Plus PS

Feuilleton Vuijsje: 'Niet één van ons zit in die hele Kamer'

Schrijver Robert Vuijsje bracht tot en met de verkiezingen David en Rowanda uit Alleen Maar Nette Mensen weer bij elkaar in dit wekelijkse feuilleton. Alle afleveringen op een rij:

Beeld Ted Struwer

De eerste keer begreep Rowanda niet wat er grappig aan was. De keren erna vond ze het nog steeds niet grappig, alleen wist ze toen wel waar het over ging.

David en Rowanda zetten hun fietsen op slot voor de deur bij zijn ouders, in de Van Breestraat. Rowanda was bezig aan een monoloog met als onderwerp: wat ze allemaal voor David over had. Voor hem deed ze iets wat ze nooit eerder had gedaan: door de stad fietsen.

Ja, het was snel en handig maar fok dat, mensen zoals Rowanda deden niet aan fietsen, net zoals ze niet aan wintersport deden of aan slapen in een tent op een camping in Frankrijk.

En nog een nadeel aan haar fiets op slot zetten in de Van Breestraat: als ze hem straks weer van het slot afhaalde, wat dacht hij dat er dan gebeurde; hoeveel buren gingen er deze keer door hun ramen kijken om te zien of die zwarte vrouw een fiets aan het stelen was?

David onderbrak haar monoloog. Voor het eerst probeerde hij zijn nieuwe zinnetje uit: "Doe normaal of ga weg."

"Wat zei je?" Rowanda keek hem aan, met de fietsketting in haar hand. David deed alsof het een heel normaal zinnetje was, de minister-president had het zelf geschreven in zijn brief aan alle Nederlanders.

"O ja, dat," zei Rowanda. "Ja, dat zinnetje bedoelde hij echt voor alle Nederlanders."

Davids moeder had de voordeur al opengedaan; ze moesten snel komen, anders kwam de kou naar binnen. En het eten stond op tafel. Ze had een ceviche gemaakt met wilde zalm en koosjere garnalen. Davids vader zat er klaar voor, hij had iedereen een glas Californische sauvignon blanc ingeschonken.

Rowanda vroeg of hij geen zoete wijn had, ook uit Californië, die heette zinfandel, toch?

Nee, die had hij niet. Davids vader was begonnen aan het volgende onderwerp. "Jullie hebben allemaal het interview gezien."

Rowanda vroeg: "Bedoel je die toespraak van Beyoncé bij de Grammy's?" En nu ze toch bezig was: waarom had Bad & Bougie van Migos geen Grammy gekregen?

Davids vader pauzeerde even. Kon hij iets met deze ­informatie? Nee. Terug naar het interview. De analyse van Davids vader: het gesprek van Rick Nieman met Geert Wilders was journalistiek gezien natuurlijk een lachwekkende vertoning, maar toch had hij weer nieuwe inzichten gekregen in de belevingswereld van de boze witte man. Hij voelde het als zijn burgerplicht om die man te begrijpen.

"En de boze zwarte man?" vroeg Rowanda. "Moet u die ook begrijpen?"
Davids vader vroeg: "Wat?"

Rowanda noemde een paar voorbeelden van zaken waar zwarte mannen in Nederland boos over zouden kunnen worden.

David greep in voordat zijn vader antwoord kon geven. Hij wilde aan Rowanda uitleggen waarom de PVV zo gevaarlijk was voor joden zoals hijzelf. "Nadat de Turken en Marokkanen aan de beurt zijn geweest," zei hij. "Wie denk je dat ze dan pakken?"

"De Antillianen?" vroeg Rowanda. "En de Surinamers?"

"Oké," zei David. "Maar daarna?"

"De Afrikanen?" vroeg Rowanda. "De Polen, de Roemenen en de Joego's?"
"Oké," zei David weer. "Maar daarna?"

Davids moeder kondigde aan dat ze er geen wedstrijdje van moesten maken. "We hebben jullie uitgenodigd om een andere kwestie te bespreken." Ze was even stil. "Het gaat over onze hulp in de huishouding."

"Die Marokkaanse toch?" vroeg Rowanda.

David corrigeerde haar. "Je moet zeggen: Nederlands-Marokkaans."

"Wat denk je dat die vrouw zich voelt?" vroeg Rowanda. "Nederlands of Marokkaans?"

David gaf geen antwoord.

"Dat bedoel ik," zei Rowanda. "Die Marokkaanse dus. Wat is er met haar?"

"Het gaat om een delicate kwestie," zei Davids moeder. "Jullie hebben eh, meer voeling met dat soort mensen. Daarom wil ik jullie advies."

"Meer voeling?" vroeg Rowanda. "Heeft David dat?"

Robert Vuijsje (46) debuteerde in 2008 met de roman Alleen Maar Nette Mensen, over de gecompliceerde romance tussen ­David, de joodse gymnasiast uit Oud-Zuid en Rowanda, de alleenstaande moeder van Surinaamse afkomst uit de Bijlmer Beeld Linda Stulic
Beeld Ted Struwer

Toen Davids moeder vertelde hoeveel uur ze in de keuken had gestaan, begon zijn vader te applaudisseren. Hij moedigde David en Rowanda aan om ook op te staan en mee te doen aan zijn toejuiching.

David wist nooit zeker of de staande ovaties van zijn vader gemeend waren of dat hij het bedoelde als vernedering voor zijn moeder en haar ceviche met wilde zalm en koosjere garnalen.

Davids moeder onderbrak het applaus. Ze wilde net vertellen over de delicate kwestie met haar hulp in de huishouding.

"Dat heet toch een werkster?" vroeg Rowanda. Ze keek om zich heen. Rowanda kwam verder nooit in huizen die werden schoongemaakt door een werkster.

Het was er niet aan af te zien, maar Rowanda hield haar mond. Ze had alleen gemerkt dat Davids moeder altijd het huis opruimde op de avond voordat de werkster kwam. Dat was toch waar ze die werkster voor had?

De delicate kwestie was begonnen toen Davids moeder met Whatsapp een bericht wilde versturen aan Samira, over hun volgende afspraak. Of nee wacht: eigenlijk was het een paar weken eerder begonnen.

Ineens zag ze dat Samira een hoofddoek droeg. De eerste keer dacht ze: is dat echt een hoofddoekje of had Samira het vandaag koud? Maar de week daarna droeg ze er weer een.

"Ja?" vroeg David. "Dus?"

Davids moeder had Samira altijd gezien als een gewoon Amsterdams meisje. Ze had niet zo'n ingewikkelde ­Marokkaanse naam, haar dochter zou ook Samira kunnen heten.

Al die jaren dat Samira bij haar werkte, praatten ze samen over opleidingen, eten, koken, het weer en de kwaliteit van het openbaar vervoer in Amsterdam - dingen waar ze met iedereen over zou kunnen praten.

En ineens was er dat hoofddoekje. Dus Samira was toch anders. Eerst bespraken ze alles en nu durfde Davids moeder niet eens meer te vragen waar dat hoofddoekje vandaan kwam.

En toen wilde ze dus dat appje sturen. Davids moeder liet hem haar telefoon zien. "Hoe heet zoiets?" vroeg ze. "Een profielfoto?"

David keek naar het plaatje dat Samira bij haar Whats­app had gezet. Een lichtblauwe achtergrond met iets wat leek op twee witte handen die elkaar vasthielden en daaronder in witte hoofdletters: DENK.

"Het logo van Denk?" vroeg hij. "Van de politieke partij?"

"Dat zijn toch die Turken?" zei Rowanda. "En zij is Marokkaans?"

Davids moeder begreep ook niet hoe dat zat. Turken waren toch anders dan Marokkanen? Of waren ze bij Denk plotseling weer hetzelfde? Maar het ging haar om de combinatie met die hoofddoek. Wat was hier aan de hand? Was Samira aan het radicaliseren?

Rowanda lachte hardop.

"Ho ho," zei Davids vader. "Dit is een serieuze kwestie. Samira komt elke week in ons huis, ik wil weten wat voor vlees ik in de kuip heb."

"Halal vlees, denk ik?" vroeg Rowanda.

Davids vader praatte verder. "Wat wij zouden willen, David, is dat jij aan je Marokkaanse vriend vraagt hoe wij dit moeten inschatten. Is deze vrouw gevaarlijk?"

Rowanda vroeg: "Heb jij een Marokkaanse vriend?"

David herhaalde haar vraag. En gaf er antwoord op: "Niet dat ik weet?"

"Die jongen met wie je elke week voetbalt," zei Davids vader. "Is dat geen vriend?"

"O ja," zei David. "Tofik."

"Voetbal jij elke week?" vroeg Rowanda. "Ik dacht dat jullie alleen aan denksport deden."

David zei dat ze moest ophouden met grappig doen. Hij bedacht dat er een Amsterdamse Marokkaan was die hij nog beter kende: zijn kapper, Khalid.

"Ik begrijp het niet," zei Rowanda. "Waarom vragen jullie niet aan haar wat er aan de hand is?"

"Daarvoor is het te delicaat," zei Davids moeder. "We willen niet dat het escaleert."

David beloofde: "Eh oké, ik zal even naar Khalid toe gaan."

"Ik ga mee," kondigde Rowanda aan. "Dit moet ik zien."

Beeld Ted Struwer

Dus dit was het plan. De opdracht die David had gekregen van zijn ouders: aan een Marokkaanse vriend vragen of hun werkster geradicaliseerd was, omdat ze ineens een hoofddoekje droeg en het logo van de politieke partij Denk als profielfoto op haar Whatsapp had gezet.

De kapsalon waar Khalid werkte, zat in de Jan Evertsenstraat. Niet de Jan Evertsenstraat waar David vroeger niet durfde te komen, dit was de hippe winkelstraat die de Jan Eef werd genoemd.

En dit was niet de kapsalon waar vroeger alleen Marokkaanse mannen naar binnen gingen, nu wilde iedereen kunnen zeggen dat hij een Marokkaanse kapper had en zat het er vol met op hun beurt wachtende hipsters.

Niet dat David een hipster was. Hij kwam bij Khalid omdat die zijn haar tenminste snapte. Als jood had David natuurlijk heel ander haar dan die Hollandse kaaskoppen.

David en Rowanda stonden voor de deur van de kap­salon.

"Dus jij komt vanuit Zuid helemaal hiernaartoe voor de kapper?" vroeg Rowanda. "Omdat deze kapper jouw haar snapt?"

"Ja," zei David. "Khalid snapt mijn haar."

"Ga je dat hele ding doen?" vroeg Rowanda. "Dat je de eerste letter van Khalids naam zegt als een G en niet als een K?"

David zei: "Dat is toch hoe je zijn naam uitspreekt?"

Rowanda vroeg of ze nog naar binnen gingen.

Khalid was bezig met een klant. David liep naar hem toe en begon aan een omhelzing. Khalid had een schaar in zijn hand en permitteerde de omhelzing. Daarna gaf hij Rowanda een hand en zei dat hij zo bij ze kwam.

Sinds een paar maanden was er in de kapsalon een kleine bar gebouwd waar de hipsters authentieke Marokkaanse thee en koffie konden bestellen. Rowanda wilde wat Marokkaanse koekjes kopen, alleen had ze geen geld bij zich.

Met Davids pinpas liep ze naar de bar toe. "Wat is je pincode ook weer?" David riep: "4045."

Rowanda wilde al pinnen toen David haar tegenhield. Begreep ze niet dat het een grapje was?

"O ja," zei Rowanda. "Wat was dat grappig."

Khalid was klaar met de vorige klant, David mocht komen zitten. Rowanda pakte een stoel en ging ernaast zitten. In de spiegel konden ze elkaar zien. En ze zagen Khalid, die achter David stond.

In de spiegel keek Khalid naar Rowanda en vroeg: "Heb jij al een plan B?"
Rowanda zei dat ze nog niet zeker wist wat ze zou doen. Ze wist wel dat ze voor het eerst in haar leven ging stemmen. "En jij?" vroeg ze aan Khalid. "Naar Marokko?"

Bij zijn vorige vakantie in Marrakesh had Khalid gekeken naar appartementen. Die waren niet zo goedkoop als hij had gedacht. En zijn familie woonde niet in Marrakesh. Maar ja, zijn familie woonde in de bergen en daar wilde Khalid weer niet heen.

"Wat is dit?" vroeg David. "Waarom vragen jullie niet naar mijn plan B? Alsof ik niet zou emigreren nadat Wilders de verkiezingen heeft gewonnen."

Khalid zei: "Wees blij dat je niet zwart bent."

Rowanda stond op. Ze wilde weten hoe het precies zat met die Turken en Marokkanen die zichzelf zwart noemden. "Kijk in de spiegel," zei ze tegen Khalid. "Heb jij dezelfde kleur als ik of heb je dezelfde kleur als David?"
Khalid gaf geen antwoord.

"Dus dat." In de spiegel keek Rowanda nu naar David. "Kwam jij hier niet om hem iets te vragen?"

"Eh." David aarzelde. "Kan het niet straks, als Khalid klaar is?"

"Wat?" vroeg Rowanda. "Ben je bang dat hij je gaat prikken met die schaar? Of dat hij je haar gaat opfokken?"

"Wat is het?" vroeg Khalid. "Wat wilde je vragen?"

Beeld Ted Struwer

Eerst zat hij nog voor de spiegel van de kapper. Rowanda had David gedwongen om hem te stellen, de vraag waarvoor ze waren gekomen: van zijn ouders moest David bij een Marokkaanse vriend checken of hun werkster geradicaliseerd was omdat ze ineens een hoofddoekje droeg en het logo van de politieke partij Denk als profielfoto op haar Whatsapp had gezet.

Nadat David de vraag had gesteld, stopte Khalid met knippen. Hij keek David aan via de spiegel en begon aan een opsomming. Aan de stem van Khalid hoorde je niet dat zijn ouders uit Marokko kwamen. Je hoorde alleen dat hij zelf uit Amsterdam kwam. De opsomming ging over dingen waar hij niks mee had.

Met Denk had Khalid niks, dat waren toch die Turken die alle moslims probeerden wijs te maken dat ze slachtoffers waren? Ook met hoofddoekjes had hij niks, maar als dat meisje er een wilde dragen moest ze dat lekker zelf weten, wat was het probleem?

Met moskeeën had Khalid niks, hij geloofde nog wel, maar waarom zou hij ergens heen gaan om zich de les te laten lezen door een ouwe man die al dertig jaar in Nederland woonde en nog steeds de taal niet sprak?

En nu hij toch bezig was: met alle respect, maar waar maakten de ouders van David zich druk over? Of hoorde het bij de nieuwe regels in Nederland: Normaal. Doen. En wie besliste wat er normaal was?

Was het normaal om een bak shoarmavlees te pakken en daar patat, sla en kaas overheen te doen en het een kapsalon te noemen? Waar Khalid vandaan kwam, vonden ze dat niet normaal, zo ging je niet om met shoarma.

Zijn monoloog was voorbij, Khalid ging een scheermesje pakken voor de contouren, hij was bijna klaar.

"Zie je," zei David in de spiegel tegen Rowanda. "Hij snapt mijn haar."
"Sowieso," zei Rowanda. "Jullie snappen elkaar echt."

David wist nooit zeker of Rowanda het meende of dat ze juist het tegenovergestelde bedoelde.

Na het knippen stonden ze nog even aan de bar waar je authentieke Marokkaanse thee en koffie kon kopen. Een van de wachtende hipsters stond op en kwam bij ze staan. Hij droeg een zwarte broek met officieel gescheurde gaten bij de knieën en zei dat hij Pepijn heette.

Pepijn had hun gesprek gevolgd en wilde iets zeggen. Natuurlijk veroordeelde hij het institutionele racisme dat in Nederland de standaard was geworden.

Rowanda onderbrak hem. "Wat voor racisme?"

Pepijn gaf geen antwoord. Maar hij vond wel dat dit de spannendste verkiezingen in jaren waren, ondanks de ziekelijke populistische wens van politici om een scheidslijn te trekken tussen eersterangs en tweederangs Nederlanders.

"Ja, spannend hè," zei Khalid. "Of ze mij het land uit gaan zetten of niet."
Pepijn begreep niet waarom Khalid zo agressief moest reageren. "Ik sta toch aan jouw kant?"

"O ja, dat was ik vergeten," zei Khalid. "Ik moet je bedanken omdat je niet op de PVV gaat stemmen."

Pepijn vroeg wat ze gingen doen op verkiezingsavond. Zelf ging hij naar een happening van GroenLinks, waarschijnlijk zou de Jessias daar ook komen. "Hebben jullie zin om mee te gaan?

Rowanda lachte hardop, Khalid liep weg zonder antwoord te geven.
"Wij kunnen niet," zei David. "Mijn vader wil de avond met ons samen beleven. En hij is nog steeds van de PvdA, de ouderwetse sociaal-democratie."

Rowanda zei dat hij haar niet weer naar zo'n saai alleen maar nette mensen-ding moest meenemen.

Pepijn bood nog een keer aan dat ze mee konden naar de happening. Het zou net zo swingend worden als de GroenLinks-bijeenkomst in AFAS Live.
"Waar?" vroeg Rowanda.

David legde uit dat het de nieuwe naam was van de Heineken Music Hall. En dat ze helaas niet konden. Het was de avond van het jaar voor zijn vader en daar moesten ze bij zijn.

Beeld Ted Struwer

David en Rowanda stonden voor de deur bij het huis van zijn ouders in de Van Breestraat toen haar moeder belde. Het was zeven uur 's avonds.
"Ja, ma?" zei Rowanda.

Haar moeder vroeg op wie ze moest stemmen, ze stond in het stemhokje in de sporthal op het Anton de Komplein. Hoe heette die ene jongen met dat leuke haar nou, was dat Jesse Klaver? En van welke partij was hij?
Rowanda zei dat ze op Sylvana had gestemd.

"O ja." Die was Rowanda's moeder vergeten. Welke partij was dat?
Een minuut later hing ze op. Rowanda vertelde dat haar moeder pas in de jaren tachtig uit Suriname was verhuisd, ze kon niet wennen aan de Nederlandse politiek. En waarom moesten ze vanavond weer naar zijn ouders en niet naar haar moeder?

David zei dat het een grote avond was voor zijn vader, hij was al dertig jaar lid van de PvdA.

Rowanda vroeg: "Ja, dus?"

De deur ging al open. Davids moeder vroeg op wie hij had gestemd.

"Op Asscher," zei hij. "Als ik het niet doe, wie dan wel?"

"Echt waar?" vroeg zijn moeder. "Wat lief van je. Aandoenlijk."

David zei dat het niet lief bedoeld was.

Zijn ouders hadden een dubbele woonkamer, de schuifdeuren stonden open. Op de eettafel had zijn moeder een buffet van Spaanse tapas uitgestald die ze op de bank konden opeten.

"Maar het is zeven uur," zei David. "De eerste uitslag komt om negen uur."

Het waren de orders van zijn vader, zo wilde hij het vanavond. Wat hij niet wilde, en twee uur later nog steeds niet: vertellen op wie hij had gestemd. Nadat ze om negen uur de eerste exitpoll hadden gezien, bleef het een paar seconden stil.

Rowanda was de eerste die iets zei. "Dus Sylvana komt niet in de Tweede Kamer?"

"Ho ho," zei David. "Wij hebben ook maar één jood in de Kamer. Als hij mag blijven."

"Hoeveel joden wonen er in Nederland?" vroeg Rowanda. "En hoeveel zwarte mensen? Niet één van ons zit in die hele Kamer."

Davids vader legde uit dat het daar niet om ging.

Rowanda vroeg waar het dan wel om ging.

En David vroeg op wie hij nou had gestemd.

"Ook daar gaat het niet om," zei Davids vader. Hij pakte de afstandsbediening. "Laten we naar die wedstrijd in de Champions League kijken. Monaco tegen Manchester ­City. Dat is de echte aardverschuiving van vanavond."

Twee uur later.

Rowanda lag op de bank te slapen, ze werd wakker van de muziek bij de opkomst van Alexander Pechtold voor zijn overwinningsspeech. "Sean Paul?" zei ze.

"Hoe dan?" Rowanda viel weer in slaap, tot een paar minuten later ook Mark Rutte opkwam met muziek. "Bruno Mars?" vroeg ze. "Wat is dit? We mogen wel liedjes zingen, maar niet in die Kamer zitten?"

Davids vader wilde weer uitleggen dat het daar niet om ging. David onderbrak hem. "Op wie heb je nou gestemd?" vroeg hij. "Zeg het gewoon."

Davids vader begon aan een lange historische analyse over hoe hij vanaf zijn achttiende altijd op de PvdA had gestemd en hoe zijn leven was verbonden aan de partij.

"Heel interessant," zei David. "Maar op wie heb je deze keer gestemd?"

Davids vader deed zijn bril af. Waren dat tranen in zijn ogen? Het was middernacht toen de bekentenis kwam. Om tactische redenen had hij zich vandaag gedwongen gezien om op GroenLinks te stemmen.

"En je hebt altijd gezegd dat je mij zou onterven als ik op iets anders stemde dan de PvdA?" zei David.

Hij werd onderbroken door Rowanda. Ze zag Asscher op de televisie. "Wat is er met zijn haar?"

"Nee, dan Sylvana," zei David. "Die verandert nooit iets aan haar haren."

"Mag die televisie nu uit?" vroeg Rowanda. "Ik ben er klaar mee."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden