PlusInterview

Evert ten Napel zwaait af, nog één keer: ‘Goeie genade, wat een pegel’

Evert ten Napel met Ruud Gullit bij Nederland-Cyprus in 1987. Nederland won, maar de wedstrijd lag even stil vanwege een vuurwerkbom. Beeld Nationaal Archief
Evert ten Napel met Ruud Gullit bij Nederland-Cyprus in 1987. Nederland won, maar de wedstrijd lag even stil vanwege een vuurwerkbom.Beeld Nationaal Archief

En weer zwaait een vertrouwde voetbalstem af. Commentator Evert ten Napel gaat na 45 jaar langs de velden met pensioen. Ajax-PSV, vanavond, wordt zijn laatste wapenfeit.

Als bakkerszoon dreigde het scenario van jarenlang in alle vroegte moeten sleuren en bikkelen voor de ovens in Klazienaveen. Maar Evert ten Napel (77) wilde de IJssel over om het vak van voetbalcommentator te leren. Of hem dat is gelukt, daarover blijken de meningen verdeeld na zijn gang van 45 jaar langs de velden, waarin hij duizenden duels – “ik weet echt niet hoeveel” – voor zijn rekening nam. De een noemt hem een woordkunstenaar, de ander een belabberde verslaggever. Dat mag, vindt Ten Napel. “Ik heb zelf ook altijd kritiek op allerlei voetballers.”

Ten Napel loodste kijkers en luisteraars langs historische voetbalmomenten, zoals de halvefinalewinst op West-Duitsland in 1988: “Het Volksparkstadion is van Oranje.” Hij verrijkte het collectieve jargon met uitspraken als ‘die dekselse Messi’, ‘goeie genade wat een pegel’ en ‘vier keer is dan maar scheepsrecht’ (over Oranjes track record tegen Brazilië). Hij deed dat eerst bij de NOS, later bij ESPN.

Hoe zit u erbij tijdens uw laatste wedstrijd, de strijd om de Johan Cruijff Schaal zaterdag tussen Ajax en PSV?

“Net als anders, gewoon solo met een A4’tje voor mijn neus met aantekeningen en de opstellingen van Ajax en PSV. Klaar, niks bijzonders. Ik wil de baas van ESPN niet om mij heen, en mijn familie evenmin. Mijn vrouw en kinderen zijn er, maar zij moeten maar ergens anders gaan zitten, zei ik. Ook geen tranen, daar ben ik te nuchter voor.”

Hoe omschrijft u uw eigen stijl?

“Rechttoe, rechtaan. In begrijpelijke taal, zonder moeilijke woorden. Ik moet zorgen dat ik alles weet, maar niet alles vertellen wat ik weet, want dan lul ik de hele wedstrijd kapot.”

Heeft nooit iemand gezegd ‘kan het ­smeuïger’, à la Sierd de Vos?

“Nee, nee, kom op zeg. Ik werk niet bij RTL Boulevard of Privé. Ik ben van de oude stempel. Bij een prachtige wedstrijd hoef je niet veel te praten en bij een saaie 0-0 kom je af en toe met een feitje waarvan de kijker denkt: leuk, dat wist ik niet. Er bestaat geen bijbel voor sportcommentatoren. Ik en mijn collega’s vullen het in naar eigen goeddunken.”

Puilt uw telefoon na 45 jaar uit van 06-nummers van voetballers en trainers?

“Nee, zeker niet. De nummers van Gullit of Van Basten? Geen idee. En ik heb ook nooit met trainers of voetballers in de hotelbar aan het bier gezeten. Dat soort contacten heb ik altijd vermeden, vanwege de objectiviteit.”

Wat is uw favoriete moment als commentator?

“Men herinnert mij altijd aan Hamburg in 1988, toen Nederland won van West-Duitsland. Van mij hoeft dat niet. Ik heb drie keer verslag mogen doen van de Elfstedentocht. Geweldig, zo’n groot Nederlands evenement, het zal ook waarschijnlijk nooit meer plaatsvinden. Joop Zoetemelks overwinning in de Tour in 1980, fenomenaal. En de protestmars in 1975 in Utrecht tegen executies door dictator Franco. Dat blijft bij.”

Is voetbaljournalistiek wel geëmancipeerd? Er is nog steeds geen vrouwelijke tv-collega.

“Die moet zich wel aandienen. Mijn dochter Carrie wilde dat worden, net als Barbara Barend. Beiden kwamen tot de conclusie: dit is toch niks voor mij. En ze zijn heel goed terechtgekomen. Misschien gaat Suse van Kleef de overstap van radio naar tv maken. Je moet ook wel doorzetten, en niet na een teleurstelling opgeven. Voor mij was het als boertje uit de provincie evenmin gemakkelijk. Het was een hele stap naar het Westen, en ik zat met dat Drentse accent. Ik heb een paar jaar logopedie genomen. Toen ik een gastcollege gaf, zeiden studenten van Windesheim: ‘Ik kan dat niet betalen.’ ‘Ja, dan moet je gaan afwassen in de keuken,’ antwoordde ik. Je moet investeren in jezelf, wil je ergens komen. Doorzetten is net zo belangrijk als talent.”

Wat gaat u nu doen?

“Wat kleine interviewtjes in het circuit, fietsen, motorrijden en op de kleinkinderen passen. Mij zie je niet meer in het stadion. Ik wil anderen niet voor de voeten lopen. Scheidsrechters Makkelie en Gözübüyük appten: ‘Wat jammer, je had ook verstand van arbitrage.’ Leuk denk ik dan, maar ik krijg er niet drie krullen van in mijn neus.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden