Plus

Film toont het leven in het corps: 'Het was nog lijper dan ik had gedacht'

De film Niemand in de Stad draait om drie studenten die volwassen worden in het Amsterdamse corps. 'Kots ruikt voor die gasten naar de overwinning.'

De corpsleden in de film slijten hun dagen vooral met bier drinken, maar worstelen intussen met hun eigen demonen. Derde van links is Jonas Smulders, rechts naast hem ­Minne Koole en tweede van rechts is Chris Peters. Beeld Bram van Woudenberg

Minne Koole (24), Jonas Smulders (24) en Chris Peters (24) spelen Philip, Matt en Jacob, drie jonge vrienden in Amsterdam. Ze zijn begin twintig, lid van het corps, en slijten hun dagen vooral met bier drinken in de toko en in bed met wisselende vriendjes en vriendinnetjes.

Maar intussen dealen ze elk met hun eigen demonen. Hooggespannen verwachtingen over studie en carrière, worstelingen met hun jeugdliefde en het ouderlijk front.

De drie acteurs zijn in het echt ook goed bevriend. Koole en Peters zaten bij elkaar op de Toneelschool en werkten samen bij Café Restaurant Amsterdam. Smulders en Koole waren klasgenoten op de basisschool.

"Jonas en ik kenden elkaar ook al voor de film, uit Vrankrijk geloof ik, dat krakerscafé in de Spuistraat waar je al heel jong naar binnen mag. Die grachten lopen ook in een klein rondje, hè. Dan is het niet gek als je elkaar tegenkomt."

Helpt jullie vriendschap bij het spelen van deze vriendengroep?

"MK: Heel erg. Er was meteen veel vertrouwen en een sfeer waarin je elkaar durft te helpen."
JS: "Precies dat."
MK: "Jonas heeft zoveel ervaring, van hem kon ik veel leren. Hij behandelt zijn tekst bijvoorbeeld veel vrijer dan ik gewend ben. Op een moment ging ik de tekst ook niet meer woord voor woord leren, maar gewoon twee keer doorlezen, om een scène daarna meer in mijn eigen woorden te spelen."

Chris en Minne: hoe was jullie tijd op de Amsterdamse toneelschool?

MK: "Je doet er eigenlijk een vierjarig, heel intensief onderzoek naar wie je bent."
CP: "Op onze school zijn zelfonderzoek en zelfontplooiing inderdaad belangrijk. Daarom heb je je gezondheid echt nodig, je móet fit zijn. Tijdens het eerste jaar dacht ik weleens: met een kater kan ik juist goed spelen. Maar nee."

MK: "We gingen ook weleens na het repeteren met iedereen de kroeg in, om daar ineens te besluiten dat we nú moesten spelen. En dan speelden we toch kut!"
CP: "We hadden natuurlijk wel veel toneelschoolfeestjes. Vooral het eerste jaar gingen we vrij intensief met elkaar om."

MK: "Jij hebt toch een keer op school overnacht?"
CP: "Haha, ja! Er gingen altijd verhalen rond dat het vroeger de normaalste zaak van de wereld was dat je bleef slapen op school. Je kreeg zelfs de sleutel. Een paar klasgenoten en ik wilden dat natuurlijk ook doen. We zijn op een dag in de douches blijven wachten tot er niemand meer was, en hebben de hele nacht als koningen door de gangen gerend."

MK: "Dat gebouw kraakt 's nachts toch ook heel erg?"
CP: "Het was dóódeng."

Jonas, jij hebt geen opleiding tot acteur gevolgd.

JS: "Ik werd afgewezen in Maastricht en Amsterdam, waar ik heel erg van heb gebaald. Achteraf is het denk ik goed geweest, omdat ik daardoor veel tijd heb gehad om ervaring op te doen met films en televisie maken.

Ik heb een jaar regie gestudeerd aan de filmacademie, maar ben gestopt omdat er te veel projecten op mijn pad kwamen die ik heel graag wilde doen. Ik had veel spijt gekregen als ik die vanwege een studie zou hebben laten schieten."

Je hoort weleens dat je studententijd de mooiste tijd van je leven is. Hoe zien jullie dat?

CP: "Ik zou het enorm suf vinden om dat nu al te zeggen; ik ben vorig jaar afgestudeerd. Ik vond die opleiding bij tijden ook gewoon echt heel zwaar, lang niet alleen een mooie tijd. Daar leer je van, maar ik ben nu gelukkiger dan toen ik op school zat."

Wat vond je zwaar?

CP: "Dat je gewoon niet goed bent, dat het niet lukt en je de hele tijd beoordeeld wordt. Die onzekerheid is nu minder. Ik sta sterker in mijn schoenen."
MK: "Je gaat ook gewoon beter spelen zodra het niet meer over je eigen ontwikkeling gaat."

Jullie personages worstelen met zaken als relaties, studie, verwachtingen van de buitenwereld en ouders. Herkenbaar?

MK: "Heel erg. Ik vraag me ook vaak af wie ik wil zijn. Wil ik een wild leven, zoals mijn personage Matt, of kies ik voor het veilige meisje, het burgerlijke leven en het geld. Ik heb zelf ook een heel serieuze relatie gehad van mijn zestiende tot mijn twintigste. Die is geklapt omdat ik nog jong wilde zijn."

CP: "Ik herken vooral het zo graag goed willen doen, en een soort faalangst, waardoor ik dingen verhulde. Daar heb ik echt grote periodes op de middelbare school last van gehad."

Jullie zaten alledrie niet bij een studenten­vereniging. Hoe was het om voor Niemand in de stad kennis te maken met het corps?

JS: "Het is geen wereld die je normaal gesproken snel leert kennen. Door de film was het niet gek om overal vragen over te stellen."
MK: "We zijn voordat we gingen filmen veel in sociëteiten en studentenhuizen in Amsterdam geweest."
MK: "We deden met alles mee, en hebben uren met die gasten gepraat. Je bent als acteur vaak bang om onrealistisch over te komen, maar ik dacht zo vaak: dit is nog veel en veel lijper dan ik dacht."

Niemand in de stad Beeld Bram van Woudenberg

Wat was er zo lijp?

CP: "De geur..."
JS: "Ja, die geur!"
CP: "Het ruikt er gewoon naar kots."
JS: "Wij roken alleen maar pis en kots, maar die gasten zitten er vier of vijf jaar, en vertelden ons dat die geur voor hen een heel andere betekenis heeft."
CP: "Die van overwinning."

MK: "Wat ik wel mooi vond aan het corps: ze zijn allemaal altijd op het feestje van hun leven. Ze zijn niet zoekende, ze zijn precies waar ze willen zijn, met wie ze willen zijn. Met een enorme vriendenschaar die alles voor elkaar over heeft."
CP: "Dit is wel het meest positieve beeld dat je kunt geven."

Wat zijn de minder mooie kanten?

JS: "Er zitten volgens mij ook veel mensen bij het corps die er deels tegen hun zin zitten. Er is weinig ruimte voor je eigen identiteit."
CP: "Ik vond ze soms net een soort soldaten. Hoe ze allemaal de trap af gehobbeld kwamen, op weg naar de volgende verplichte borrel."

MK: "Ik vond het heel vaak gewoon heel saai. Het enige wat je doet is drinken en praten."
CP: "Er is op die avonden ook geen muziek of zo, je moet het met elkaar doen. Maar ik moet wel zeggen: tijdens het draaien vond ik het allemaal top."
JS: "Heel lekker om in op te gaan."

CP: "Als ik af en toe leden van het corps door de stad zie fietsen, voel ik me toch ook een beetje een onderdeel."
MK: "Dat heb ik ook! Als ik ze zie moet ik mezelf echt inhouden om ze niet gedag te schreeuwen."

Hebben jullie een ander beeld van het corps gekregen?

MK: "Ik heb geleerd dat het corps uit heel veel verschillende soorten mensen bestaat. Een van de gasten die vaak figureerde in de film, was ook op het laatste feestje, de wrap­party. We gingen dansen in het Volkshotel, en toen probeerde hij me te zoenen! Dat had ik nooit zien aan­komen."

JS: "Was dat nou omdat jij zo geil aan het doen was?" ­Lachend: "Jou kennende..."
MK: "Nee, echt niet! Ik heb vriendelijk bedankt, maar ik vond het wel heel vet dat hij dat durfde."

Chroniqueur

De film Niemand in de Stad is gebaseerd op de gelijknamige roman van Philip Huff, en opent op 27 september op het Nederlands Film Festival. Het is de eerste speelfilm van Michiel van Erp, bekend als de chroniqueur van de Nederlandse volksaard vanwege zijn televisiedocumentaires als Pretpark Nederland (2006), Hollands Welvaren (2013 en 2015) en Dit zijn wij (2017).

In 2014 won hij verschillende prijzen met zijn tv-serie Ramses, over de jonge Ramses Shaffy. Momenteel werkt Van Erp aan een serie over I.M., het boek van Connie Palmen uit 1998.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden