PlusAchtergrond

Filemon vindt dat je complotdenkers wel een podium moet geven

In vaccins zitten microchips waardoor mensen van afstand bestuurbaar zijn. Corona is een griep die veroorzaakt wordt door 5G-straling. Buitenaardse krachten kunnen tot mensen doordringen en mensen besturen. Het zijn zomaar wat beweringen die voorbijkomen in Filemon en de Complotten, een zesdelige serie die vanaf maandag 12 april op televisie te zien is.

Onder de tegenstanders van de coronamaatregelen die regelmatig demonstreren op het Museumplein zijn veel complotdenkers. Beeld Joris van Gennip
Onder de tegenstanders van de coronamaatregelen die regelmatig demonstreren op het Museumplein zijn veel complotdenkers.Beeld Joris van Gennip

Filemon Wesselink is niet de eerste journalist die in de wereld van de complotdenkers duikt. Eerder deed Danny Ghosen dat al, net als de onderzoeksprogramma’s Propaganda en Medialogica. In kranten stonden de afgelopen maanden talloze reportages over complot­denkers: van coronasceptici en antivaxers tot QAnonaanhangers.

Het journalistieke dilemma dat hierbij steevast om de hoek komt kijken: enerzijds wil je verslag doen van een onderstroom in de maatschappij, anderzijds wil je niet iedere wappie ­zomaar leeg laten lopen. Het is balanceren op een wankel koord, zegt Rudy Bouma, die zich als verslaggever voor Nieuwsuur bezighoudt met desinformatie en complottheorieën. “Om in zo’n item de juiste toon te treffen, en het in te bedden in de juiste context, is heel lastig.”

Duistere machten

Grof geschetst zijn er twee scholen. De ene zegt: ‘alles wat je aandacht geeft, groeit’ en dus ­moeten media zeer terughoudend zijn met het aandacht geven aan complottheorieën. En als ze toch berichten over complottheorieën, moet er in ieder geval voldoende tegengas worden ­gegeven. De andere school, waartoe socioloog Jaron Harambam van de universiteit in Leuven behoort, beweert het tegenovergestelde: door complotdenkers weg te zetten als gekkies radicaliseren ze nog verder. Besteed dus juist aandacht aan wat ze te zeggen hebben.

Wesselink behoort ook tot de tweede school. In zijn serie volgt hij mensen die er heilig van overtuigd zijn dat duistere machten, vanuit het World Economic Forum in Davos of vanuit een ander planetenstelsel, het leven op aarde bepalen. Hij gaat met ze mee als ze de straling van 5G masten opmeten, volgt ze naar demonstraties tegen het coronabeleid en voert lange gesprekken met ze, waarbij hij vooral luistert.

“Ik vond het niet nodig om alles wat ze zeiden te weerleggen,” zegt Wesselink. “Je komt dan in een discussie terecht die je toch nooit wint, en je kunt je afvragen wat het oplevert. We hadden ­iemand die zei dat aliens op aarde rondlopen. Daar kun je een hoogleraar tegenover zetten die zegt dat daar geen bewijs voor is, maar wat schiet de kijker daarmee op? Bovendien was dat niet het soort programma dat ik wilde maken. Ik laat zien wie die complotdenkers zijn, hoe het komt dat ze denken wat ze denken. Ik probeer als het ware in hun hoofd te kruipen.”

Bouma kiest voor een andere aanpak, al lenen items in Nieuwsuur zich sowieso al minder voor human interestachtige insteek. “Ik vind dat je complotdenkers niet zomaar kunt laten leeg­lopen zonder hun beweringen te checken. In de reportages die ik maak, laat ik altijd experts aan het woord, die niet alleen met een feitelijke weerlegging komen, maar die ook kunnen ­waarschuwen voor de gevaren van complottheorieën. Het mag geen entertainment worden, zoals je weleens ziet op websites die be­richten plaatsen als ‘Doutzen Kroes vertrouwt coronatest niet’.”

Onderliggend lijden

Bouma vraagt zich, voorafgaand aan een reportage, altijd af hoe groot de groep is waaraan hij aandacht besteedt en hoe potentieel ontwrichtend die kan zijn. Zo besloot hij, nadat op het Binnenhof Pieter Omtzigt voor satanist en Hugo de Jonge voor pedofiel werden uitgemaakt, een reportage te maken van een QAnondemonstratie op het Museumplein. Daarin werden mensen aan het woord gelaten die het hadden over kinderbloeddrinkende elites. “Maar daar zat wel voldoende tegengeluid in, ik liet ze niet zomaar leeglopen.”

Dat Nieuwsuur kiest voor een inhoudelijke ­benadering betekent niet, zegt Bouma erbij, dat hij niet geïnteresseerd is in wie die mensen zijn en hoe het kan dat ze denken wat ze denken. En precies op die vragen wilde Wesselink antwoord krijgen. “Bij meeste mensen die ik gesproken heb,” zegt hij, “speelt een zekere vorm van ‘onderliggend lijden’ een rol. Een conflict met de staat, een faillissement, een traumatische echtscheiding. Bijna allemaal koesteren ze een diep wantrouwen tegen de overheid. Ook opvallend: ze kennen elkaar bijna allemaal, het is maar een heel klein clubje. Voor veel van hen levert het aanhangen van zo’n theorie ze ook wat op: een sociaal leven, status, zowel online als tijdens ­demonstraties, maar vooral een zekere houvast. Sommige mensen vinden die houvast in religie, anderen in complottheorieën. De meeste mensen die ik sprak, leken er wel gelukkig van te worden.”

Hartjes en liefde

Socioloog Harambam wees er in zijn onder­zoeken – hij promoveerde op complotdenken – al op dat niet iedere complotdenker op het punt staat tot geweld over te gaan. En al is er een klein groepje dat 5G-masten en coronateststraten in brand steekt, het overgrote deel is volstrekt ­ongevaarlijk. Wesselink kwam tot eenzelfde conclusie: “Ik ben weinig agressie tegengekomen, de meeste mensen lopen met hartjes rond en prediken liefde. Ik vond het allemaal behoorlijk geruststellend.”

Voelde Wesselink dan nooit de behoefte om in discussie te gaan als iemand weer stellig ­beweerde dat Bill Gates de kwade genius achter de coronapandemie is? “Ik heb zeker kritische vragen gesteld, maar ik wilde ze vooral beter ­begrijpen. En als mensen zich gehoord voelen – zeker door iemand van de publieke omroep, die ze vaak al enorm wantrouwen – kan ze dat ook helpen. Ik ben televisie gaan maken om mensen te spreken die juist niet mijn mening hebben.”

De zesdelige serie Filemon en de Complotten is vanaf maandag 12 april te zien om 21.30 uur op NPO 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden