Plus

Evert Santegoeds: 'Ik geniet van de status als paria'

Evert Santegoeds (56), mister Privé, had nooit de diepe ambitie om in de roddeljournalistiek terecht te komen, maar vindt het een plezierige wereld om in te verkeren. 'Ik zie er de humor van in.'

Evert Santegoeds Beeld Friso Keuris

Deze maand zit Evert Santegoeds, hoofdredacteur van weekblad Privé, exact vijftien jaar op zijn post. En dat ook nog eens in het jaar dat het blad veertig jaar bestaat.

Of er nog veertig jaar bijkomen valt te bezien, maar Santegoeds doet zijn werk met plezier. Hij maakt het blad, schrijft een pagina in De Telegraaf, doet zijn zegje op tv - het is zo'n beetje dezelfde portefeuille als zijn leermeester Henk van der Meijden had, de oprichter en bedenker van Privé.

Onlangs ontbrandde de affaire rond Job Gosschalk; wist u allang wat er speelde?
"Ik had er weleens van gehoord, volgens mij is er ook weleens over gebeld, maar dan kwam de familie Kemna toch altijd weg met hun verdediging - 'ach, dat is een gefrustreerde acteur.' En die jongens wilden ook nooit met naam en toenaam hun verhaal doen."

Had Privé niet helemaal vooraan moeten staan met die scoop, in plaats van Nieuwe Revu en RTL Boulevard?
"Frank Waals, die het verhaal voor Revu schreef, maakte dat ook voor ons, maar het eerste deel was een verhaal vol anonieme bronnen. Daar heb ik voor bedankt. Bronnen anoniem, dader anoniem - dat vind ik te weinig. En bovendien, wat zet je dan op je cover? Nieuwe Revu heeft een silhouet met vraagteken geplaatst, maar dat kan bij Privé niet."

Sportjournalisten werd verweten dat ze wel braaf wedstrijden volgden, maar geen dopingschandalen onthulden. Is dat vergelijkbaar?
"Ja, zeker. Maar het is noodgedwongen. Omdat je het niet kunt bewijzen."

Dan kun je toch alles op alles zetten om zoiets te onthullen?
"In het geval van Gosschalk wilde niemand praten. Simpel. Het is heel slim dat Frank uiteindelijk iemand heeft gevonden die helemaal weg is uit het wereldje hier, die in Suriname zit, Etienne Poeder. Uiteindelijk hing het hele verhaal aan zijn verklaring, later volgden nog wat meer."

Heeft u altijd een diepe ambitie gehad om in de roddeljournalistiek terecht te komen?
"Helemaal niet. Ik wilde rechten studeren, dat heb ik er inmiddels in de praktijk een soort bij gedaan. Toen ik zeventien was, woonden we in Nijkerk en heb ik Jos Brink geïnterviewd voor de ziekenomroep. Daarna ben ik een keer bij hem thuis geweest, het werd een levenslange vriendschap. Ik kwam op zijn boekpresentatie en daar liep Henk van der Meijden rond. 'Jullie moeten eens gaan praten,' zei Jos."

"Het was in een dag beklonken: ik ging, net achttien jaar, bij Privé werken. Het was een ongelofelijk leuke tijd. Ik ging mee op staatsbezoeken van Beatrix. Ik kwam op plekken waar ik anders nooit zou zijn gekomen. 's Ochtends las je over een directeur van de Amro-bank die zijn hele fortuin aan de Bhagwan had geschonken en in de commune in Oregon was neergestreken, 's middags zat je in het vliegtuig naar Oregon. Het was veel werk, lange dagen, maar het ging me makkelijk af."

Leerde u veel van Henk van der Meijden?
"Als Anita Meyer me verteld had dat er een nieuwe lp aankwam, zei Henk: 'Als ze níet met een nieuwe lp komt, is het nieuws.' Dat is typisch Henk: draai het om, dan wordt het nieuws. Willem Smitt, die met Henk hoofdredacteur van Privé was, was er ook bedreven in. Op een gegeven moment hadden die mannen ieder een circus; ze beconcurreerden elkaar fel. Een blad waarvan de twee hoofdredacteuren allebei een circus hebben - gouden tijden, qua verhalen."

Denkt u er met weemoed aan terug?
"Het was een tijd dat die bladen er nog écht toe deden. Als je als artiest wat wilde, kon je niet om de Privé heen. We waren machtig en ja, we voelden ons ook machtig."

Nam Henk van der Meijden het u kwalijk dat u destijds overstapte naar Story?
"Dat vond hij niet leuk. Maar ja, in de zijlijn werd Wilma Nanninga klaargezet om hem op te volgen, niet ik. Dus ik moest wat doen."

Was dat zijn keuze?
"Nee, van de krant. De krant heeft lange tijd moeite gehad met het blad. Dus iemand van de krant moest Henk vervangen. Niet iemand van het blad. Sjuul Paradijs was de eerste hoofdredacteur die het belang wél zag."

Waarom heeft De Telegraaf altijd moeite gehad met het weekblad Privé?
"Het was niet de uitgave waar ze het trotst op waren. Wel op het geld dat er binnenkwam, niet op de uitstraling. De voorgevel hebben we nooit gehaald, pas de laatste jaren hangt er een Privé-logo in die glazen entree."

Heeft u liefde voor het blad?
"Ja. Altijd gehad. En als ik er weg was, wist ik toch: er is geen blad als Privé. Was vroeger al zo, als de Privé naar een minister belde werd je teruggebeld, als de Story belde niet."

Er hangt, voor zover dat binnen die wereld mogelijk is, een zweem van chic om Privé heen?
"Ja. Zo van: als je er dan tóch in moet, dan maar in Privé."

Wat was u voor jongen toen u begon, achttien jaar oud?
"Ik ben altijd een gelukkig kind geweest. En als jonge homo in Amsterdam, in die tijd, viel er nogal wat te ontdekken. De Reguliersdwarsstraat kwam op, de luiken gingen van de ramen bij de nichtenkroegen, het werd met de dag drukker. De Halvemaansteeg, de Amstel - het was bómvol."

"Ik ging van kroeg naar kroeg en had het erg naar mijn zin, moet ik zeggen. Daarvoor woonde ik in Nijkerk en zat ik in Harderwijk op school, dus het was nogal een overgang."

Hoe waren uw ouders?
"Ik had een heel leuke vader, hij was systeemanalist bij de spoorwegen, en ik heb nog altijd een ontzettend leuke moeder - een goed mens met moderne opvattingen. We zijn gek op elkaar. Ze komt morgen een paar dagen bij ons logeren, gaan we d'r weer verwennen."

Uw homoseksualiteit is nooit een probleem geweest?
"Nee. Jos Brink zei tegen mij: 'Je moet het ze gewoon vertellen. En als ze je eruit schoppen, kom je maar hier wonen. Maar dat doen ze toch niet!' En dat deden ze ook niet. Alleen omdat ik enig kind was, vond ik het lastig om te vertellen, want daarmee vertelde ik ook dat ze geen kleinkinderen zouden krijgen."

En ondertussen genoot u van de grote stad?
"De wereld ging voor me open. Elke vrijdagmiddag zei Henk tegen mij: 'Kijk uit, kijk uit, homoziekte, homoziekte!' Henk zegt alles altijd twee keer. Hij zat al die Amerikaanse Hollywoodbladen te lezen, waarin the gay disease ineens een onderwerp begon te worden. Het had nog geen naam en Henk wist ook niet hóe je ervoor uit moest kijken, maar dat er iets aan de hand was, was duidelijk."

U zat midden in de aidsexplosie.
"Er waren veel begrafenissen. En altijd was er dan iemand die zei: 'Als ík maar niet de volgende ben.' En meestal was hij dan de volgende. Na een jaar of vijftien was er van mijn eerste vriendenkring bijna niemand meer over. Op de Amstel zat naast de Kleine Komedie een kroeg, met de echte leer-scene. Iedereen die daar voor of achter de bar had gestaan, was op een zeker moment dood. Heftig toch?"

Werd er veel gehuild en gerouwd, of knalden jullie er overheen?
"We waren allemaal jonge mensen. En na de begrafenis veel drank."

Ik kan me ook voorstellen dat er een einde-der- tijden-achtig sfeertje ontstaat.
"Iedereen kwam hierheen. Het waren de gouden jaren van Amsterdam als gay capital. Eddie Murphy zat in Londen, maar kwam naar Amsterdam om uit te gaan. Omdat hij wist dat het hier leuker was. De iT kwam op, waar tot in het maximale gefeest werd. Daar vielen ze ook bij bosjes. Het was ongelofelijk wat zich daar afspeelde, álles kon. Dat er een voor een mensen doodgingen, ging deel uitmaken van het leven."

Heeft u geluk gehad dat u de dans bent ontsprongen, of bent u extreem
voorzichtig geweest?
"Ik ben voorzichtig geweest, maar natuurlijk heb ik ook geluk gehad. En het hangt er vanaf wat je voorkeuren zijn, op seksueel gebied, qua risico van besmetting."

U heeft vast weleens in grote spanning gezeten.
"Ik kan me herinneren dat ik voor een verzekering een aidstest moest doen en de dagen vóór de uitslag toch heel benauwd werd. Het was een zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hing."

Al die jaren heeft u in de entertainmentjournalistiek gezeten. Heeft u zich ooit afgevraagd of u zich de rest van uw leven met dit soort oppervlakkig nieuws bezig moest houden?
"Ach, is het anders dan journalisten die jaar in jaar uit de Tour de France volgen? Of de Eredivisie? Is dat belangrijker?"

U vindt blijkbaar van niet.
"Sport, entertainment - ik beschouw het allemaal als de leuke bijzaken in het leven. De ontwikkeling van de entertainment- en de sportjournalistiek zijn vergelijkbaar. Sportjournalisten waren vroeger de sufferdjes van de redactie, tegenwoordig maken ze de pagina's waar de kranten op draaien. Net zoals wij."

U bent al heel lang gelukkig samen met uw man. Heeft u altijd verlangd naar een burgerlijk, monogaam bestaan?
"We zijn al bijna 25 jaar heel gelukkig, maar we hebben lang een open relatie gehad. Last van jaloezie hebben we niet, op een gegeven moment is de basis sterk genoeg om daarnaast een beetje te kunnen experimenteren. Maar dat is allang achter de rug hoor."

U woonde vroeger vlak bij de Utrechtsestraat, nu in Buitenveldert. Komt het daardoor?
"Dat helpt zeker. Toen ik hier nog woonde, liep ik nogal makkelijk de kroeg in. Maar de behoefte om te jagen, heb ik niet meer. Weet je hoeveel vijftigers er in de kroeg staan? Bijna niks, joh. Ik heb het idee dat ik een schoolklas binnenloop. Bij Shownieuws ook. Daar voel ik me af en toe Kindergarten Cop met al die nieuwe aanwas, hahahaha."

Grindr, is dat iets voor u?
"Nee. Ik heb mijn wilde periode gehad, ik vind het nu wel lekker rustig om uit eten te gaan, drankje erna, maar niet meer de hort op om te kijken wat er te halen is."

Maar in uw werk wilt u nog wel scoren?
"Als je dit werk doet, moet je willen dat de spraakmakendste verhalen van het jaar op jouw naam staan."

Als er over u geschreven wordt, gebeurt dat vaak met weinig sympathie. Vindt u dat vervelend?
"Is dat zo? Ja? Ach, ik zal dat wel uitlokken. Het zal er wel bij horen. Het laat me koud."

U bent nooit een pleaser geweest?
"Nee, nooit. Altijd dwars. Op school al. Iedereen rookte, als je niet bij het fietsenhok stiekem stond te roken, werd je zowat in elkaar geslagen. Ik rookte niet. Ik heb nooit ergens bij willen horen, de positie van outsider bevalt mij zeer."

Was Van der Meijden ook een einzel­gänger?
"Henk had intern, bij de krant, ook veel te verduren. Hij was de hardste werker van allemaal, maar hoorde er niet echt bij. Bij zijn afscheid kreeg hij een geschilderd portret dat in de hal opgehangen zou worden. Ik vraag me af of het ooit gemaakt is, het heeft er nooit gehangen in elk geval. Toch geloof ik dat hij zich er nooit over opgewonden heeft dat hij niet alleen maar schouderklopjes kreeg als hij over de gang liep."

Heeft u ook zo'n positie binnen het bedrijf?
"De status van entertainmentjournalistiek is totaal veranderd, daar pluk ik de vruchten van. Het is tot iedereen doorgedrongen dat Privé een belangrijke factor is bij de site van De Telegraaf en het algehele bedrijfsresultaat. Er moeten miljoenen worden binnengehaald. En dat doen we."

Maar u genoot juist van die status als paria.
"Haha, ja. De onderlinge sfeer was toen ook erg leuk. Dat heb ik later nog eens meegemaakt, bij de tv-zender Talpa. Die lag onder vuur, maar de onderlinge sfeer was waanzinnig goed. Het is helemaal geen slechte positie om een beetje met de nek aangekeken te worden. Het stimuleert."

Vindt u het jammer dat uw werk salonfähiger is geworden?
"Toen de roddelbladen salonfähig werden, begonnen de oplages te kelderen. Het ging nog uitstekend toen onze lezers de Privé tussen de Libelle en de Margriet moffelden bij het afrekenen."

Heeft Privé nog iets te maken met het blad waar u als achttienjarige ging werken?
"Vind ik wel. Toen Adèle Bloemendaal doodging, hebben we bijvoorbeeld een prachtig nummer gemaakt. Een nummer dat Henk in zijn tijd óók gemaakt had kunnen hebben. Nog steeds hebben we mooie koninklijke primeurs. En de verhalen waarmee we kunnen uitpakken, zijn er nog. Dat verhaal over Mattie en Wietze - heerlijk!"

Maar u opereert in een heel ander veld.
"Als het woensdagochtend in het blad staat, is 's avonds iedereen er overheen geweest. Dat blad wordt afgekloven door elk radioprogramma, elk tv-programma en elke website, aan het eind hou je de nietjes over. En toch: er zijn genoeg mensen die het niet kunnen missen; die willen het woensdag bij de post hebben."

U heeft nooit het gevoel dat u op een smeltende ijsschots zit?
"Toen Boulevard begon, zestien jaar geleden, dacht ik: nu zal je het krijgen. Maar ze zijn er nog, alle vier de bladen. Had ik toen niet gedacht. Inmiddels ben ik optimistischer dan toen."

Heeft u weleens wroeging gehad over verhalen die u heeft gebracht?
"We hebben destijds geschreven over de ziekte van Sonja Barend, die daar in haar boek nu heel openhartig over is. Ik heb weleens gehoord dat zij daar veel last van heeft gehad. Nu denk ik: dat had wel anders gekund."

Evert Santegoeds
17 september 1961, Helmond

1978 Havo aan de CCNV in Harderwijk

1979-1994 Redacteur Privé

1985 Eerste juridische botsing met de koninklijke familie

1994-2000 Hoofdredacteur Story

2002-nu Hoofdredacteur Privé

2005-2007 Presentator bij Talpa

2008-nu Shownieuws (SBS)

2009 Interview met Gerda Smit over Yolanthe (‘Alles is weg’)

2014-nu Pagina Privé in De TelegraafEvert Santegoeds heeft een relatie met Robert Halewijn. Ze wonen in Buitenveldert.

Waarom?
"Stiekem mag ik haar heel graag, dus dat vind ik spijtig."

Om de simpele reden dat u haar mag, vindt u dat u haar toen had moeten sparen?
"Het blijft mensenwerk, hè? Eigenlijk heb ik altijd wel de grens getrokken bij ziekte. Dat is zo intiem."

U heeft toch wel vaker over ziekte geschreven?
"Tja. Dit jaar nog, over Rachel Hazes. Zij lag in een kliniek, dat wisten wij, en achteraf gezien is dat wat ongelukkig gebracht. Iets te stellig. Ik zeg niet dat een vraagteken meer had opgelost... Maar dat had het wel, hahahaha!"

Maar waarom heeft u bij Sonja Barend meer berouw dan bij Rachel Hazes?
"Het is gevoelsmatig."

Uw morele kompas is geheel afhankelijk van uw persoonlijke sympathie?
"De ernst van de situatie, hoe ermee omgegaan wordt - van alles. Zoals gezegd, het blijft mensenwerk."

U heeft met vasthoudendheid achter Humberto Tan aangezeten toen hij een relatie met Dionne Stax leek te hebben.
"Hij vertrok uit het huis bij zijn vrouw, en ging bij mij in de flat wonen! En hij wíst dat ik daar ook woonde! Tja, dan doe je het toch een beetje zelf, daarmee begon het kat-en-muisspel."

"Op een gegeven moment ging hij toch ergens anders heen, dus wij laten een fotograaf na zijn uitzending achter hem aangaan om te kijken waar hij nu zat. Ik krijg de omschrijving - vlak bij de Stopera - blijkt dat hij in hetzelfde appartementencomplex als onze redacteur Jan Uriot is gaan wonen. Daar heeft hij óók nog een maand of drie gezeten, dat verzin je toch niet! Maar nu is hij weer veilig thuis, voor de kerst, hahahaha! Het is een kleine stad."

Volgens mij vindt u het wel een grappige wereld om in te verkeren.
"Je moet er de humor van inzien, en het vooral relativeren. Dat heb ik gelukkig altijd gedaan. Tien jaar lang heb ik in de radio-uitzendingen van Edwin Evers gezeten, daar kreeg ik altijd leuk commentaar op, omdat daarin die ondertoon uit de verf kwam. Na de derde week was het al: 'De sterren van Nederland zitten weer voor de radio om te horen hoe het met ze gaat.' Dat geeft de relativerende context weer waarin je het allemaal moet bezien."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden