PlusBoekrecensie

Finse dagen is misschien wel Herman Kochs beste roman

Beeld Getty Images/500px Prime

Herman Koch, schrijver van onder andere Red ons, Maria Mon­tanelli, Het Diner en Zomerhuis met zwembad, keert terug met een vernuftige roman. 

‘Fictieschrijvers hebben vaak hun mond vol van de waarheid, maar de enige waarheid is die van het boek, niet de waarheid van de gebeurtenissen zoals die zich in werkelijkheid hebben afgespeeld.’ Deze wat verwarrende zin – staat fictie niet lijnrecht tegenover waarheid? – staat achterin Finse dagen, het nieuwe boek van Herman Koch. De nieuwe roman van Herman Koch, moeten we zeggen. Een roman – een werk van fictie, nietwaar? – waarin de schrijver de lezer wil doen geloven dat wat hij erin beschrijft ook echt is gebeurd.

‘Zou een interviewer na het lezen van Finse dagen nog iets over mijn moeder kunnen ­vragen? Is er nog een vraag te verzinnen die in het boek zelf onbeantwoord blijft?’

Koch speelt in Finse dagen nadrukkelijk een spel met feit en fictie. Het begint ermee dat hij al op de eerste bladzijden vertelt over ‘de ongeloofwaardigheid van mijn verblijf in Finland’. Hij noemt Finse dagen in de roman zelf ‘een autobiografisch boek’, maar laat ook niet on­vermeld dat hij van het verhaal fictie heeft gemaakt ‘op plekken waar me dat beter uitkwam’.

Rookgordijnen

Zo zorgt hij voor meer rookgordijnen binnen de roman. Een slim opgebouwde roman, die gaat over Herman, een schrijver. Natuurlijk zou het om een andere Herman kunnen gaan, maar hoeveel Hermannen zouden romans hebben geschreven met de titels Red ons, Maria Mon­tanelli en Zomerhuis met zwembad?

Goed. Het is 1973. ‘Ik was in de eerste plaats naar Finland gegaan om iets met mijn handen te doen,’ luidt de eerste zin. Herman heeft de middelbare school beëindigd en heeft, behalve de notie om schrijver te willen worden, geen benul wat verder met zijn leven aan te vangen. ‘Nog niet zolang daarvoor waren er dingen gebeurd die mijn leven volledig op zijn kop hadden gezet, om niet te zeggen dat ze er de bodem onder vandaan hadden geslagen.’ Dus ‘vlucht’ hij naar Finland om er – in de buurt van Lieksa in Noord-Karelië – een half jaar op een boerderij de handen uit de mouwen te steken, na te denken over de toekomst en te wachten op iets, ‘een ongeluk op zijn minst. Een ongeluk waarbij ik zwaargewond zou raken – desnoods het leven zou laten’. Hij beleeft er momenten die tot de gelukkigste van zijn leven behoren, waaronder momenten met het meisje Anna.

In 2012 keert Herman, inmiddels schrijver, terug naar Finland. Naar de boekenbeurs van Turku, waar hij een ontdekking doet die met zijn verblijf in Finland in 1973 te maken heeft. In een Finse dichtbundel komt hij in het gedicht Finse dagen (!) zijn eigen naam tegen. ‘Natuurlijk kon het om een andere Herman gaan, maar hoeveel Hermannen zouden er aan het begin van de jaren zeventig in Finland hebben rondgelopen?’ Koch springt in Finse dagen voortdurend heen en weer in de tijd, maar blijft ook vaak lang weg uit Finland. Dan verhaalt hij over de dingen die zijn wereld volledig op zijn kop hadden gezet. De dood van zijn moeder, bijvoorbeeld. En de ontwrichting van het gezin door zijn vader, die het met een ander heeft aangelegd. En hoe Herman daarmee omgaat.

Finse dagen, dat het, anders dan in eerdere romans van Koch, veel minder moet hebben van een plotgerichte centrale gebeurtenis, gaat ook over herinneren. Over een verhaal maken van je eigen leven, daar betekenis aan geven. Over de oncontroleerbaarheid van het geheugen, het vertellen van je verhaal aan anderen en de oncontroleerbaarheid daarvan voor die anderen. Dat geldt ook voor Herman, die zich op een gegeven moment moet afvragen of hij niet om de tuin is geleid, om zo een mooi ­verhaal in stand te houden.

Anekdote

En Herman op zijn beurt verhaalt over een interview met een journalist. Hij vertelt die journalist iets over een gebeurtenis die hij nooit eerder aan iemand heeft verteld. Hij moet die journalist ervan overtuigen dat het echt zo is gebeurd. De anekdote over die gebeurtenis is terug te lezen in dat interview, dat in 2016 in de krant stond. En nu dus in deze roman. En daar raakt Koch ‘de enige waarheid is die van het boek’, want er zijn geen getuigen geweest van de gebeurtenis. Heeft de schrijver tot twee keer toe fictie gemaakt?

Het doet er eigenlijk niet toe in deze vernuftige roman. Misschien wel Kochs beste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden