Interview

Expert: ‘Een raadsel waarom de Nachtwacht boven en onder werd ingekort’

Het Rijksmuseum laat de Nachtwacht zien in zijn oorspronkelijke formaat. Moeten de gereconstrueerde panelen permanent worden getoond?

Conservator Norbert Middelkoop deed jarenlang onderzoek naar groepsportretten uit de zeventiende eeuw. Beeld Amsterdam Museum
Conservator Norbert Middelkoop deed jarenlang onderzoek naar groepsportretten uit de zeventiende eeuw.Beeld Amsterdam Museum

Het is nog steeds moeilijk voor te stellen dat iemand ruim tweehonderd jaar geleden vier stroken van de Nachtwacht sneed, maar het was bepaald niet het enige schilderij dat op deze manier onder handen werd genomen. Norbert Middelkoop, senior conservator schilderijen tekeningen en prenten bij het Amsterdam Museum en sinds deze maand conservator Oude Kunst bij het Frans Hals Museum in Haarlem, deed jarenlang onderzoek naar groepsportretten uit de zeventiende eeuw.

“Een van de bekendste voorbeelden is het schuttersstuk van Cornelis Ketel, dat hangt in een van de zalen naast de Nachtwacht. Dat is dus niet compleet. Het schilderij ging in 1808 naar het Prinsenhof – het huidige Hotel The Grand.” Om het te laten passen op een beoogde wand, werd het verkleind.

In 1715 trof de Nachtwacht hetzelfde lot. Toen werd het schilderij verplaatst naar de Kleine Krijgsraadkamer van het toenmalige stadhuis, het huidige Paleis op de Dam. Omdat het schilderij te groot was voor zijn nieuwe plek tussen twee deuren, werd het verkleind. “Het is een raadsel waarom de Nachtwacht boven en onder werd ingekort, want daar was genoeg ruimte.”

Stukken weggooien

Een schuttersstuk van Jacob Adriaensz. Backer, dat ook van de Kloveniersdoelen naar de Kleine Krijgsraadkamer werd verhuisd, werd eveneens verkleind. “Men was eerder al begonnen om de schilderijen van de Voetboogdoelen naar de Grote Krijgsraadkamer te verplaatsen, en die bleven intact. Toen het daar te vol werd, zijn ze in de Kleine Krijgsraadkamer doorgegaan en daar moest de schaar erin. Waarschijnlijk was de Nachtwacht nooit verkleind als ze met de Kloveniersdoelen waren begonnen.”

Ook andere schilderijen van Rembrandt werden verkleind. Het grootste deel van De anatomische les van Dr. Jan Deijman ging in 1723 verloren bij een brand. En De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis was ooit het grootste schilderij van Rembrandt, maar de schilder zelf sneed de centrale voorstelling uit het doek en gooide de rest weg.

Zo drastisch zijn de afsnijdingen van de Nachtwacht niet, maar de totaalindruk van het schilderij heeft wel te lijden gehad van de ingreep. “Heel belangrijk voor de compositie was de partij linksvoor, omdat die een enorme diepte verschaft aan de voorgrond. Ze lopen over een dammetje, met een reling en een duiker, zo’n waterverbinding onder een muurtje. Dat is er nu allemaal af, waardoor het perspectief heeft ingeboet. Frans Banninck Cocq en Willem van Ruytenburch waren oorspronkelijk op weg naar het midden, maar in de afgesneden versie zijn ze daar al.”

Goud in handen

Middelkoop acht de kans dat de stukken ooit teruggevonden worden uiterst klein. “Maar als je het stukje vindt waar die portretten op staan, heb je wel goud in handen.”

Het Rijksmuseum is niet van plan om de gereconstrueerde stroken na de restauratie permanent aan het schilderij te laten zitten. Middelkoop vindt dat die discussie wel moet worden gevoerd. “Het is niet invasief, je voegt iets toe. Ik zeg niet dat je het moet doen, maar je kunt verdedigen dat je daarmee recht doet aan de oorspronkelijke intenties van de kunstenaar.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden