PlusInterview

Filosoof Hans Schnitzler: ‘We vinden het best prettig om existentiële vragen uit te besteden aan technologie’

Filosoof Hans Schnitzler (53) onderzoekt in zijn boek Wij nihilisten waarom de mens zich zo gewillig in het digitale maatpak laat naaien, terwijl we steeds beter op de hoogte zijn van de knellende effecten ervan.

Tom Grosfeld
Filosoof Hans Schnitzler
 Beeld Frank Ruiter
Filosoof Hans SchnitzlerBeeld Frank Ruiter

Hans Schnitzler heeft geen smartphone. Dat betekent dat hij nog gewoon naar de wc gaat zonder zijn telefoon erbij te pakken om even een appje te sturen, of om te scrollen op Twitter. Dat hij niet zijn persoonlijke data aan talloze apps heeft toevertrouwd, of ­telkens gestoord wordt door een aanlokkelijke notificatie.

Het is een vorm van klein verzet, wat overigens niet wil zeggen dat Schnitzler niets moet hebben van technologie. Integendeel, op zijn woonboot in Amsterdam heeft hij gewoon wifi, een laptop en kijkt hij weleens de hele avond Netflix. Hij ziet, en ondervindt dus ook, dat de mens op een bijna krampachtige manier streeft naar grip op zichzelf en de werkelijkheid, en dat verlangen langzaam uitlevert aan technologie.

Schnitzler schreef in 2015 Het digitale proletariaat, waarin hij zijn kritische pijlen richtte op Silicon Valley. In 2017 tekende hij in Kleine filosofie van de digitale onthouding de ervaringen van zijn studenten aan de Bildung Academie op, die zich een week lang afsloten van internet. Met Wij nihilisten maakt hij de cirkel rond, door de mens een spiegel voor te houden en te laten zien hoe onze cultuur is doordrenkt van het nihilisme, wat volgens de filosoof een van de belangrijkste redenen is hoe de virtuele klasse, de techelite, het voor elkaar heeft gekregen om in krap vijftien jaar tijd een omgeving te creëren die voor de meeste mensen aanvoelt als een tweede, of zelfs eerste huid. “De wereld die zij ons voorspiegelen en voorschotelen, is ook de door ons gewenste wereld. Hun ambities en dromen zijn in wezen de onzen.”

Om te beginnen met die techtitanen: hoe konden Google en Facebook in korte tijd zo machtig worden?

“We zijn het altijd gewend geweest om op onze hoede te zijn voor overheden met een geweldsmonopolie, die ons bijvoorbeeld zouden gaan surveilleren met technologie. Intussen keken we nauwelijks naar bedrijven. We hebben te laat ingezien dat ze op ongeëvenaarde manier macht en middelen aan het vergaren zijn.”

Waarin schuilt het gevaar?

“We hebben geen zicht op wat er gebeurt met onze data, hoe ze verdwijnen in algoritmes. En we kunnen die bedrijven niet ter verantwoording roepen. Een regering kun je kiezen, maar wij kunnen Zuckerberg niet wegstemmen. ­Terwijl die bedrijven steeds meer publieke taken op zich nemen. We worden afhankelijker van ze, omdat hun kennis en kunde ongeëvenaard zijn.”

“Neem het onderwijs: daar worden Google-producten omarmd, want die werken het beste. Het maakt ons volledig afhankelijk van een bedrijf dat niet primair uit is op ons welzijn, een bepaalde blik op de werkelijkheid heeft die afwijkt van onze normen en waarden, en gewoon winst moet maken door onze data te verzamelen. Dat is problematisch.”

In uw boek richt u uw pijlen niet meer alleen op de grote techbedrijven, maar ook op de mens.

“De kritiek op die bedrijven blijft heel relevant. Maar wat ik miste in de discussie was dat al die nieuwe technologieën ook aan iets beantwoorden dat de mens graag wil. Ik voelde de urgentie kritisch naar onszelf te kijken. Wanneer we ons bewustzijn over technologie willen veranderen, zoeken naar manieren om ons te verhouden tot de schermwereld, kunnen we niet voorbijgaan aan onze eigen rol. We zijn de mede­­- ontwerpers van ons eigen huis van bewaring.”

Wat is onze eigen rol?

“We verlangen erg naar gemak en comfort. Dat is ook wat Sloterdijk (de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, red.) bedoelt met de ‘verwenningsruimte’: de cultuur als iets waarbij de verwenning, het gemak en comfort, steeds hogere niveaus bereikt. We raken daaraan gewend, en vinden het vervolgens lastiger wanneer we met frictie en ongemak worden geconfronteerd.”

“Een voorbeeld: de studenten die ik lesgeef aan de VU hadden de keuze of ze fysiek of hybride onderwijs wilden. Ik had verwacht dat ze weer in de collegezaal wilden zijn, na anderhalf jaar thuisonderwijs. Maar ze gaven de ­voorkeur aan online college. Ik vroeg ze waarom, en ze antwoordden dat ze dan niet hoefden te reizen, dat bespaarde tijd en moeite.”

“Die waarden uit Silicon Valley, zoals snelheid, zelfredzaamheid, efficiëntie en optimalisatie, zitten in hun technologie versleuteld, en worden deels verinnerlijkt door de mens. Het zijn waarden die heel nuttig kunnen zijn, maar als maatschappelijke waarden schieten ze in veel opzichten tekort. Het draait niet altijd om optimalisering. Ze kunnen het goede leven in de weg staan.”

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Hoe koppelt u nihilisme aan de mens die steeds meer lijkt te leunen op het comfort van technologie?

“Dat begint met het idee van ‘de dood van God’ van Nietzsche, het einde van de Grote Verhalen. De vraag naar identiteit, betekenis, waarheid en zingeving konden we niet meer uitbesteden aan een externe entiteit of autoriteit. Voor alles omtrent zingeving moesten we bij onszelf te rade. Dat is een pittige opgave, Nietzsche waarschuwde al dat we niet wisten hoe dat moest, zelf op zoek gaan naar menselijke waarden. Niet voor niets lijkt er momenteel een zingeving- en betekeniscrisis te woeden.”

“We vinden het daarom best prettig om dat soort existentiële vragen, morele dilemma’s en moeilijke beslissingen uit te besteden aan technologie. Dat wordt heel erg aangejaagd door een technowetenschappelijke visie op de ­werkelijkheid. Technologie wordt eerst gelijkgesteld aan vooruitgang, en vervolgens is de gedachte dat de werkelijkheid maakbaar is. We kunnen er onze omgeving steeds beter mee beheersen. Dat denken zit heel erg versleuteld in ons rationele wereldbeeld. Die calculerende, bijna spreadsheetachtige mentaliteit.”

“Dat is ook een vorm van escapisme: je hoeft niet bij jezelf stil te staan. Niet een innerlijke dialoog te voeren, nadenken over wat van waarde is voor je, hoe je je verhoudt tot de werkelijkheid. Je swipet en scrollt het gewoon weg.”

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

We hebben veel vrijheid verworven, maar kunnen er niet mee omgaan?

“De Duitse filosoof Erich Fromm heeft over­tuigend duidelijk gemaakt dat we ons de af­gelopen eeuwen hebben bevrijd van allerlei tussenpersonen: de kerk, het bijgeloof, hekserij, tot aan uiteindelijk de aristocratie en autoriteit. Als laatste kwam het internet, waarin we ons bevrijdden van experts en de ­elite. Althans, dat was de gedachte. Daar stonden we dan. Volledig vrij, autonoom, authentiek, zelfbeschikkend. Fromm legt uit dat die vrijheid ons beangstigt en desorieënteert. Ons idee van vrijheid is vaak: niet inmenging. Dat is negatieve vrijheid. Zolang we geen invulling kunnen geven aan de positieve vrijheid, dus hoe je uitdrukking geeft aan het individuele zelf, aan zelfbepaling en zelfontplooiing, hoe je je wil verhouden tot de samenleving, wat voor waarden je belangrijk vindt, hoe je dit vorm kunt geven, dan blijft die vrijheid een leeg begrip waarvoor we liever op de vlucht slaan.”

Wat kunnen we doen om ons te verzetten tegen die nihilistische verlangens?

“De confrontatie met andere waardenregisters is belangrijk. Die digitale echoput vinden we erg fijn, maar hoe kunnen we organiseren dat we radicaal tegen onze intuïties en overtuigingen in durven denken? Misschien met sociale stages. Mensen van de Zuidas bij de schuldhulpverlening laten meelopen. Dan kom je ook uit bij de vraag wat het betekent om een menswaardig bestaan te leiden. Daar moeten we over nadenken. Werkelijke grip op de dingen is een hersenschim. We zijn aanraakbare wezens. Dat maakt ons leven kwetsbaar, en dus rijk, want we hebben daar geen vat op: een hand op je schouder, een mooi uitzicht, een kunststuk. Dat brengt een bepaalde stemming teweeg. Wanneer we volledig met onze schermen versmelten, dreigen we dat uit het oog te verliezen. En dat moeten we, denk ik, juist heel erg proberen te bewaren.”

Hans Schnitzler, Wij nihilisten, De Bezige Bij, 18,99 euro, 144 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden