ze luisterde gretig naar hem, ze had hem daarin nodig. Ze gaf hem meteen gelijk. 'Oh, natuurlijk Dick!' - en terug naar de werkkamer."

"Toen hij dood was, miste ze dat. Hij heeft nog wel Er valt een traan op de tompoes gezien, een toneelstuk over iemand die dood wil, met allemaal komische verwikkelingen - dat ging in feite over hem. Hij vond het heel goed. Maar het was eigenlijk het slotakkoord van haar werkelijk creatieve tijd."

Beeld Friso Keuris

Daarna kreeg ze die koninginachtige status, vond je dat lastig?
"Ik had veel meer moeite met haar alcoholisme. Ze ging zo veel zuipen na de dood van mijn vader. Twee flessen wijn per dag. En ze had geen leuke, vrolijke dronk. Ze werd grimmig en cynisch."

"Ik merkte dat mijn moeder heel erg bezig was met beroemd-zijn en minder aandacht voor mij had daardoor. Toen ben ik een andere relatie begonnen, heb ik een andere vrouw toegelaten. Eigenlijk wel goed gedaan, hahaha."

Gelukkig werd je niet verbitterd over haar, want je moet tot op de dag van vandaag met haar leven, als hoeder van haar werk.
"Ze heeft me prachtige dingen nagelaten, haar werk ontroert me zelfs. Als ik Minoes herlees, raak ik geëmotioneerd. Omdat ik het zo mooi vind. En zo vind deugen."

Je ziet het niet als een last dat je nog elke dag met haar nalatenschap bezig bent?
"Nee, integendeel. Het is een deel van mijzelf geworden, het is ook gewoon mijn werk om ervoor te zorgen. En ik zit niet de hele dag Annie M.G. Schmidt te lezen hoor. Maar ik weet wél wat ermee moet. Als mensen er iets mee willen doen, zoals zo'n musical, vind ik wel dat ik het een beetje moet bewaken. Zorgen dat het niet te potsierlijk wordt."

En of het allemaal wel met smaak gedaan wordt.
"Je idee over smaak moet je, net als je idee over de waarheid, vrij snel loslaten."

Je hebt gewerkt als acteur, als theatermaker, als scenarioschrijver, maar dat gigantische succes van je moeder valt niet te evenaren. Vond je dat nooit frustrerend?
"Een echte acteur ben ik niet, maar voorstellingen maken heb ik altijd met plezier gedaan. En eerlijk gezegd geloof ik dat ik niet zo ambitieus ben. Jaloers op mijn moeders succes was ik zeker niet. We waren zo symbiotisch, haar succes voelt eigenlijk ook als mijn succes."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden