PlusInterview

Filmmaker Nora Fingscheidt: ‘Ik was zelf ook een boos kind’

In haar overdonderende debuut System Crasher plaatst de Duitse Nora Fingscheidt (37) ons midden in de ontembare woede van de 9-jarige Benni.

Helena Zengel en Albrecht Schuch in System Crasher. Beeld Peter Hartwig

Het kan verkeren. Een jaar geleden was Nora Fingscheidt een onbekende Duitse filmmaakster wier speelfilm­debuut tot haar eigen verrassing was geselecteerd voor de hoofdcompetitie voor het filmfestival van Berlijn. Inmiddels is ze een Oscarnominatie verder en reist ze heen en weer tussen Los Angeles en de set in Vancouver voor een grote internationale productie met hoofdrollen voor Sandra Bullock en Viola Davis.

Ze heeft het allemaal te danken aan dat debuut Systemsprenger, in Nederland uitgebracht onder de internationale titel System Crasher. De hyperenergieke film die draait om een moeilijk opvoedbaar jong meisje was een onverwachte hit in Berlijn, trok vervolgens volle zalen in de Duitse bioscopen en werd wereldwijd vertoond. De ­Oscarnominatie in de categorie beste internationale film was de kers op de taart – al moest de film het uiteindelijk afleggen tegen Parasite.

“Het voelt allemaal nog steeds als een klein wonder,” zegt Fingscheidt via Skype. “En elke keer als de film in een nieuw land gaat draaien, maak ik me opnieuw een beetje zorgen of mensen het wel gaan snappen. Het voelde toen we het maakten als zo’n specifiek Duits, bureaucratisch verhaal. Maar het grotere onderwerp – wat er met een mens gebeurt als je geen onvoorwaardelijke liefde kent in je leven – blijkt juist universeel.”

Ingewikkelde emotie

‘Moeilijk opvoedbaar’ is eigenlijk nogal een eufemisme voor het 9-jarige hoofdpersonage Benni. ‘Onmogelijk en agressief’ komt dichterbij. Benni is wat in de Duitse zorgbureaucratie een ‘systeemvernietiger’ wordt ­genoemd: een kind dat zo hard van zich afbijt, zoveel aandacht vraagt en tegelijk zo hardhandig alle geboden hulp afwijst, dat het systeem er geen raad mee weet. Ondanks alle goede bedoelingen van de vele hulpverleners die zich over haar bekommeren, zoals Finscheidt nadrukkelijk in beeld brengt.

“Toen ik eraan begon, dacht ik dat het systeem tekortschoot. Maar als je het van dichtbij meemaakt, zie je in wat voor onmogelijke positie deze hulpverleners zitten. In elk instituut waar ik kwam, wilde ik zelf ook ­direct drie van de kinderen adopteren, ze mee naar huis nemen en redden, maar dat kán gewoon niet.”

Benni’s woede raakte duidelijk een snaar. Haar oerschreeuw over het onrecht van haar leven raakt ergens aan de boosheid die overal om zich heen lijkt te slaan. “Woede is een ingewikkelde emotie, juist omdat ons wordt geleerd dat we niet agressief mogen zijn,” zegt Fingscheidt. “Maar het is onderdeel van wie we zijn als mens; we moeten er iets mee. Ik was zelf ook een boos kind, ik weet nog goed hoe dat voelde – om iets te voelen waarvan je wist dat het niet hoorde, zeker als meisje.”

Juist daarom koos Finscheidt ook voor een meisje als hoofdpersonage. “De meeste ‘system crashers’ zijn jongens, maar ik kwam in de research ook meisjes tegen, en dat voelde als het interessantere verhaal. Om voorbij het stereotype van het boze jongetje te komen.”

Zo zocht Fingscheidt op veel vlakken naar manieren om clichés te vermijden. “Ik wilde geen kind in de puberteit als hoofdpersonage, geen kind met een migratieachtergrond, niet iemand uit de arme achterbuurten van Berlijn. Al die dingen waarin je gemakzuchtige verklaringen zou kunnen zoeken, wilden we vermijden, zodat je als kijker écht met haar gedrag moet dealen.”

Een klein budget

Benni’s compromisloze persoonlijkheid wordt weerspiegeld in de stijl van de film. De beeldvoering is rauw, de ­wereld die geschapen wordt bont en kleurrijk, de stuwende soundtrack vol stampende beats. Benni’s woede-­uitbarstingen gaan gepaard met expressionistische beelden in snelle flitsen, als flarden uit haar onderbewustzijn.

“Elk aspect van de film moest haar energie weerspiegelen,” zegt Fingscheidt. “Ik wist van het begin af aan dat het niet gewoon een sociaal drama met een realistische stijl moest zijn. Dat was de makkelijke uitweg geweest – zeker omdat we een heel klein budget hadden. Ik wilde niet dat je alleen naar haar kéék, als getuige; ik wil dat je met haar méé voelt.”

Dus gebruikten ze elke vrije minuut op de set om die losse fantasiebeelden bij elkaar te sprokkelen. “De Duitse wet kent strenge regels voor hoe lang een kind per dag mag werken, dus als hoofdrolspeelster Helena na vijf uur draaien wegging, begonnen wij met experimenteren. We klooiden gewoon wat aan met de spullen die op de set waren, met verschillende camera’s en allerlei goedkope filmtrucs. Gewoon een kleurenfilter voor de lens, of een goedkope ziekenhuislamp van extreem dichtbij gefilmd, dat is soms al genoeg.”

Het karakter van Benni, die constant de confrontatie zoekt en niets van enige autoriteit aanneemt, betekende automatisch dat de rol moest worden gespeeld door een kind dat zelf heel anders in elkaar zit.

“Toen ik begon met schrijven, speelde ik nog met het idee om te werken met een echte ‘Systemsprenger’ in de hoofdrol,” zegt Fingscheidt, “maar direct op de eerste dag van de research zag ik hoe grenzeloos naïef dat van me was. Ik had misschien iemand kunnen vinden, maar ik had nooit de verantwoordelijkheid kunnen nemen om zo’n kind een tijd lang zó veel aandacht te geven om het die vervolgens weer te ontnemen. Want dat is nu eenmaal wat er gebeurt als je een film maakt: een tijdlang werk je heel intens samen, en dan wordt die band abrupt verbroken. Voor een kind als dit zou dat in feite opnieuw een trauma zijn.”

Kindercasting

Hoewel ze er op voorhand weinig vertrouwen in had, vond Fingscheidt hoofdrolspeelster Helena Zengel gewoon via een castingbureau. “Ik dacht bij dat soort kindercasting ­altijd aan van die poppetjes; mijn idee was dat we Benni op straat of in een sportschool zouden vinden. Helena was de zevende actrice van de pakweg 150 meiden die we zagen bij de casting, en eigenlijk wist ik het direct.”

Die casting vond al ruim een jaar voor de opnamen plaats. “Normaal gesproken doe je dat niet, omdat kinderen zo snel kunnen veranderen, maar ik was echt doodnerveus dat we niemand zouden kunnen vinden! Die tijd hebben we uiteindelijk ook volop gebruikt. Ik heb maanden met haar gewerkt aan het personage, omdat het heel ­belangrijk voor me was dat zij het als een personage benaderde. Bij volwassen acteurs is dat meestal andersom, daar ga je zoeken naar wat ze gemeen hebben met het personage. Hier was het juist van groot belang dat Helena het verschil bleef zien tussen haarzelf en Benni.”

Nora Fingscheidt

Nora Fingscheidt (Braunschweig, 1983) leerde filmmaken op de zelf­organiserende filmschool filmArche in Berlijn en later op de traditionelere Filmakademie Baden-Württemberg. Na enkele succesvolle korte films en de documentaire Ohne diese Welt (2017) brak ze in 2019 wereldwijd door met haar speelfilmdebuut System Crasher.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden