PlusFilmrecensie

Fire Will Come: een vlammend protest zonder grote gebaren

In het onderkoelde Fire Will Come ­lopen de gemoederen hoog op als een van brandstichting verdachte ­man ­terugkeert naar zijn ­dorp in Galicië, dat jaarlijks geteisterd wordt door ­bosbranden.

Al die groene pracht is door cameraman Mauro Herce liefdevol in beeld gebracht.

Fire Will Come zou oorspronkelijk al begin juni verschijnen, maar werd dankzij corona even uitgesteld. Een onbedoeld maar gunstig bijeffect daarvan is dat de film nu in een hittegolf verschijnt. Die sluit uitstekend aan op de film. Niet alleen omdat daarin verzengende bosbranden in een snikhete zomer een centrale rol spelen, maar vooral vanwege de stijl en thematiek: Fire Will Come is een onderkoelde film over verhitte gemoederen.

Die bosbranden zijn een jaarlijks terugkerend drama in Galicië, een autonome regio in het noordwesten van Spanje. Ook eerder deze maand was het raak; ruim 1500 hectare natuur ging verloren in de grootste bosbrand sinds 2017. De meeste van die branden worden door de mens veroorzaakt, en vaak zijn ze moedwillig aangestoken. Fire Will Come draait om een man die van zo’n brandstichting wordt beschuldigd, al laat regisseur Oliver Laxe wijselijk in het midden of de zwijgzame Amador (Amador Arias) de misdaad waarvoor hij de gevangenis inging ook daadwerkelijk beging.

We ontmoeten de zwijgzame veertiger Amador op het ­moment dat hij weer vrijkomt en terugkeert naar zijn oude moeder Benedicta (Benedicta Sánchez) in hun afgelegen dorpje. Zij is zo ongeveer de enige die zit te wachten op Amadors terugkeer. De rest van het dorp bekijkt hem met argusogen. Ondertussen is het wachten op de brand die, zo geeft de titel van de film al aan, onvermijdelijk zal komen (de oorspronkelijke titel O que arde, letterlijk: ‘dat wat brandt’, heeft die dreiging overigens minder).

Zoemen, ruisen, kabbelen

Zo ontvouwt zich de zomer, even loom als urgent, niets aan de hand en toch dreiging in de lucht. Omdat Fire Will Come de wereld beziet door de ogen van Benedicta en vooral Amador, heeft daarin niet de mens maar de natuur de overhand. De moeder en zoon hebben een diepere band met hun hond en drie koeien dan met de mensen in het dorp. De groene bossen waar Amador doorheen struint strekken zich majestueus uit. De weides waar de koeien grazen, zijn doordrongen van simpele mysteries. Al die groene pracht wordt door cameraman Mauro Herce liefdevol in beeld gebracht op celluloid.

Het meest waardige ‘personage’ in de film is misschien wel de koe die op de tonen van Leonard Cohens Suzanne in een vrachtwagen wordt vervoerd – een van de weinige keren dat muziek klinkt in deze film die vooral doordrongen is van het zoemen, ruisen, kabbelen en laaien van de natuur.

Net als in Laxes voorgaande films worden de hoofdrollen gespeeld door niet-professionele acteurs, die onder hun eigen voornamen varianten van zichzelf neerzetten – hoofdrolspeler Arias is een voormalig boswachter. Ook alle dorpsbewoners worden gespeeld door echte lokale inwoners. Het versterkt het gevoel van authentieke inleving dat de film ademt. Het leverde Laxe vorig jaar op het filmfestival van Cannes de juryprijs op in de tweede ­competitie Un Certain Regard.

Het is de regisseur niet te doen om Amadors schuld of onschuld. Eerder draait het om een groter proces: de ­bosbranden zijn het gevolg van grootschalige veranderingen in de natuur, handelingen van vele mensen, een hele maatschappij, maar ze worden in de schoenen geschoven van één persoon. Niet voor niets opent de film met beelden van de immense machines waarmee een bos geveld wordt. En niet voor niets is er aandacht voor de buren van Benedicta en Amador, die een oude boerderij aan het opknappen zijn om die aan toeristen te kunnen verhuren. Ook die grootschalige ontbossing en commerciële uitbating van natuurgebieden zijn achterliggende oorzaken van de bosbranden. Maar dat telt allemaal niet; er moet één schuldige de gevangenis in.

Overigens zijn ook de eucalyptusbomen die in die openingsscène sneuvelen indringers. De niet-inheemse plant doet het uitzonderlijk goed in Galicië, en verdringt alle andere natuur – hoe hard er ook gekapt wordt. Een slimme metafoor voor de relatie tussen Amador, de andere dorpelingen en de toeristen die, net als het vuur, onvermijdelijk in aantocht zijn.

Zo zit Fire Will Come vol met scherp commentaar dat door Laxe niet wordt voorgekauwd, maar zich ontvouwt voor wie zijn ogen open heeft. Dit is geen film van grote gebaren maar een bedachtzaam, onderzoekend werk dat alle ruimte laat voor eigen gedachten.

Geboortegrond

Regisseur Oliver Laxe weet wat het is om na een lange afwezigheid terug te keren in Gallicië. Het dorpje waar hij Fire Will Come draaide, is het dorpje waar zijn familie vandaan komt. De regisseur werd geboren in Spanje, groeide op in Frankrijk, en woonde de afgelopen jaren in Marokko, waar hij zijn eerste twee speelfilms Todos vós sodes capitáns (2010) en Mimosas (2016) draaide. Maar nu is hij, net als zijn hoofdpersoon Amador, teruggekeerd naar zijn geboortegrond: hij blijft in het dorpje, waar hij inmiddels het huis van zijn grootouders aan het opknappen is. Niet voor toeristen, maar om er zelf te gaan wonen.

Fire Will Come

Regie Oliver Laxe
Met Amador Arias, Benedicta Sánchez
Te zien in Eye, Filmhallen, Rialto, Studio K en via Picl.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden