PlusAchtergrond

Expo over slavernij in het Rijksmuseum: kralen en een voetblok nemen het op tegen power paintings

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum vertelt persoonlijke verhalen met behulp van gebruiksvoorwerpen en kunstwerken, maar ook met kleuren, spiegels, rechte vormen en cirkels. Het is een sterk staaltje museale scenografie.

Spiegelbanen lopen nooit op ooghoogte, zoals de tot slaaf ­gemaakten ook altijd ­gezichtsloos bleven. Beeld Nina Schollaardt
Spiegelbanen lopen nooit op ooghoogte, zoals de tot slaaf ­gemaakten ook altijd ­gezichtsloos bleven.Beeld Nina Schollaardt

Een tentoonstelling maken over slavernij is geen sinecure. Vanwege de beladen geschiedenis van het onderwerp natuurlijk, maar ook vanwege praktische beperkingen. “Want hoe doe je recht aan de geschiedenis van mensen die geen bezit hadden dat kan worden tentoongesteld, mensen die zelf bezit waren?” Dat zegt conservator ­Eveline Sint Nicolaas, die samen met Valika Smeulders, hoofd geschiedenis, en twee andere conservatoren de ­tentoonstelling samenstelde.

In Slavernij zijn de verhalen over tien uiteenlopende ­levens daarom belangrijker dan de voorwerpen, waarvan er ook minder te zien zijn dan in tentoonstellingen van vergelijkbare omvang. Die verhalen worden verteld in zaalteksten, die bewust beperkt zijn gehouden tot maximaal 150 woorden om er geen ‘leestentoonstelling’ van te maken, en die tot leven komen in de audiotour. De voorwerpen die er zijn, worden gepresenteerd in een bijna ­theatrale setting: een scenografie die ook voelbaar maakt wat niet kan worden getoond. “Van de Curaçaose vrijheidsstrijder Tula vonden we teksten in het Nationaal ­Archief, maar een portret van hem ontbreekt,” geeft Sint Nicolaas als voorbeeld. “Dan zou je een hedendaags portret kunnen laten maken, maar het feit dat zo’n portret er niet is, heeft betekenis op zich.”

Van andere mensen die in slavernij naar Nederland ­werden gehaald, bestaan wel afbeeldingen, vaak als figuranten naast witte meesters. “Het imposante portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hebben we ­bewust lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links in beeld,” vertelt Smeulders. “Hetzelfde geldt voor de ­halsband die we juist op een extra hoge sokkel hebben geplaatst.”

Het portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hangt ­lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links. Beeld Nina Schollaardt
Het portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hangt ­lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links.Beeld Nina Schollaardt

Passend in de verzameltraditie van het Rijksmuseum, dat ook het pistool waarmee Pim Fortuyn is vermoord in de collectie heeft en het oudst bewaard gebleven vliegtuig van Nederland, spelen gebruiksvoorwerpen een belangrijke rol in de tentoonstelling. Zo staat een tronco, een voetblok dat eigenlijk niets minder is dan een martelwerktuig, pontificaal middenin een zaal. De kunst­historische topstukken hebben juist een bescheidener plekje. Of zoals Afaina de Jong, de architect verantwoordelijk voor het tentoonstellingsontwerp, het zegt: “We hebben de power paintings, die dominante portretten van rijke patriciërs als Oopjen en Marten, zo opgehangen dat je ze niet meteen ziet.”

Architectuur van slavernij

De meeste tentoonstellingen over slavernij zijn te zien op historische locaties als voormalige plantages en West-Afrikaanse forten. Of in nieuwe, speciaal hiervoor ontworpen gebouwen als het National Museum of African American History and Culture in Washington. Het ­Rijksmuseum valt in geen van beide categorieën. De Jong: “Het Rijksmuseum gaat over de nationale identiteit en vertelt de verhalen over de elite die het land heeft gevormd. Ik wilde binnen die context een nieuwe ruimte creëren voor de mensen en verhalen die hier afwezig zijn. Ik heb daarvoor de architectuur van de slavernij gebruikt, waarin hoogteverschillen een belangrijke rol spelen. Plantagehouders woonden in huizen op palen en slavenhandelaren sliepen in vertrekken boven de kerkers. Tot slaaf gemaakten woonden echter in hutjes met lage ingangen, waardoor ze altijd moesten bukken. In de eerste helft van de tentoonstelling heb ik dat gevoel van compressie proberen over te brengen.”

De Jong deed dat met architectonische ingrepen, waarvan gefragmenteerde spiegelwanden het meest in het oog springen. Ze worden soms verticaal onderbroken, waardoor een soort traliewerk ontstaat. En als de spiegelbanen horizontaal lopen, is dat nooit op ooghoogte, waardoor de bezoeker telkens met zichzelf wordt geconfronteerd, maar gezichtsloos blijft, als een tot slaaf gemaakte wiens identiteit is afgepakt.

In de zaal waarin de verhalen van de opstandige ­Surinaamse Wally en de hardvochtige Amsterdamse plantagehouder Jonas Witzen worden gecombineerd, plaatste De Jong een diagonale scheidswand. “Daar heb ik vitrines in gemaakt, zodat je van de ene belevings­wereld naar de andere kijkt. Er liggen bijvoorbeeld kapmessen in, die vanuit Nederland werden geëxporteerd naar de koloniën voor het oogsten van suikerriet.”

De zaal gewijd aan tot slaaf gemaakten uit Bengalen wordt gedomineerd door een half transparante tunnel in het midden. “De schilderijen hangen aan de buitenwanden. Als je die bekijkt, ben je je steeds bewust van de ­bezoekersstroom in die tunnel en voel je de massaliteit die kenmerkend is voor de Aziatische slavenhandel. ­Andere bezoekers worden figuranten in jouw ervaring.”

De laatste helft van de tentoonstelling gaat over vrijheidsstrijders en het einde van de slavernij. Hier verandert ook de vormgeving. Rechte lijnen en korte zichtlijnen maken plaats voor open ruimtes met cirkels in wand of plafond. De Jong: “Cirkels staan voor solidariteit, maar je kunt er ook een raam of doorgang in zien.”

Kroonluchter van kralen

Afgezien van Look at me Now, het publieksparticipatieproject op de benedenverdieping, bevat Slavernij één hedendaags kunstwerk: La Bouche du Roi van Romuald Hazoumé. Het stelt de plattegrond van een slavenschip voor, gemaakt van jerrycans die in hedendaags Benin worden gebruikt voor benzinesmokkel en die door de kunstenaar zijn bewerkt tot maskers. “We kiezen in deze tentoonstelling voor de persoonlijke insteek,” zegt Sint Nicolaas, “maar dit kunstwerk laat zien hoe mensen ­werden gereduceerd tot anonieme handelswaar.”

De installatie van kralen. Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze alleen onderling ruilhandel konden bedrijven. Beeld Nina Schollaardt
De installatie van kralen. Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze alleen onderling ruilhandel konden bedrijven.Beeld Nina Schollaardt

De zaal van La Bouche du Roi is 6 meter hoog. De Jong bracht op de helft daarvan een lijn aan en schilderde alles daaronder dieprood. “Dat versterkt het idee dat je in het ruim van een schip zit,” licht de architect toe. “In de daaropvolgende zaal is juist het bovenste deel van de wand ­geschilderd, in blauw: het licht en de lucht die de tot slaaf gemaakten zagen na de Atlantische overtocht. Het blauw verwijst ook naar indigo, een kleur die we te danken hebben aan de plantages, of de blues, de muzieksoort die is ontstaan uit de plantagecultuur.”

Een ander theatraal hoogtepunt vormt de op één na laatste zaal. Hier liggen de wetsteksten die een eind maakten aan 250 jaar slavernij. Ze vallen in het niet bij een installatie van kralen die als een kroonluchter middenin de zaal hangt. Smeulders: “Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze ­alleen onderling ruilhandel konden bedrijven en niet konden meedoen aan de reguliere economie. Bij de afschaffing van de slavernij zijn die kralen massaal in zee geworpen, een krachtig gebaar van bevrijding. De kralen zijn maar 1 centimeter in doorsnede, maar in deze ­installatie zijn ze voelbaar in de hele zaal. Ze zijn belangrijker dan die stapel papier.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden