Plus

Flentrop Orgelbouw: 'De kern is of de klank je ontroert'

In de werkplaats van de firma Flentrop Orgelbouw wordt druk gewerkt aan een immens orgel voor het Londense Royal College of Music.

Directeur Erik Winkel op het orgel dat Flentrop bouwt voor het Royal College of Music in Londen.Beeld Eva Plevier

Van Amsterdam tot Wellington, van Alkmaar tot Yokohama, van Aardenburg tot Malmö, Taipeh en Kazan - op vele honderden plaatsen, in twintig landen op de wereld, staan orgels die zijn gemaakt of gerestaureerd door de firma Flentrop Orgelbouw uit Zaanstad. En er komt weer een fraai exemplaar bij, want in de werkplaats in Koog aan de Zaan wordt momenteel druk gewerkt aan het orgel dat door het Londense Royal College of Music bij Flentrop is besteld.

De doop staat gepland voor februari 2018, als de vermaarde Britse organist Thomas Trotter, Visiting professor of Organ aan het conservatorium, in aanwezigheid van beschermheer Prince Charles de toetsen voor het eerst officieel zal beroeren.

Maar zover is het nog niet. Het instrument staat nog in de werkplaats, waar het de volle breedte van de ruimte inneemt en tot aan het plafond reikt. "Dit is nog niet het hele orgel," zegt Erik Winkel (45), de huidige directeur van Flentrop. "Het hele instrument, met alles erop en eraan, past niet in ons atelier."

Winkel werd in Delft opgeleid als civiel ingenieur, maar volgde na zijn afstuderen zijn hart en ging de orgelbouw in. "Ik ben hier echt weer als leerling begonnen, met m'n Master of Science op zak." Vorig jaar volgde hij als directeur Frits Elshout (64) op, die al sinds het geboortejaar van Winkel (1971) bij Flentrop werkzaam is. Elshout richt zich nu op het doorgeven van kennis, waaronder op een van zijn specialiteiten, het ­intoneren van de orgelpijpen.

Een eigen klank
Voor Flentrop is het Londense orgel een droomproject. Het komt niet vaak voor dat ze geheel naar eigen inzicht en ervaring een instrument mogen bouwen. Winkel: "Het is echt een fonkelnieuw orgel, dat in letterlijke zin nergens op lijkt. Het is een Flentroporgel. De opdracht ging niet verder dan: 'maak een orgel van deze omvang, dat breed inzetbaar is'. Dat laatste was ­essentieel, want het moet geschikt zijn voor hun onderwijsdoeleinden."

"We streefden naar een ­orgel met een eigen klank, die flexibel inzetbaar is. En dan ontkom je niet aan de 'evenredig ­zwevende stemming', omdat je in alle toonsoorten wilt kunnen spelen. Als je specifiekere of historiserender stemmen wilt, sluit je daarmee muziek uit en dat wil je in dit geval juist niet. Bij ­bijvoorbeeld de middentoonstemming zou je geen Bach meer kunnen spelen, laat staan ­romantische of moderne werken."

Het orgel, dat James Huang Organ zal heten, naar de geldschieter, biedt in het atelier een imposante aanblik. Het is zo hoog en breed als een huis. De drie klavieren, elk met 58 toetsen, ogen verrassend klein, maar het kan altijd nog kleiner. Winkel: "In Alkmaar hebben we het oudste kerkorgel van Nederland gerestaureerd. Dat stamt uit 1511 en heeft maar 38 toetsen."

Als Elshout op het bankje plaatsneemt en begint te improviseren, horen we hoe het orgel klinkt. In alle registers heeft het een prachtige egale klank. Grappig is dat op de registerknoppen ook Nederlandse benamingen zijn aangehouden: roerfluit, baarpijp, octaaf, quintadeen, naast diapason, bourdon, viola, nasard en ­prestant. De wereld van het orgel is vol raadselachtige woorden.

Hoge prikkige toontjes
Zo vrij als de opdracht was, zo streng zijn straks de Risk analysis assessments in Londen, als het orgel daar wordt opgebouwd. Winkel: "Veiligheid op de bouwplaats weegt in Londen heel zwaar. Het orgel wordt hier in Koog aan de Zaan gemaakt, maar daarna helemaal uit elkaar gehaald, naar Londen verscheept en daar weer in elkaar gezet. Dat is een proces van weken. Daarna zijn we nog maanden bezig om de klank erin te leggen."

Weer zo'n raadselachtige orgelterm.

Winkel: "Straks in Londen komt het orgel tegen een achterwand te staan. Daar heb je dus heel andere klankreflecties dan hier in het atelier, waar nauwelijks akoestiek is. Als Frits hier stopt met spelen, stopt ook de klank. Dat is in Londen allemaal anders. En dat voegt iets toe aan de klank. Hoe is de balans tussen de werken? Zijn de hoge prikkige toontjes daar niet veel milder?"

"We hebben wel een aardig idee wat het moet gaan worden, maar de uitwerking van de details moet in Londen gebeuren. Dat is allemaal niet veel anders dan bij een musicus die zijn noten thuis studeert en ze later geïntegreerd in een ensemble hoort."

Het Londense orgel kost tussen de 1 en 1,2 miljoen euro, en daarbij is de aanpassing van het podium in Londen nog buiten beschouwing ­gelaten. Wie door de werkplaats van Flentrop loopt, begrijpt al gauw waarom orgels niet goedkoop zijn.

Zo'n instrument is de cumulatie van een duizelingwekkende hoeveelheid ­ge­detailleerde handelingen, uitgevoerd met een vakmanschap dat bij Flentrop sinds het ­begin van de twintigste eeuw is opgebouwd. Elk orgel van deze statuur is feitelijk een cultureel monument. En er zijn véél orgels in Nederland.

Nationaal erfgoed
Winkel: "Nergens ter wereld heb je zoveel historische instrumenten als hier. In de zestiende tot en met achttiende eeuw had je hier kerkscheuring na kerkscheuring, dus in elk dorpje kreeg je minstens drie of vier kerken met allemaal een eigen orgel. Dus reken maar uit. En dan is het des te schokkender te beseffen dat er nauwelijks geld beschikbaar wordt gesteld voor onderhoud van dit nationale erfgoed."

"In 2012 becijferde de RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) dat er in totaal 86.000 euro voor monumentenzorg ­beschikbaar was. Voor heel Nederland! Nou, ­alleen al voor het maken van offertes komen we jaarlijks al uit op een hoger bedrag."

Voor orgelbouw hebben de makers grote en ­diepe kennis en ervaring nodig, waarvoor tegenwoordig al snel het woordje 'elitair' op wordt geplakt. Winkel: "Dat kun je betreuren, want de kern van de zaak is of de klank je ontroert en daarvoor hoef je niets te weten van het hoe of wat."

Hij geeft een mooi voorbeeld. Met Elshout was hij in Alkmaar bezig met het orgeltje uit 1511, dat geïntoneerd moest worden. Terwijl Elshout aan het spelen is, komt een Surinaamse schoonmaakster de kerk binnen. Kleng-kleng-kleng doen de emmers. Dan is het een minuut lang stil. Elshout draait zich om van zijn orgelbank en ziet hoe de tranen bij de vrouw over de wangen biggelen. "En dát is de essentie van al ons werk hier."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden