Plus

F. Stariks ode aan de overledenen van wie niemand iets wist

De vorig jaar overleden schrijver-dichter F. Starik was coördinator van de Poule des Doods. Postuum verscheen zijn derde boek over eenzame uitvaarten, Dichter van dienst.

F. Starik en Anneke Brassinga (rechts) bij een eenzame begrafenis op begraafplaats Sint Barbara. Beeld Hollandse Hoogte / Werry Crone

En toen ging F. Starik dood. De dichter die zestien jaar lang de Poule des Doods beheerde, een groep poëten die eenzame uitvaarten in Amsterdam verzorgde. ‘Het recept is eenvoudig en mag inmiddels als bekend worden verondersteld: dichters schrijven een gedicht – en dragen dat op de ­uitvaart voor – voor die mensen die anders waren overgeschoten, voor wie niemand zou komen, over wie niemand had gesproken, was de dichter er niet geweest.’

Dat schrijft F. Starik in het postuum uitgekomen Dichter van dienst, over De eenzame uitvaart. Het is het derde boek dat Frank Starik schreef over die eenzame uitvaarten, na De eenzame uitvaart (2005) en Een steek diep. Schetsen van verloren levens (2011).

Nu dus dit boek, waarin hij, als hoofdman van de Poule des Doods, verslag doet van de eenzame uitvaarten. Vanaf het moment dat hij door ­iemand van de gemeentelijke dienst Team Rampen, Uitvaarten en Pen­sion wordt gebeld dat er een eenzaam iemand is overleden, het contact met de dichter van dienst, tot en met de uitvaart. En het citeren van het gedicht dat aan het graf is voorgelezen.

Het zijn mooie, schrijnende verhalen die hij optekent in deze bloemlezing van eenzame uitvaarten die loopt van 2 augustus 2010 tot 13 maart 2018 (hij was dichter van dienst). Drie dagen later, op 16 maart, stierf F. Starik.

Och arme

‘De eenzame uitvaart,’ schrijft F. ­Starik in het voorwoord, ‘is als verschijnsel nauwelijks meer weg te denken uit ons taalgebied.’ Dat bewijst dit boek nog. Niet alleen de gedichten van de dichters van dienst zijn goed en treffend, en veel meer dan gelegenheidsgedichten, de verslagen van F. Starik zijn odes aan die kleine ­levens, die de beschamende vraag ­oproepen waarom niemand iets wist van de gestorvenen.

‘Een onbekende man, op zaterdag 10 september aangetroffen door de politie. Hij heeft zich verhangen aan een boom in een bosschage in de kruising Basis-, Seine- en Rhôneweg.’ Die melding krijgt F. Starik bijvoorbeeld begin oktober 2011. Geen naam, alleen een halfcirkelvormig litteken op zijn buik. Anneke Brassinga wordt aangezocht om te dichten aan zijn graf. ‘O, god,’ zegt ze, ‘och arme.’

En ze schreef Onland, dat zo begint: Ik ben de plek gaan zien waar ze je vonden/ Een flard politielint hangt er nog aan een tak./ Het is een kleine wildernis, bosschages en// schraal gras, tussen asfaltfabrieken vol donderend/ geraas. De havens zijn vlakbij – wat is/ een haven, voor wie geen kant op kan?

Grote eer

Ook Maria Barnas, Erik Jan Harmens, Sasja Janssen en de in 2018 overleden Menno Wigman, om een paar dichters van dienst te noemen, eren de ­doden. Die, al merken ze er niets meer van, aan de vergetelheid zijn ontrukt.

‘Op een dag zal ook mijn plek ­beschikbaar komen,’ zegt F. Starik in het voorwoord. Die dag kwam vroeger dan gedacht. Hij is opgevolgd door Joris van Casteren, zoals Starik wenste. ‘Ik beschouw het als een grote eer,’ aldus Van Casteren in het nawoord.

Dichter van dienst van F. Starik is naast een mooi boek ook een even fraaie ode aan zichzelf.

F. Starik: Dichter van dienst. Nieuw Amsterdam, 320 blz, €20,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden