PlusExpositierecensie

Expositie Gospel: Uit je dak bij Mahalia Jackson

Gospel is de religieuze muziek van zwart Amerika. Het genre was ook van grote invloed op wereldse muziekstijlen als soul, jazz en zelfs rock-’n-roll, laat een mooie en belangrijke tentoonstelling in Museum Catharijneconvent zien en vooral horen.

Peter van Brummelen
Leden van een pinkstergemeente in Chicago.
 Beeld Library of Congress
Leden van een pinkstergemeente in Chicago.Beeld Library of Congress

In 1964 bestond het Nederlands Bijbelgenootschap 150 jaar. Het werd onder meer gevierd met een bijeenkomst in de Jaarbeurs in Utrecht, waar zo’n 23.000 protestantse jongeren op afkwamen. Keurige jongeren, mogen we wel zeggen; de jongens nog met korte haartjes en bijna allemaal in pak met das, de meisjes – sorry – regelrechte tutjes.

Maar ze werden alle 23.000 wild toen de Amerikaanse gospelzangeres Mahalia Jackson begon te zingen. Op de tentoonstelling Gospel zijn er beelden van te zien. En al binnen een paar seconden vraag je je af: waarom zijn deze beelden niet veel en veel bekender?

Podium bestormen

De jongeren klapten en zongen mee, ze dansten en bestormden het podium. De politie moest er zelfs aan te pas komen om Mahalia Jackson te ontzetten. Het zijn taferelen zoals we die kennen van rock-’n-roll- of beatconcerten uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig, maar hier ging het dus om de religieuze muziek van zwart Amerika.

Gospel viel in de jaren zestig in goede aarde in Nederland, leert de tentoonstelling in Museum Catharijneconvent. Meteen al in de eerste zaal draait alles om Oh Happy Day, de misschien wel bekendste gospelsong aller tijden. In 1969 stond het lied in de versie van het Amerikaanse kerkkoor de Edwin Hawkins Singers twee weken op de eerste plaats van de Nederlandse hitparade.

Maar ook in de negentiende eeuw al liep Nederland warm voor religieuze muziek van zwarte Amerikanen. In 1877 toerden de Fisk Jubilee Singers met groot succes door ons land. Ze zongen hun spirituals in protestante kerken in het hele land en werden zelfs ontvangen door Koning Willem III. Nog maar vier jaar daarvoor maakte Nederland effectief een einde aan de slavernij.

Plantage

In de tentoonstelling in Utrecht komt slavernij uitgebreid aan de orde. Dat kan ook niet anders; de muziek die wij nu kennen als gospel had als voorloper de liederen die werden gezongen op plantages, die op hun beurt weer waren voortgekomen uit muziek zoals die had geklonken in Afrika. Een zaal toont percussie-instrumenten van lang geleden.

In een andere zaal staat pontificaal een Hammondorgel opgesteld. In gospel draait het in de eerste plaats om zang natuurlijk, maar in de begeleiding daarvan is de Hammond sinds de jaren veertig hét instrument. Vooruit, samen met de tamboerijn dan. Het was de combinatie van emotionele zang, zuigende Hammondklanken en uitbundige ritmiek die gospel ook deed aanslaan buiten kringen van strikt gelovigen.

Rhythm and blues

Het leidde in de jaren zestig tot merkwaardige toestanden. In Utrecht is een fragment te zien uit Playboy After Dark, de tv-show van Playboy-hoofdredacteur Hugh Hefner. Te gast daarin: de gospelzangeres Clara Ward. Volkomen out of place, zou je denken, maar het publiek in de tv-studio genoot en de aanwezige Playboy Bunnies bewogen enthousiast mee op de muziek. Vanzelfsprekend spraken geloofsgenoten van Ward, die iets strenger in de leer waren, er schande van.

De invloed van gospel op Amerikaanse muziek laat zich moeilijk overschatten. In 1949 bedacht de muziekjournalist en latere platenproducer Jerry Wexler de term rhythm and blues als aanduiding van zwarte populaire muziek. Later zei hij een beetje spijt te hebben van die term; niet de blues was de voornaamste bron van die muziek, maar gospel.

Vanuit gospel vallen makkelijk lijntjes te trekken naar de soul en jazz, maar ook de vroege rock-’n-roll leunde er zwaar op. Voor wie dat laatste moeilijk voor te stellen is: bekijk op YouTube wat filmpjes van Sister Rosetta Tharpe (1915-1973), de gospelzangeres en gitarist die ook wel bekend staat als de godmother of rock and roll. In de manier waarop ze, al in de jaren vijftig, de elektrische gitaar bespeelde, zou je zelfs een vroege voorbode van de hardrock kunnen horen.

De makers van de expositie in Museum Catharijneconvent, noemen ook hiphop als genre dat wortels in de zwarte kerkmuziek heeft. Maar hoe de muziek van acts als Public Enemy en Run DMC, waarvan elpeehoezen aan de wand hangen, ook maar iets van doen heeft met gospel wordt helaas niet duidelijk gemaakt. Een talking head op de tentoonstelling is wel de Nederlandse rapper Typhoon, maar hij heeft het in een aan Black Lives Matter gewijde zaal vooral over etnisch profileren.

Black Lives Matter

De zaal over Black Lives Matter, volgt logischerwijs na een zaal waar het gaat om de in de jaren zestig gevoerde strijd voor gelijke rechten van Amerikaanse zwarten. In die door (onder anderen) dominee Martin Luther King gevoerde strijd speelde muziek een grote rol. Gospelzangeressen Mahalia Jackson en Aretha Franklin, die als zo ongeveer alle soulvocalisten een kerkelijke achtergrond hadden, trokken samen met King op.

Vlak voor Martin Luther King in 1963 in Washington zijn beroemde toespraak I have a dream hield, zweepte Mahalia Jackson de 200.000 aanwezigen op met het zingen van de gospel How I Got Over.

Gospel, Museum Catharijneconvent, Utrecht, t/m 10 april

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden