PlusInterview

Film over de Groninger hiv-zaak: ‘Dader en slachtoffer zijn niet altijd van elkaar te scheiden’

Woensdagavond gaat op het filmfestival van Rotterdam Feast van Tim Leyendekker (47) in wereldpremière, de enige Nederlandse film die werd geselecteerd voor de Tiger Competition van het festival.

Tim Leyendekker
 Beeld -
Tim LeyendekkerBeeld -

Hij wil er niet te krampachtig over doen, benadrukt Tim Leyendekker. Maar de regisseur wil toch even iets kwijt over wat er in een andere krant – we zullen geen namen noemen – over zijn film Feast werd geschreven. “Een heel complimenteus stukje verder, maar er stond in dat de film een lans zou breken voor de daders. Dat vind ik heel vervelend, om te beginnen voor de slachtoffers. De film is absoluut niet bedoeld om een lans te breken voor wie of wat dan ook. Als hij iets doet, is het mensen aansporen om zelf te kijken wat je ervan vindt.”

Hiv-besmet bloed

De gevoeligheid is begrijpelijk: Feast draait om de Groninger hiv-zaak, een van de meest geruchtmakende strafzaken van de afgelopen jaren; rond drie mannen die op seksfeestjes doelbewust andere mannen injecteerden met hiv-besmet bloed.

Filmmaker en beeldend kunstenaar Leyendekker maakt er geen spannende thriller of meeslepend rechtbankdrama van, hij kiest een complexere en spannendere vorm. In zeven op zichzelf staande en toch nauw verbonden sequenties worden verschillende kanten van de zaak onderzocht. “Ik wilde het gruwelijke van die Groninger hiv-zaak koppelen aan iets moois, namelijk Symposium, een tekst van Plato. Daarin geven zeven personages in zeven monologen hun definitie van liefdesverlangen, ‘eros’. Die structuur heb ik aangehouden – zeven narratieven die elk op hun manier iets zeggen over de zaak, en hopelijk over meer.”

Om de diversiteit daarvan te vergroten, werkte Leyendekker voor elke sequentie met een andere camerapersoon – “zeven lenzen waardoor ernaar gekeken wordt.” Sommige scènes zijn documentaire, zoals een interview met dader Hans J. of een ­microbioloog, die haast liefdevol vertelt over de verspreiding van virussen. Andere momenten zijn overduidelijk fictie, zoals twee theatrale en lichtelijk absurde scènes, waarvoor theatermaker Gerardjan Rijnders de dialogen schreef. En soms laat Leyendekker moedwillig in het midden wat waar is en wat niet.

“Ik wilde mensen niet aan het handje meenemen in een verhaal, maar een film maken waarin ze worden geactiveerd. De kijker moet zich bezighouden met hoe zij of hij zich tot het werk verhoudt. En daarmee met hoe ze zich verhouden tot het nieuwsfeit waarover het gaat, met hoe dat naar buiten is gebracht, hoe erover wordt ­gepraat.”

Kers op de kaart

Leyendekker werkte al sinds 2012 aan de film. De scène met Hans J. was een van de eerste scènes die hij draaide. “Ik was van begin af aan gefascineerd door zijn rol in de zaak. Hij is er onderdeel van, maar hoort er toch niet helemaal bij. De andere twee daders, Peter M. en Wim D. hadden een relatie; Hans was de minnaar van Peter. Hoewel hij letterlijk naalden in de billen van slachtoffers heeft gezet, ziet hij zichzelf toch ook als slachtoffer in de hele zaak. Dat vind ik een interessante ambiguïteit. Bij dit soort zaken willen we de rollen van dader en slachtoffer graag heel helder definiëren, maar ze zijn lang niet altijd zo helder van elkaar te scheiden.”

Dat hij zo lang aan de film werkte, had vooral praktische oorzaken – het kostte moeite om de film gefinancierd te krijgen, juist ook door Leyendekkers onconventionele aanpak. Hij is niet rouwig om die lange aanloop. “Ik denk dat het er een meer geconcentreerde film door is ­geworden. We konden het steeds verder uitkleden, uitbenen, tot de kern die ik zoek – formeel en conceptueel.”

Dat de film nu zijn wereldpremière krijgt op het filmfestival van Rotterdam, dat in eerdere jaren al diverse korte films van Leyendekker vertoonde, is de kers op de taart. De regisseur is kind aan huis op het IFFR, dat dit jaar zijn vijftigste editie beleeft. “Ik was zeventien of achttien toen ik er voor het eerst heen ging, en Rotterdam is heel belangrijk geweest in mijn denken over film. Ik heb er in de loop der jaren veel werk gezien dat mijn ideeën over film op zijn kop heeft gezet – en over het hele leven. Om daar nu zelf een lange film te hebben, om bij te mogen dragen aan dat ­geheel, dat is een heel mooi gevoel.”

Feast heeft op 3 februari om 21.15 uur zijn premièrevertoning met live Q&A en is vanaf dat moment 72 uur on demand beschikbaar via iffr.com.

Tiger Competition

De Tiger Award is onlosmakelijk verbonden met het filmfestival van Rotterdam, toch is de prijs pas net over de helft van het 50 jaar oude IFFR; hij werd in 1995 voor het eerst uitgereikt. Niettemin wordt dit jaar al de 69ste winnaar aangewezen; tot en met 2015 werden jaarlijks drie gelijkwaardige winnaars gekozen. Slechts een van die eerdere winnaars was Nederlands: in 2002 won Tussenland van Eugenie Jansen.

Tim Leyendekkers Feast neemt het dit jaar op tegen vijftien films uit evenzoveel landen – van China tot Libanon, van Georgië tot de Dominicaanse Republiek. Maar de curiositeit komt van dichterbij: Gritt is de eerste Noorse film die voor de competitie werd geselecteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden