Expositie Avant-gardes '20|'60 in Van Gogh Museum

Terwijl de bouwput van het Stedelijk voorlopig nog een bouwput blijft, krijgt het publiek stukje bij beetje meer te zien van de collectie van het vernieuwende museum. Het Post CS-gebouw bleek ongeschikt voor de beroemde klassiek-moderne mees-terwerken van het Stedelijk, maar die waren wel te zien op de expositie Heilig vuur in de Nieuwe Kerk.

Nu heeft het Van Gogh Museum twee verdiepingen ingericht met werk uit het Stedelijk. Beneden hangt de avant-garde van de jaren twintig van de vorige eeuw; boven hangen grensverleggende kunstwerken uit de jaren zestig.

Een beetje vreemd, om de iconen van weleer te zien in de nog tamelijk nieuwe tentoonstellingszaal van het Van Gogh Museum. Je beseft weer die vreemde discrepantie tussen de twee buren op het Museumplein: het museum voor de moderne kunst zit in een negentiende-eeuws gebouw, terwijl de negentiende eeuw wordt getoond in een modernistisch pand.

Maar de werken houden goed stand in het lastige gebouw van Kurokawa, met zijn gebogen gevel. Vooral de zaal met werken uit de jaren twintig is mooi ingericht, met kunst langs de wanden en in het midden een enorm zwart kleed, wellicht als knipoog naar het beroemde zwarte vierkant van Malevich.

Heilig vuur werd ontsierd door een spiritueel of religieus sausje waarmee alle kunstwerken op de tentoonstelling waren overgoten en dat er vaak met de haren bijgesleept was. Avant-gardes '20|'60 speelt wat dat betreft op safe en laat in het oog springende tendensen van twee decennia aan bod komen.

De avant-garde speelde zich in de jaren twintig vooral af in Europa, met Parijs als het onbetwiste middelpunt. De tentoonstelling laat veel grote namen uit die tijd zien, zoals Picasso, Mondriaan en Malevich, afgewisseld met stoelen van onder anderen Rietveld, Breuer, Le Corbusier en Charlotte Perriand. De stoelen worden als autonome sculpturen gepresenteerd, terwijl de makers in hun ontwerpen juist kunst en het echte leven wilden laten samensmelten. Wat bedoeld was voor massaproductie, wordt nu letterlijk op een voetstuk geplaatst.

In de presentatie van kunstwerken uit de jaren twintig voert het abstract-geometrische werk van Mondriaan, Van Doesburg, Malevich, El Lissitzky en consorten de boventoon. Prachtig, maar tegelijk verhult deze selectie ook een beetje dat het museum geen representatief overzicht kan laten zien van vele andere stromingen die op dat moment speelden. Het surrealisme is in het Stedelijk nauwelijks vertegenwoordigd, zodat een schilderij als La horde van Max Ernst hier niet goed tot zijn recht komt. Ook twee schilderijen van Raoul Hynkes en Carel Willink hangen er wat verloren bij.

De sfeer verandert totaal op de bovenverdieping van het Van Gogh Museum, waar de jaren zestig aan bod komen. De selectie die hier te zien is maakt, hoe beperkt ook, duidelijk dat het Stedelijk in deze periode duidelijk de vinger aan de pols hield van de nieuwste tendensen in de beeldende kunst. De belangstelling was inmiddels zwaar verschoven naar kunst uit de Verenigde Staten, waar het Stedelijk belangrijke stukken aankocht van Elsworth Kelly, Roy Lichtenstein, Jasper Johns en Frank Stella.

Maar ook het oude Europa werd niet vergeten, zodat het museum kan nu putten uit een mooie verzameling nouveau réalisme van Yves Klein, Martial Raysse en Daniël Spoerri. Die laatste kunstenaar is vertegenwoordigd met een tafelblad waarop hij de restanten van een diner vastlijmde. Opgeklapt tegen de muur vormt het werk een speels commentaar op de wens van kunstenaars om kunst en het echte leven te laten versmelten. (KEES KEIJER)

Gerrit Rietveld: Rood blauwe stoel (1918-1923). Foto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden