Kees van Dongens 'Autoportrait fauve' (1909).

Expositie

Expo: hoe schilder Kees van Dongen uitgroeide tot een stormram van de vernieuwende kunst

Kees van Dongens 'Autoportrait fauve' (1909).Beeld JK Art Foundation/Pictoright Amsterdam

Singer Laren heeft geheid een publiekstrekker in huis met de tentoonstelling Kees van Dongen – De weg naar succes. Prachtige en monumentale schilderijen tonen het talent van ‘de afgod van Parijs’.

Jan Pieter Ekker

‘Let maar op, ik ga beroemd worden,’ zou de piepjonge Kees van Dongen (1877-1968) tegen de Haagse architect Johannes Petrus Lorrie hebben gezegd, toen die in 1901 voor een luttel bedrag een tekening van hem kocht.

Hoe hij daarin slaagde, is het uitgangspunt van de tentoonstelling De weg naar succes in Singer Laren, de eerste grote Van Dongenexpositie in Nederland sinds De grote ogen van Kees van Dongen. Dat was in 2010 met 205.000 bezoekers de grootste klapper in jaren voor het Rotterdamse Boijmans Van Beuningen.

Die tentoonstelling was samengesteld door Anita Hopmans, die promoveert op Van Dongen en het modernisme. Zij is nu ook verantwoordelijk voor De weg naar succes. Destijds waren circa tachtig internationale topstukken te zien, die Van Dongens gehele carrière omspanden. Nu draait het, zoals de expositietitel aangeeft, met name om de weg naar zijn succes.

De rijke tentoonstelling onderschrijft de ambitie van Singer Laren, die groot is sinds het museum vorig voorjaar met de Nardincvleugel werd uitgebreid. Er zijn meer dan honderd werken van Van Dongen te zien: 65 schilderijen, 25 tekeningen, 10 affiches en 5 stuks keramiek. Ze komen van over de hele wereld, van het Centre Pompidou in Parijs en van de Prins van Monaco, maar ook van het Boijmans Van Beuningen en het Stedelijk Museum (terzijde: waarom bedacht het Stedelijk deze expo niet?).

Pleziertrein naar Parijs

Cornelis Theodorus Maria van Dongen werd geboren in Delfshaven, waar zijn vader een mouterij had. Kees had geen interesse om in de moutfabriek van zijn vader te gaan werken: hij hield van tekenen. Van Dongen volgde tussen 1896 en 1898 in de avonduren lessen aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen (tegenwoordig de Willem de Kooning Academie in Rotterdam).

In juli 1897 – hij was net twintig jaar oud – vertrok hij met een ‘pleziertrein’ naar Parijs, met in een koffertje enkel ‘een verschooning’, wat papier en een krijtje.

Via via kreeg hij opdrachten voor omslagen, illustraties in tijdschriften en affiches. Intussen bouwde hij een netwerk op. In december 1897 deed Van Dongen voor het eerst mee aan een groepstentoonstelling. In 1904 werd hij door de Société des Artistes Indépendants gevraagd schilderijen in sturen voor een salon waarin de nieuwe voorhoede van de schilderkunst werd getoond. Datzelfde jaar had hij zijn eerste solotentoonstelling als schilder bij Galerie Vollard. Van Dongen wordt door de pers opgemerkt als ‘bijzonder talent’ en in één adem genoemd met vermaarde landgenoten Jongkind en Van Gogh.

Van Dongen en Picasso

Zijn doorbraak was het gevolg van een combinatie van talent, zelfvertrouwen én gevoel voor marketing, stelt Hopmans in de catalogus bij de tentoonstelling. Van Dongen weet zich gesteund door de juiste critici, wordt gecontracteerd door toonaangevende kunsthandels en neemt deel aan spraakmakende tentoonstellingen. Hij vindt aansluiting bij de kunstenaarsgroep Les fauves (‘wilden’), die breekt met de traditionele regels voor het weergeven van kleur en vorm en daarmee de internationale kunstwereld versteld doet staan.

Op uitnodiging van zijn vriend Pablo Picasso betrekt Van Dongen een nieuwe studio in het later legendarisch geworden ateliercomplex Le Bateau-Lavoir – het centrum van artistieke vernieuwing. Hij maakt er opnieuw een aantal schilderijen die opzien baren: pointillistische kleurexplosies van het bruisende uitgaansleven in Montmartre.

In de zomer van 1910 maakt Van Dongen reizen naar Spanje, Marokko, Algiers en Tunis. In 1913 – het oriëntalisme is dan razend populair – volgt een tweede buitenlandse reis, via Rome, Napels en Brindisi naar Egypte. Met zijn exotische werk zet Van Dongen zich subtiel af tegen de avant-garde.

‘Ik ben geen isme, ik ben de schilder Kees van Dongen,’ zei hij, misschien wel vanuit de gedachte dat hij als eenling meer zou opvallen dan als lid van een groep. Buiten de galeries om creëert hij zijn eigen clientèle. Met grootse, thematische feesten verruimt hij zijn netwerk binnen de culturele elite. In de roaring twenties is Van Dongen een vermaard societyschilder. Het levert hem de bijnaam ‘de afgod van Parijs’ op.

Elegante verschijning

In Singer Laren is stap voor stap, van zaal naar zaal en van werk tot werk te zien hoe Van Dongen in Parijs uitgroeide tot een van de stormrammen van de vernieuwende kunst. Van zijn jeugdwerk La chimère-pie (ca. 1895-1905, een bont, vliegend paard geschilderd op een laken van zijn ouders) tot Margot, een tekenblad met een lied over het lot van straatmadelief ‘Margot la belle’, dat architect Lorrie kocht van Van Dongen. Van zijn knallende Autoportrait fauve (1909, Fauvistisch zelfportret) tot het speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerde Deux yeux (1911, Twee ogen, zie afbeelding onder), dat op het affiche en de catalogus staat.

Het prachtige Le chapeau bleu (1937, Het blauwe hoedje) heeft een plek gekregen naast het levensgrote schilderij dat Van Dongen in 1931 maakte van de Franse schrijfster, dichteres en salonhoudster Anna de Noailles. Op dat doek staat een elegante verschijning in een wit gewaad en een opvallende rode onderscheiding om haar nek.

Dat is geen toeval. Het monumentale portret van De Noailles maakte in 1937 deel uit van de eerste overzichtstentoonstelling van Van Dongen in het Stedelijk Museum. Die was georganiseerd door Joop Siedenburg, een goede vriend van William Henry Singer jr. en Anna Spencer Brugh, de grondleggers van het huidige Singer Museum.

Adjunct-directeur Willem Sandberg wilde het doek verwerven, maar beschikte niet over de benodigde middelen. Anna Singer bood uitkomst door het geld voor te schieten, waardoor het in de vaste collectie van het Stedelijk Museum belandde.

Le chapeau bleu was de beelddrager van die overzichtstentoonstelling. Als dank schonk Van Dongen het aan Siedenburg. Diens zoon gaf het later weer aan Anna Singer, waardoor het in de vaste collectie van het Singer Museum eindigde.

Kees van Dongen - De weg naar succes, t/m 7 mei in Singer Laren

Van Dongens ‘Deux yeux’ (1911) werd speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd. Beeld JK Art Foundation/Pictoright Amsterdam
Van Dongens ‘Deux yeux’ (1911) werd speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd.Beeld JK Art Foundation/Pictoright Amsterdam

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden