Plus

Eva Jinek: 'Ik, als hoogblonde vrouw, moet me extra bewijzen'

Het tweede seizoen van de dagelijkse talkshow van Eva Jinek (37) scoort hoge kijkcijfers. In het competitieve talkshowveld is ze de enige vrouw. "Ik vind het oké om klappen te vangen als de front runner, als het maar een blijvende verandering in gang zet."

Eva Jinek Beeld Annaleen Louwes

Eva Jinek komt Café Amsterdam binnen op blitse gympen afkomstig uit Japan en bestelt een espresso, en daarna nog een. Ze oogt jong zonder televisiemake-up en fris voor iemand die om vier uur 's nachts naar bed ging en vijf uur later alweer in de startblokken stond voor sms-verkeer over de Jinek-kijkcijfers van gisteren (bijna 800.000) en een eerste telefoongesprek met de eindredacteur over de tafelbezetting van die avond.

"Na afloop blijven gasten vaak nog een drankje drinken. Ik ben meestal om half twee thuis. Dan speel ik een tijdje met mijn twee katten omdat ik me schuldig voel dat ik zo lang weg was, kijk televisie en lees de krant. Ik merk dat het moeilijk is om in slaap te komen na een uitzending. En 's ochtends ben ik weer relatief vroeg op. Dan kijk ik wat het nieuws is en bel ik met de redactie. Soms lukt het daarna nog even te slapen. Dat is lekker, al word ik dan wel een paar uur later wakker met zo'n vouw dwars over mijn gezicht, zeker als de verwarming aanstaat. Ken je dat?"

Zeker. En het duurt ook steeds langer voor die vouw wegtrekt.
Ze kletst een paar keer met haar handen op haar wangen. "Ja! Vroeger was het toch dit en een plens koud water? Ha, dat is echt niet meer aan de orde. Maar goed. Als ik uitgevouwen ben, ga ik naar mijn werk. That's my life. Ik zou niets anders willen, maar ik erken ook dat het - hoe zal ik het zeggen? - nou ja, ik moet een manier vinden om de slaap eerder te vatten. Je gaat het toch merken als je elke dag om vier uur naar bed gaat. Gelukkig voel ik me zo op mijn gemak bij mijn redactie dat ik prima een power nap kan doen in de vensterbank."

Het is dinsdagmiddag, de dag na 'Iowa', de kick-off van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Eva Jinek volgt die niet alleen nauwgezet als journalist, maar ook als Amerikaan. Jinek werd 37 jaar geleden geboren in Tulsa, Oklahoma, als het oudste kind van twee Tsjechische ouders die in 1968 hun land ontvluchtten naar Nederland. Daar studeerden ze beiden en specialiseerde haar vader zich in de financiering van oliepijpleidingen.

Voor zijn werk vertrok het stel naar Tulsa en later naar Washington DC voor een baan bij de Wereldbank. Haar moeder, Radana Jinek, bestierde een succesvol cateringbedrijf. In 1989 verhuisde het gezin terug naar Nederland. Eva en haar anderhalf jaar jongere broertje Jan - een van haar beste maatjes, zegt ze - spraken geen woord Nederlands.

Ga je stemmen?
"Ja natuurlijk, het is een groot voorrecht dat ik in de Verenigde Staten mag stemmen."

Heb je al een voorkeur?
"Ja, eigenlijk wel."

Hillary?
"Ik zeg nooit op wie ik ga stemmen."

Donald Trump.
"Dat niet, zo veel kan ik wel vertellen."

Jij vindt waarschijnlijk dat je op Hillary moet stemmen, alleen al omdat ze een vrouw is. Maar zou je niet liever op Bernie Sanders stemmen?
"Ik zeg het echt niet, maar ik ben benieuwd hoe the Bern zich gaat ontwikkelen."

Wil je graag daar zijn? Dat je denkt: eigenlijk is Amerika mijn land?

"Nee, dat heb ik niet zo sterk. Ik voel me echt verwant met Amerika, maar ik ben meer thuis in Nederland en Europa. Het is natuurlijk wel een feest dat het nu al zo spannend is. Een paar maanden geleden was ik in New York en zag ik in een tuin een campagnebord hangen voor Bernie Sanders. Iemand had met dikke stift 'commy' onder zijn naam geschreven; communist. Idioot natuurlijk, maar ook fantastisch om te zien hoe mensen zo lang van tevoren opgehitst zijn. Mijn Amerikaanse nationaliteit zal ik nooit opgeven. Zo veel mensen willen het en ik heb er niets voor hoeven doen, alleen geboren worden."

Hoe was het om daar weg te moeten en naar Den Haag te verhuizen?

"Vreselijk. Ik was elf; een leeftijd waarop je superbewust bent van je omgeving en je optrekt aan je vrienden. Ik wilde echt niet. Ik probeerde mijn ouders ervan af te praten met goede argumenten, maar dat mislukte. We vertrokken de dag na Halloween, op 1 november. Ik kon niet naar het Halloweenfeestje waar mijn hele klas heen ging. Ja, waar gaat het over, denk je nu, maar voor Amerikaanse kinderen is Halloween groot, heel groot."

Jan en Eva Beeld -

Hoe ging het aanpassen?
"Quick and dirty. Mijn ouders zetten Jan en mij bewust op een school zonder expat- of diplomatenkindjes. Iedereen was honderd procent hardcore Nederlands. In het begin kon ik niet communiceren met de andere kinderen. Ik vond dat vreselijk want ik was ook als kind al iemand die graag leest en praat. Ik voelde me zo onthand zonder taal. Geen grapjes kunnen maken, alle talige nuances die je gebruikt om mensen beter te leren kennen, vrienden te maken; allemaal weg. Mijn communicatie was ineens houterig en dat past helemaal niet bij mij."

"Op de eerste dag kregen we een dictee. Ik moest huilen van onmacht. De meester zei dat het niet uitmaakte en dat ik gewoon fonetisch moest meeschrijven. Dat is natuurlijk de beste manier om een taal te leren: het diepe in en meedoen. Zes weken later kon ik me al aardig redden."

Wat miste je aan de Amerikaanse cultuur, en misschien nu nog wel?

"In het begin was ik verbaasd over dat doe-maar-normaal-cliché. Het duurde ook echt lang voor ik begreep wat het betekende, omdat het zo haaks staat op de mentaliteit in de VS. Onze school in DC was leuk, goed en gemengd. Alle leerlingen werden enorm gestimuleerd om uit te zoeken waar ze goed in waren en zich daarin te ontwikkelen. Probeer te winnen, probeer de beste te zijn, dat was de boodschap."

"Hier heerste - en heerst, al heb ik wel het idee dat het wat verandert - toch meer de sfeer dat een zeventje ook prima is. Wat ik wel meteen fijn vond, was de vrijheid die Nederlandse kinderen hebben. Je gaat er hier al snel zelfstandig op uit met je fiets. Zelf naar school, naar je sportclub en naar de supermarkt om spekkies te kopen. In Maryland, de suburb van Washington DC waar wij woonden, was niets. Ja, Jan en ik konden twee kilometer lopen naar een Koreaanse diner met een drugstore ernaast. Dat was een mega-uitje. Verder deden we alles met de auto."

Gisteravond had je in Jinek twee mannen aan tafel voor een gesprek over de Amerikaanse verkiezingen. Jij weet er, mede door je achtergrond, zeker zo veel vanaf als zij, denk ik, maar hield je op de vlakte.

"Ja, zo hoort het ook als host. Ik vind het een heerlijk onderwerp, maar ik kan mijn ego vrij gemakkelijk bij de drempel achterlaten als ik een gesprek moet leiden tussen deskundigen. Dan laat ik anderen vertellen."

Je hebt nu vijf maanden een eigen talkshow, verspreid over iets meer dan een jaar, ter vervanging van Pauw. Hoe vind je het?
"Fantastisch, en by far het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Het is elke dag 55 minuten topsport. Zo veel onderwerpen, zo veel gasten, live, geen vaste rubrieken van een minuut of twee die ik alleen maar hoef aan te kondigen waarna ik heel even kan uitblazen. Nee, als er een filmpje in zit, duurt dat dertig seconden en moet ik er meteen op inhaken met een zinnige vraag. Er zit geen respijt in dit format. Het is non-stop activity; ik ben de hele tijd in een verhoogde staat van paraatheid, met al mijn zintuigen open."

Wanneer ben je tevreden over een uitzending?
"Als ik merk dat de gasten tot hun recht komen, het verhaal kunnen doen waarvoor ze zijn uitgenodigd, en er een prettige synergie heerst, ben ik blij. Als het aangenaam is om aan tafel te zitten, is het ook aangenaam om naar te kijken; daar geloof ik in. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen pittige discussies mogen zijn." Ze schiet in de lach. "Ja man, het is gewoon heel intens."

Kun jij goed tegen controleverlies?
"Nee, en dit - een talkshow met zeven, soms acht verschillende mensen aan tafel - is bij uitstek iets waarover je weinig controle hebt. Maar ik vind het ook spannend om in weerwil van dat gevoel het risico toch op te zoeken en keihard te knokken. Het talkshowveld is supercompetitief. Nederland is een klein land voor zo veel kwalitatief hoogstaande talkshows. Mijn programma wordt van publiek geld gemaakt. Ik moet kunnen legitimeren waarom ik aan het hoofd van de tafel zit. Dat realiseer ik me zeer."

Heb je het idee dat jij als vrouw slimmer uit de hoek moet komen omdat je een stigma moet voorblijven?
"Ja. Ik, vrouw en ook nog hoogblond, moet extra bewijzen dat ik terecht op dat podium zit. Kijk, de meeste mensen houden niet zo van veranderingen, dus als er een nieuw, jong gezicht komt dat anders klinkt en er anders uitziet dan een blanke man van een zekere leeftijd, gaat dat gepaard met primaire vooroordelen. Dat is soms vervelend, maar geen totale ramp. Ik vind het oké om klappen te vangen als de front runner, als het maar een blijvende verandering in gang zet."

Hoe doe je dat dan, dat extra bewijzen?
"Gek genoeg eigenlijk door er niet te veel bij stil te staan en door elke dag tot het uiterste van mijn kunnen te gaan. Ik bereid me ­supergoed voor, ben wakker, goedgemutst en denk van tevoren nooit: o, die of die is wel een goede prater, ik zie het verder wel. Ik denk eerder dat er ergens een adder onder het gras ligt als een onderwerp of gast makkelijk lijkt. Ik probeer altijd scherp te zijn."

Helaas gaat het commentaar op je optreden vaak over loze oppervlakkigheden. Wat je droeg, over je accent...
"Over mijn panty, mijn schoenen en over de pen in mijn hand. Mensen, denk ik dan, waar zijn we mee bezig. Maar nogmaals, men is nog niet gewend aan vrouwen op die plek. Dat komt wel. Ik merk dat het al verbetert; steeds vaker gaan opmerkingen over de gasten en wat we hebben besproken."

Beeld Annaleen Louwes

Een paar weken geleden interviewde je naar aanleiding van een documentaire ouders die hun dochter verloren in de Faro-vliegramp. Jij kreeg het even te kwaad. Gast Robert ten Brink viel je bij met een vraag.

De volgende dag stond in onder andere Metro dat hij jou had 'gered' en op Twitter dat het zo fideel van hem was dat hij jou 'even in de luwte zette'. Zetten, redden, zoiets zou men over Humberto Tan of Jeroen Pauw nooit zeggen in een vergelijkbare situatie.

"Zeker niet. Terwijl ik doorgaans juist het verwijt krijg dat ik een ijskonijn ben, ook iets waar ik me totaal niet in kan vinden. Er zijn veel typeringen voor mij, and believe me, ze zijn niet allemaal vleiend, maar ik ben allesbehalve een ijskonijn. Dat kun je al mijn vrienden vragen. Het grappige is dat ik die documentaire drie keer heb gekeken om zeker te stellen dat ik me zou kunnen vermannen in de uitzending. Dat moet ook want het is niet mijn verdriet, het gaat niet om mij. Door het zien van de emoties van de moeder, kreeg ik toch tranen in mijn ogen. Dat moment ging over in een gesprek waaraan iedereen aan tafel meedeed; ik hoefde niet te worden 'gered'. Natuurlijk niet."

"Nou ja, het is gewoon moeilijk het goed te doen. Het is laveren tussen verwachtingen, stereotypen, vasthouden aan wie je zelf bent... Ik ben uitgekomen op geduldig doorgaan, dan ebt het vanzelf weg en zal blijken wat voor talkshowhost ik ben en of kijkers dat zien zitten. Maand vijf nu. Lange weg te gaan, maar ik ben een volhouder."

Kijk je je uitzendingen terug?
"Ja, dat is de enige manier om ervan te leren. Niet echt aangenaam."

Doe je het alleen?
"Toen Jeroen Pauw nog mijn mentor was, deed ik het met hem. Met z'n tweeën in een kantoortje, heel confronterend. Tegenwoordig kijk ik alleen; zeker als ik denk dat het niet zo goed was. Als ik tijdens de uitzending dacht dat iets grappig of ontroerend was, wil ik weten of het als kijker ook zo is."

Zie je dan een vrouw die je kent?
"Ja, zeker wel. Ik herken mijn mimiek, ­lichaamstaal en ik zie mezelf denken en luisteren tegelijk bij een antwoord waarvan ik niet weet waar het heengaat."

Ik las laatst een interview met Rachel Maddow, een Amerikaanse host die me aan jou doet denken: energiek, beetje streng maar ook grappig, bijdehand.
"Ja zij is lekker bijdehand hè. Ik vind haar leuk."

Voor haar is het belangrijk dat ze haar bed netjes opmaakt voor ze thuis weggaat. ­Anders is ze bang dat de show niet goed gaat. Heb jij rituelen?
"Je kunt heel erg aan zoiets hangen, ja. Ik heb bijvoorbeeld deze ring van mijn oma geërfd. Een tijdje had ik de dwangmatigheid dat ik oma bij me moest hebben tijdens de uitzending. Op een dag was ik hem vergeten. Ik kwam er te laat achter om zelf naar huis te gaan om hem te halen. Bijna had ik iemand van de productie gesmeekt om het te doen, toen ik dacht: 'Eef, kom op, je bent gek aan het worden. Je kunt heus wel presenteren zonder.' Ik besloot te stoppen met dat ritueel. Oma is er nu facultatief bij. Dat is beter. Rituelen zijn niet nodig: verman je ­gewoon."

Beeld Annaleen Louwes

Huil jij snel?
"Als er in mijn persoonlijk leven iets naars gebeurt, ben ik geen jankerd. Bij een zielig verhaal in een boek of film kan ik wel lekker jankebalken. Het is ook wel lekker om eraan toe te geven, zo'n ugly cry, echt snikken en snotteren. Gisternacht zat ik om half drie op TLC te kijken naar een programma over een verloskundeafdeling waar een drieling was geboren. Eén van de baby'tjes woog 1,2 kilo. Zo'n klein muisje. En dan die ouders met een vinger in de couveuse, om over zo'n minihoofdje te aaien. Nou, dan ga ik als een malle. Zoek ik de katten op om ze te knuffelen."

Niks ijskonijn. "Nee, mal kattenvrouwtje, midden in de nacht jankend voor de tv. Maar goed, op mijn werk zal ik niet snel huilen als iets niet goed loopt. Als ik jonge meisjes adviseer, zeg ik ­altijd: vermijd huilen op de werkvloer. Het is niet bevorderlijk voor je positie, je slaat elk gesprek dood en je plaatst jezelf in een verkeerde hoek. Ieder mens heeft recht op emoties, maar verman jezelf. Vervrouw jezelf."

Kun jij goed tegen alleen zijn?
"Ja, ik vermaak mezelf prima in mijn eentje. Zeker in een periode als deze moet ik me er eerder toe zetten mensen op te zoeken dan andersom. Doordeweeks heb ik geen privé­leven, dus alle sociale contacten stapelen zich op voor het weekend. Koffie met die, eten met die. Soms is het veel en wil ik ­eigenlijk alleen maar op de bank liggen."

Zijn het vrienden en vriendinnen van vroeger die je dan ziet?

"Ja, eigenlijk stamt iedereen die ik meerdere keren per week spreek, van twintig jaar geleden. Mijn jaargenootjes van een studentenvereniging in Leiden zijn mijn beste vriendinnen. Mijn allerbeste vriend ken ik sinds mijn veertiende. Met mijn broer en mijn schoonzusje ben ik ook heel hecht. Kennelijk ben ik niet zo veranderd dat zij me niet meer kunnen verdragen. Dat is een goed teken. Als ik iemand uit de televisiewereld ontmoet die zijn oude vrienden nog heeft, ben ik gerustgesteld; dan durf ik hem sneller te vertrouwen."

Want televisie corrumpeert? "Enorm. Ik vind het heerlijk, hoor, mijn werk. Het is een droombaan, maar bekendheid doet doorgaans weinig goeds met iemand. Daarom moet je mensen van vroeger om je heen hebben die je af en toe op je nummer zetten. Anders ga je nog denken dat alles wat jij zegt en doet belangrijk is, gevoed door de tendens dat de meest achterlijke dingen op nieuwssites belanden. Zeg je een keer: 'Ik hou niet van paaseieren,' hup, op Achterklap van Nu.nl. Het scheelt denk ik dat ik al bijna dertig was toen ik begon op televisie. En ik leef niet van bekendheid, dat maakt ook uit."

Maar wel van kijkers. "Jawel, maar alles wat afleidt van het programma is niet goed voor het werk dat ik doe. Het is beeldvervuiling. Je weet hoe nietszeggend die berichten kunnen zijn."

Het AD van 26 januari: 'Eva heeft geen last van rammelende eierstokken.'
"Ja, dat soort dingen. Dat hebben ze uit de Viva overgeschreven trouwens. En dan moeten mensen 's avonds weer naar mij kijken."

Ja, en er komt ook nog wel eens serieus ­eierstoknieuws langs. Stel, de minister bepaalt dat ivf alleen nog wordt vergoed bij vrouwen tot 35 jaar, dan moet jij daar over kunnen praten zonder dat iedereen denkt: ja maar Eva heeft geen rammelende eierstokken, dus hoe moet dat nou.
"Ja, dat is het gevaar van een personality talkshow. Hoe meer je je uitspreekt, hoe vaker je partij bent in discussies. Ik roep geregeld dat ik een feminist ben. Ik wil ook graag dat mensen me zo zien, maar het is wel zo dat ­iedereen van tevoren weet hoe ik erin sta bij een discussie aan tafel over een feministische kwestie. Nu vind ik dat bij feminisme niet erg, maar het moet wel beperkt blijven tot een paar dingen. Anders zitten ze straks alleen nog te kijken naar iemand met een mening. Je moet toch een beetje een enigma blijven."

Een talkshow handelt toch in meningen?
"Tuurlijk, maar toch vooral in de meningen van anderen. Ik moet zeggen: hoe ouder ik word en hoe meer ik weet, hoe minder zeker ik ben over wat ik vind. Ja, niet over het feminisme dan hè; daar sta ik heel zeker in." Heb je dat van huis uit meegekregen? Ook, ja. Mijn ouders waren best streng maar ze hebben ons enorm veel zelfvertrouwen gegeven. Jan en ik kregen jaar in jaar uit dezelfde boodschap mee: Je kunt doen wat je wilt, als je er maar hard voor werkt. Dus, ja, let's kick some ass, binnen nu en tien jaar moeten wij wel een beetje de baas worden."



Beeld Annaleen Louwes

CV

13 juli 1978
Tulsa, VS

1997-2002 ­Geschiedenis, Universiteit ­Leiden

2004-2008 Buitenlandredacteur NOS Journaal

2008-2011 Presentator NOS Journaal. (2008: medepresentator Amerika kiest; 2009: Nominatie Talent Award ­Televizierring; 2010: radiodebuut als presentator in Met het oog op morgen)

2010 Overstap naar WNL voor presentatie ontbijtprogramma Vandaag de dag en eigen talkshow Jinek op zondag

2013 Vertrek bij WNL

2013-2014 Wekelijkse talkshow Jinek bij KRO/NCRV en interviewprogramma Eén op één, afgewisseld met Sven Kockelman

2015-heden Jinek

Eva Jinek is single en woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden