PlusAchtergrond

Expo Rembrandt Revival: hoe kunstenaars in de 19de eeuw een nieuwe draai gaven aan etsen van Rembrandt

Félix Bracquemond, 'Het terras van Villa Brancas' (1876). Beeld
Félix Bracquemond, 'Het terras van Villa Brancas' (1876).

Kunstenaars in de negentiende eeuw gaven een nieuwe draai aan de etsen van Rembrandt. Een tentoonstelling in Museum Het Rembrandthuis nodigt uit tot vergelijken.

Kees Keijer

Plotseling doken ze overal op. In de periode 1875-1885 ontstaan in Europa en de Verenigde Staten allerlei clubs van enthousiaste kunstenaars die de etskunst nieuw leven wilden inblazen. Voor die tijd werd de etstechniek weliswaar toegepast voor het vervaardigen van reproducties naar schilderijen, maar een nieuwe generatie ontdekte omstreeks 1850 het etsen als een techniek waarmee kon worden geëxperimenteerd.

Hoe werkt het ook weer? Bij een ets wordt een plaatje koper of zink voorzien van een laag donkere etsgrond. Daar krast de kunstenaar met een etsnaald een voorstelling in. Als de plaat in een bad salpeterzuur of een andere vloeistof wordt gelegd, worden de gekraste delen uitgebeten. Die lijnen worden vervolgens met inkt gevuld. De inkt wordt met de muis van de hand van de plaat geslagen, maar de inkt blijft in de uitgebeten partijen zitten. Vervolgens wordt de plaat in een pers op een blad papier gedrukt.

De techniek leent zich voor allerlei variaties. Door de plaat niet helemaal netjes af te slaan, ontstaat bijvoorbeeld een donkere, levendige voorstelling met meer diepte. Je kunt een etsplaat ook meerdere keren in een zuurbad leggen, waardoor sommige partijen donkerder of lichter worden. Er is van alles mogelijk.

Fluwelige lijnen

De absolute kampioen van de experimentele ets was toen al tweehonderd jaar dood. Zoals bekend heeft Rembrandt van Rijn enorm geëxperimenteerd met de etstechniek. Maar daarna is de techniek een beetje in het slop geraakt. Dat veranderde in het midden van de negentiende eeuw. Rembrandt was toen al geliefd vanwege zijn schilderijen, maar kunstenaars keken ook met argusogen naar de manier waarop Rembrandt fluwelige lijnen in prenten tevoorschijn kon toveren.

Het Rembrandthuis heeft een tentoonstelling georganiseerd over de invloed van Rembrandts etsen op negentiende-eeuwse kunstenaars in Europa. De basis van de tentoonstelling is een recente schenking. Verzamelaar Neeke Fraenkel-Schoorl (1942) schonk onlangs bijna vierhonderd prenten en meer dan tweehonderd stuks grafiek in boeken en tijdschriften aan het museum. Zij verzamelde al van jongs af aan prenten. Die voorliefde ontstond tijdens haar studie kunstgeschiedenis en daarna werkte ze onder meer bij A.L. van Gendt, kunsthandel en veilinghuis in prenten en boeken, en bij Sotheby’s. Een selectie van de schenking wordt getoond met prenten van Rembrandt zelf, zodat de bezoeker wordt uitgenodigd om te kijken en vergelijken.

Familie eenden

De eerste prenten die Neeke Fraenkel-Schoorl kocht waren van Whistler, Haden en Bracquemond en daarmee had ze gelijk drie pioniers van de etsrevival te pakken. De Amerikaan James Abbott McNeill Whistler, die het grootste deel van zijn leven in Parijs en Londen woonde, wordt beschouwd als de belangrijkste grafisch kunstenaar van de negentiende eeuw. In 1858 maakt hij een portretje van zijn neefje Arthur, het kind van zijn zus Deborah en haar echtgenoot, Francis Seymour Haden. Die laatste was een verwoed verzamelaar van oude prenten, vooral van Rembrandt, en had Whistler aangeraden om eens serieus met de etskunst aan de slag te gaan.

Het portret van Arthur verraadt inderdaad de invloed van Rembrandt. Whistler had veel oog voor het spel van licht en schaduw en hij behandelt het kind met de psychologische diepte van een volwassene. De donkere plaattoon draagt ook bij aan de dramatiek van het portret.

Wat Whistler en Haden deden in Engeland, deed Felix Bracquemond in Frankrijk. Hij kon het etswerk van Rembrandt bestuderen in het prentenkabinet van de Bibliothèque nationale de France (BnF) in Parijs en maakte Manet, Degas en Millet enthousiast voor de etstechniek. Bracquemond werkte veel met meesterdrukker Auguste Delâtre, voor wie hij een geestig visitekaartje maakte. Een familie eenden kijkt daarop met belangstelling naar een houten bord waarop de naam van Delâtre prijkt.

Wolkenluchten

De tentoonstelling laat zien dat niet alleen Rembrandts etstechniek twee eeuwen later werd nagevolgd, maar ook diens realistische weergave van allerlei dagelijkse observaties. Rembrandt tekende in 1641 een molen en William Palmer Robins maakte eeuwen later een ets van een vergelijkbare molen.

Het landschap was een geliefd thema bij de kunstenaars van de Etching Revival, waarbij Rembrandts etsen van het landschap rondom Amsterdam als voorbeeld dienden. Ook de grote stad wordt langzaam steeds belangrijker in de etsen. In 1879 maakte Buhot een indrukwekkende ets met een aantal observaties van de extreem koude winter in Parijs. Paarden liggen dood en bevroren in de sneeuw.

Vooral Rembrandts ets De drie bomen uit 1643 was populair. De prent heeft subtiele toonverschillen en nuances in de passerende onweersbui aan de linkerkant van de compositie, terwijl de bomen sterk afsteken tegen de zonovergoten rechterzijde. Je ziet hoe de kunstenaars uit de negentiende en vroegtwintigste eeuw de genuanceerde licht- en donkertonen van Rembrandts prent proberen te benaderen. Maar ook de wolkenluchten zien we steeds terug. In een grote ets heeft Bracquemond de skyline van Parijs weergegeven, maar de Eiffeltoren is een nietig naaldje in vergelijking met de machtige stapelwolken boven de stad.

Rembrandt Revival, t/m 30/10 in Museum Het Rembrandthuis

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden