PlusInterview

Filmmaker Roy Andersson: ‘Ik zoek waarheid, en die is grappig’

De Zweedse filmmaker Roy Andersson (77) levert met About Endlessness weer een droogkomisch en ­messcherp portret van het menselijke gehannes. ‘Gewoon nauwkeurig ­kijken naar mensen, dat is zó geestig.’

About Endlessness bestaat uit een reeks korte scènes, gefilmd in één stilstaand shot. Een van de rode draden in de film is een priester die van zijn geloof is gevallen.

About Endlessness duurt 76 minuten, en regisseur Roy ­Andersson was 76 jaar oud toen de film vorig jaar op het filmfestival van Venetië in wereldpremière ging. Een ­minuut film voor elk levensjaar – aftiteling inbegrepen.

Kan gewoon toeval zijn, natuurlijk. Net zoals het toeval kan zijn dat de 33 vignetten waaruit de film bestaat, samen ook min of meer de levensspanne van Andersson omvatten. Sommige scènes spelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, misschien wel in Anderssons geboortejaar, 1943. ­Andere spelen in het heden. En we zien vooral scènes die ergens daartussenin plaatsvinden, in een vaag gedefinieerd ‘onlangs’ – door Anderssons typerende theatrale ­stilering zijn ze een beetje losgezongen van de tijd.

Ook zonder die twee naar autobiografie verwijzende ­feitjes, of toevalligheden, voelt About Endlessness (Om det oändliga) aan als een samenvatting. Van een oeuvre, een carrière, een leven. Nee, de film is niet daadwerkelijk autobiografisch. Dat benadrukt Andersson ook tijdens een ­gesprek met een groepje journalisten, daags na die première in Venetië. Maar de filmmaker gebruikt zijn ­eigen leven wel degelijk als inspiratiebron in zijn zoektocht naar de tragikomische schetsen van universele menselijke ­sores waaruit zijn films bestaan.

Pafferig en bleek

About Endlessness volgt stilistisch het uit duizenden herkenbare stramien van Anderssons drie vorige films: Songs from the Second Floor (2000), You, the Living (2007) en A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014). Als die films met terugwerkende kracht een trilogie vormen, zoals Anderssons producent nu zegt, dan is About Endlessness er een epiloog bij – al doet dat woord de rijkheid van de nieuwe film tekort.

Het recept is voor alle vier die films hetzelfde: ze bestaan uit een reeks droogkomische tableaus, telkens gefilmd in één stilstaand shot. De stilering is theatraal (Andersson draait zijn films volledig in zijn studiocomplex in Stockholm), de mensen die het beeld bevolken pafferig en bleek (“Die witte schmink is om het universeler te maken,” aldus Andersson). De korte scènes staan op zichzelf, maar elk van de films heeft ook enkele rode draadjes.

In About Endlessness is de opvallendste daarvan een priester die van zijn geloof is gevallen, die in drie scènes ­terugkomt. Daar komt ook de verkapte autobiografie in de film om de hoek kijken. Want ook Andersson twijfelde over zijn gekozen carrière, ergens in de late jaren zeventig. Hij had toen twee speelfilms gemaakt, die in niets leken op zijn huidige werk. De eerste werd lovend ontvangen, maar de tweede gekraakt. Daarna werd Andersson ook zelf steeds ontevredener over wat hij maakte. “In die tijd heb ik ernstig getwijfeld of ik wel door moest gaan als film­maker,” vertelt hij nu. “Ik overwoog om alsnog de stap naar de literatuur te maken, wat ik gestudeerd had en wat mijn jeugdliefde was. Uiteindelijk besloot ik toch te blijven filmen, maar dan wel anders.”

Idiote ideologie

Die andere werkwijze vond Andersson in de daaropvolgende decennia als regisseur van tientallen commercials, allemaal gemaakt volgens hetzelfde stramien als de vignetten in zijn latere speelfilms. Ook daar is het recept meestal: goedmoedig glimlachen om allerhande menselijke zwakte.

“Waar ik altijd naar zoek, is waarheid. En de waarheid is grappig,” stelt Andersson, glimlachend. “Gewoon nauwkeurig naar mensen kijken, naar de waarheid van hun ­gedrag, dat is zó geestig. Mensen noemen mij soms ­cynisch als ik het op deze manier zeg, maar volgens mij is mijn blik juist heel liefdevol.”

Roy Andersson

Zelfs voor Adolf Hitler heeft Andersson in een scène in About Endlessness een barmhartig oog. De Tweede ­Wereldoorlog is een andere rode draad in de film. “Ik ben al mijn hele leven… niet gefascineerd, dat is het verkeerde woord, maar het houdt me bezig hoe het fascisme de ­wereld bijna in zijn greep kreeg. Hoe was het mogelijk dat zo’n domme, wrede, idiote ideologie zo aansloeg? Dat is ontstellend absurd en een totale schande. Die vraag raakte me al in mijn vroege jeugd, en het houdt me tot de dag van vandaag bezig.”

Zo worden in About Endlessness de meest alledaagse, ­banale probleempjes afgewisseld met het immense drama van de oorlog. Gevraagd naar hoe hij die twee uitersten in balans houdt, haalt Andersson zijn schouders op. “Zo ­ingewikkeld is het niet. Je zet ze gewoon naast elkaar, en daarmee ontstaat er vanzelf iets. Een verrassing, hopelijk. Want dat is, naast waarheid, het andere element waarnaar ik altijd op zoek ben: verrassing. Ik hoop dat ook in deze film weer een paar scènes zitten die verrassen.”

Een derderangs burger

Anderssons leeftijd is merkbaar tijdens het gesprek. Niet alleen fysiek (heup- en schouderblessures vertragen de ­interviewcyclus behoorlijk) maar ook mentaal. Herhaaldelijk springt producent Johan Carlsson bij, wanneer het geheugen van de regisseur hem even in de steek laat of hij een vraag niet helemaal lijkt te vatten. Een paar dagen na het gesprek zal Carlsson ook namens Andersson de Zilveren Leeuw voor Beste Regie in ontvangst nemen.

Maar in zijn humoristische en liefdevolle blik op de menselijke zwakte is Andersson scherp als altijd, in het gesprek én in zijn nieuwe film. “Humor is een overlevingsmechanisme,” zegt Andersson daarover. “Dat kun je niet aan­leren, vrees ik; het is aangeboren. Ik heb mijn gevoel van humor van mijn vader, die de grap kon zien van allerlei idiote wendingen in het leven. Ik groeide op in een arbeidersgezin; mijn vader was een grote, sterke man, maar ­sociaal gezien was hij een underdog – een derderangs burger. Maar hij liet zich daar niet klein door krijgen, en zijn ­humor was daarin zijn wapen. Dat is van grote invloed op mij geweest.”

Ook dat doorgeven van generatie op generatie is een rode draad in About Endlessness; de titel komt uit een scène waarin twee studenten de eerste wet van de thermodynamica bespreken: de wet van behoud van energie. Kort ­gezegd: energie verdwijnt nooit, ze verandert alleen van vorm – een troostrijk gegeven, aldus Andersson.

Hijzelf gaf zijn gevoel voor humor niet alleen door aan zijn dochter, maar deelt het via zijn films met de hele ­wereld. Het is te hopen dat Andersson nog vele nieuwe films kan maken. Mocht dat er niet meer van komen, dan heeft hij met About Endlessness alvast de perfecte ­coda bij zijn eindeloos rijke oeuvre afgeleverd.

About Endlessness is te zien in Cinecenter, Eye en via Picl.nl

Rentree als vijftiger

Roy Andersson (Göteborg, 1943) maakte in 1970, kort na zijn afstuderen aan de Zweedse filmacademie, zijn speelfilmdebuut met A Swedish Love Story, een tienerromance vol verkapte maatschappijkritiek. Na het floppen van zijn tweede film Giliap (1975) maakte hij 25 jaar geen speelfilms, maar alleen nog commercials en enkele korte films. Zijn rentree kwam in 2000 met het gevierde Songs from the Second Floor. Met A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence won hij in 2014 de Gouden Leeuw, de hoofdprijs van het filmfestival van Venetië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden