Plus PS

Esther Gerritsen: 'Ik ben verbaasd dat ik weer niet overspannen ben'

Ze heeft een nieuw boek De trooster, een nieuwe film Dorst en dan werkt Esther Gerritsen (46) aan nóg een film en aan een televisieserie. Het is allemaal te leuk om niet te doen, zegt ze. 'Ik denk liever na over een scenario of boek dan over mezelf.'

Esther Gerritsen Beeld Hanna Snijder

In haar nieuwe roman De trooster die dinsdag verschijnt, stuurt Esther Gerritsen de zojuist wegens schandalen opgestapte staatssecretaris Financiën Henry Loman op retraite naar een klooster. Nieuwe fase in zijn leven, blaat hij bij zijn aankomst voor zich uit, tijd voor bezinning.

Daags voor dit gesprek heeft Halbe Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken verstrikt in een web van leugens de handdoek in de ring moeten gooien. Maar Gerritsen ziet de samenloop van omstandigheden even niet. "Je vindt dat ie nu naar het klooster moet? O, je bedoelt dat mijn boek over zo iemand gaat. Maar die van mij is staatssecretaris hoor."

Over actualiteit: elke keer is er wel iets waardoor haar boeken worden ingehaald, zegt ze, dan kun je in verband met De trooster evengoed verwijzen naar #MeToo of seksueel misbruik in de katholieke kerk. Zij had voor dit boek een publiek persoon nodig met iets slechts op zijn geweten. Iemand die je van gezicht kent, van de televisie. Van wie je, tegen wil en dank, toch onder de indruk bent.

"Het is raar omdat je zo iemand lijkt te kennen, maar die persoon kent jou niet. Dat is toch onnatuurlijk?"

De broeders in het klooster raken in de ban van de sprookjesfiguur die hun roemruchte gast voor hen is. Ze gebaart door de lobby van hotel The Dylan. "Kijk, ook al vind je Donald Trump een idioot, als hij hier ineens binnenkomt, wil je toch zijn aandacht? Daar zijn we allemaal, nou ja de meesten van ons, heel kinderlijk in."

Bent u zelf gelovig?
"Mijn manier van geloven is dat ik mijn eigen wil nogal relativeer. Ik ervaar mijn leven als iets wat op mijn pad komt, ook al neem ik soms driehonderd beslissingen op een dag. Je kíest niet je gezondheid, je familie, hoe je eruitziet, op wie je verliefd wordt. Dat maakt het leven voor mij alleen maar boeiender. Het is prettig om jezelf te ervaren als klein en onbenullig."

U heeft een boodschap?
"Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar als ik te veel waarde hecht aan mijn eigen ideeën en oordelen, kan ik daar heel ongelukkig van worden. Ik ben blij dat er dan een instantie is, iemand anders die het overzicht heeft en die noem ik dan maar God, want dan kan ik het snappen."

"Bij alles wat je zelf kiest, heb je alleen je eigen beperkte radius. Daarom zeg ik ook altijd als ik met een vriendin hier in het restaurant eet het liefst: doe maar wat, zo veel gangen en alleen geen spruitjes. Maar in een groter geheel bezien, heb ik vaak het gevoel dat je geen keuze hebt."

"Niet dat we alleen maar plankton zijn, ronddrijvend zonder doel. Het is niet alsof we zelf geen eigen verantwoordelijkheid hebben. Maar veel dingen gaan zoals ze gaan. Het ligt er maar aan wat er op je pad komt en waar je ja of nee tegen zegt. In de liefde bijvoorbeeld: als die ineens voor je neus staat, ga je ook niet lopen zeuren dat hij 21 jaar ouder is."

Lacht. "Dat heb ik in elk geval niet gedaan. Het was nota bene de vriendin van mijn ex die ons aan elkaar heeft voorgesteld. Zij zei: ik ken iemand die jij vast heel leuk vindt. Ik spreek altijd over Thom als mijn nieuwe liefde, maar is die nog nieuw eigenlijk? Het is al sinds de zomer."

U bent wel katholiek opgevoed, noemt u zichzelf nog katholiek?
"Ja, dat zijn de rituelen die ik ken. Ik vind het Nieuwe Testament het meest inspirerend en dan moet je echt bij de katholieken zijn. Ik ben gedoopt en heb communie gedaan en het heilig vormsel ontvangen. Ik ken nog alle communieliedjes uit mijn hoofd."

Barst los: 'Simon Petrus was druk in de weer en hij gooide zijn net in het water, maar toen klonk de stem van de Heer: ga je mee? Ga je mee? Als Jezus je roept, ga je mee? Ga je mee, ga je mee, ga je mee.'"

"Het ging vroeger meer om die rituelen en tradities dan dat er werkelijk gesprekken werden gevoerd over God."

Behalve die liefde komt er momenteel wel veel op uw pad: nieuw boek, nieuwe film, u schrijft wekelijks twee columns.
"Dorst komt nu eindelijk uit, maar die was al bijna een jaar af en is officieel al in première gegaan op het Internationaal Film Festival in Rotterdam. Simone Kleinsma, die in de moederrol speelt, is zóó goed. Haar man, Guus Verstraete, heeft de film voor zijn dood nog kunnen zien."

"Die moeder doet geen sympathieke dingen, dus je moet wel iemand hebben met persoonlijkheid. Een rol als deze is niet iets wat zij normaal doet; het is echt indrukwekkend wat ze neerzet. Vrienden van mij die de trailer hebben gezien, zeiden: Het is zo echt, zo professioneel. Ja zeg, dat mag ik hopen!"

"Ik ben ook nog bezig aan een film met Halina Reijn, we hopen binnenkort te gaan draaien. Met Saskia Diesing, met wie ik Dorst heb gemaakt en daarvoor Nena, werk ik aan een scenario voor een film over de Tweede Wereldoorlog. Over het verloren transport, de laatste van de drie treinen met gevangenen uit Bergen-Belsen die vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog naar Theresienstadt werden vervoerd, maar strandde in Tröbnitz."

"Een oom van Saskia heeft in die trein gezeten. Voorheen had ze absoluut geen behoefte iets met die oorlog te doen, totdat ze dit verhaal over haar oom hoorde. Ik ben altijd al geobsedeerd geweest door de oorlog; ik kon toen ze dat vertelde zo alle boeken uit de kast trekken. Veel bekende schrijvers hebben in die trein gezeten: Jona Oberski, Abel Herzberg."

Beeld Hanna Snijder

"We schrijven vanuit het perspectief van drie vrouwen, onder wie een Russische sluipschutter. Maar er wordt geen schot gelost - alhoewel het sterven gewoon doorgaat. Vlektyfus, zelfmoord. Wat doe je met 2500 mensen in een dorp van 600 inwoners, dat is de vraag."

"Ik schakelde de afgelopen maanden telkens heen en weer tussen dat klooster en de oorlog, het loopt allemaal door elkaar. Ik schrijf ook aan een televisiesserie, waar ik nog niet zo veel over kan zeggen."

Dat is wat ik bedoelde: hoe krijgt u al die dingen tegelijk voor elkaar?
"Je vormt je op voorhand allemaal ideeën over de voorwaarden om te kunnen schrijven. Die voorwaarden vallen stuk voor stuk weg als er een opdracht komt die te leuk is om niet te doen. Vroeger dacht ik: een week voor dit project, dan volgende week dat andere, en kon ik niet twee verschillende dingen doen op een dag. En als ik met een groot project bezig ben, heb ik gemerkt, kan ik er op een dag nog best een column naast schrijven of kleine correcties doen."

"Leuke dingen geven energie. Mensen praten over stress en hoe je stress kunt verminderen. Ik moet vaak nee zeggen en dat is lang niet zo leuk als ja zeggen. Als de leuke dingen maar blijven."

"Films duren jaren en die tijd heb je ook nodig om tot nieuwe inzichten te komen. Als het om schrijven gaat, kun je veel doen in een dag. Niet acht uur achter elkaar - maar ik wil wel altijd. Al is het ook wel fijn als er, zoals nu mijn nieuwe liefde, iemand is die 's avonds kookt en zegt: 'Pauze. 'Dat helpt. Ik ben de hele tijd verbaasd dat ik weer niet overspannen ben. Ik houd het nog steeds vol. En is het te druk geweest, dan slaap ik twee dagen."

"Ach, je moet wat met je tijd, je moet iets doen om van de straat te blijven. Hard werken - het is dé remedie tegen depressie, zei Bruce Springsteen. Als het met Simenon niet zo goed ging, zei zijn psychiater: 'Gaat u alstublieft een boek schrijven.'"

"Als ik in bed lig na te denken, doe ik dat ook liever over een scenario of boek dan over mezelf. Het is vooral fijn dat ik niet over mezelf hoef na te denken, daar word ik toch gelukkiger van."

"Ik kan mijn aandacht dan ook heel goed focussen. Vanochtend in bed liep ik woord voor woord, stap voor stap de eerste aflevering door van die televisieserie. Dan lig ik om mezelf te lachen: ah leuk dit! Ah leuk dat! Nog voordat de serie is gemaakt en al die reacties en commentaren komen."

Zit u er bovenop als uw scenario's worden gefilmd?
"Nou, ik heb op de set niet veel geduld. Bij Dorst draaiden we in Amsterdam, dan kwam ik om half een binnenlopen, keek een take en ging dan meelunchen."

"Het is leuk om in een kamertje ernaast met de camera mee te kijken; dan zie je hoe de film wordt, terwijl het live ernaast gebeurt. Film houdt wel iets magisch, het is toch een beetje rock-'n-roll. Het voelt heel stoer."

Dat klooster uit uw nieuwe boek zou ook wel een fijne locatie zijn voor een film, ik moet een beetje denken aan de verfilming van De naam van de roos van Umberto Eco. Waarom heeft u gekozen voor een klooster als plek van handeling?
"Ik wilde dat de hoofdpersoon gelovig was, maar zonder dat dat iets bijzonders zou zijn. Ik wilde dat zijn geloof nicht im Frage zou staan. Niet: twijfelt hij of twijfelt hij niet. Geen mensen om hem heen die twijfelen. Een plek waar geloven normaal is."

"Ik heb zelf ook een paasretraite in zo'n klooster gedaan en daar de paasliturgie meegemaakt zoals ik die in het boek beschrijf: een dagenlang interactief toneelstuk en belangrijker dan dat hele kerstfeest."

"Op Witte Donderdag, de nacht die Jezus na het Laatste Avondmaal alleen moet doormaken en hij aan zijn apostelen vraagt of zij voor hem willen waken maar zij in slaap vallen, gaan in de kerk alle kaarsen uit. Alle bloemen worden weggehaald. De kerk wordt leeg en donker. Dan ben je vanzelf in gedachten bij degenen die jij hebt gekend en die zijn gestorven."

"Ik heb echt zitten huilen. Ik moest erg aan mijn broer denken die is overleden. Het is zo'n droevig ritueel. En de volgende dag is het Goede Vrijdag en... even denken hoor hoe het allemaal ook weer zit."

Ze onderbreekt zichzelf. "Zo verdiep je je erin, en een jaar later ben je het weer helemaal vergeten. Ik denk dat de mensen vooral het leuke deel van Pasen willen vieren. Alhoewel, The Passion is enorm populair. Dan zitten er leuke liedjes bij. "

"Ik liet in de eerste versie van mijn boek de koster het kleed uitkloppen waarop de hostie wordt gebroken. Ik liet het lezen door een broeder van een klooster bij Nijmegen en die corrigeerde me meteen: 'Dat doen we niet,' zei hij, 'het lichaam van de Heer aan de vogels geven.' Zo zie je hoe serieus dat wordt genomen."

Is De Trooster uw eigen vorm van geloofsonderzoek?
"Ja, en fictie is wat dat betreft geweldig. Je kunt je erin verliezen en je hoeft geen voorbehouden te maken."

Wat vindt u er zo inspirerend aan?
"Dat rare idee van iemand die alle schuld op zich neemt - dat krijg je toch bijna niet uitgelegd? En dat Jezus daardoor kennelijk zo'n bedreiging is geweest. Als iemand zegt: 'Loop maar over me heen, ik keer je de andere wang toe', vinden we dat verontrustend. Omdat hij de bestaande manier van denken kantelt. Ik heb het gevoel dat mensen over elkaar heen lopen, elkaar dingen aandoen, omdat ze zichzelf slachtoffer voelen, maar voor de buitenwereld niet die sukkel willen zijn."

Beeld Hanna Snijder

"Net als wanneer je gaat scheiden, zoals ik heb ondervonden. Dan zeggen mensen tegen je: 'Zorg je dat je genoeg meekrijgt? Je moet wél voor jezelf opkomen hoor!' Bij een scheiding is het niet: Wat heb je nodig? Maar: waar heb je recht op? Tevreden zijn met het deel wat je krijgt, wordt gezien als het tegenovergestelde van voor jezelf opkomen. Dat is zeker voor vrouwen niet populair nu. Met die manier van denken ben je een sukkel."

"Zo bezien, is Jezus echt een sukkel eerste klas. Hem is een doornenkroon opgezet ter bespotting. Zo'n bespot iemand is wel als held de geschiedenis ingegaan."

'Al die reacties en commentaren,' zei u eerder. Bent u huiverig voor recensies en kritiek?
"Bij mijn columns in de Volkskrant vroegen ze: zullen we je e-mailadres eronder zetten? Nee! Ik ben heel erg van eenrichtingsverkeer qua communicatie. Ik ben niet goed in commentaar."

"Binnen het werk overigens wel. Als je samen iets maakt, kun je alles tegen me zeggen; dan wil je iets samen beter maken. Recensies lees ik ook niet graag. Mijn eigen werk kritisch nalezen: waar moet het anders - ook zoiets. Dat vind ik het ergste deel van het schrijven. Dat laat ik liefst aan mijn redacteur over. Dan ben je niet aan het creëren, maar kritisch aan het beschouwen - zó'n vervelende bezigheid."

Bent u ook kritisch op anderen? U laat uw hoofdpersoon constateren dat Jezus Christus de enige is die hem nooit ergert; zijn medemensen roepen alleen maar miezerigheid bij hem op.
"Ik kan wel heel banaal, als in de stad iemand voor me niet doorloopt, belachelijk nare dingen denken. Maar ik kan het veroordelen ook goed laten. Ik ben een watje, ik vind iedereen zielig. Ook als iemand iets naars doet, denk ik altijd: die kan er niets aan doen."

"Van een jongetje dat vroeger op school heel gemeen was, dacht ik dat hij dat misschien móest van zijn moeder. Ik kon me niet voorstellen dat hij uit zichzelf zo was. Als iemand iets naars tegen me zegt, heb ik dat ook soms pas na drie dagen door. Dan denk ik: hé zeg, dat was eigenlijk niet aardig. Soms zelfs pas een jaar later."

"Nee, ik heb geen goed publicabel voorbeeld. Ik kan echt naar mensen kijken alsof ze personages zijn. Als iemand iets naars doet, denk ik: wat interessant. Iemand kan me een mep geven, dan denk ik: ook interessant. Heel secundair. Mijn vriend zei laatst tegen me: 'Jij bént er niet helemaal.'"

"Ik vind mensen boeiend. Ik vind het leven boeiend, tot in de kleinste dingen. Slapen doe ik ook graag en dat is ook boeiend. Ik droom veel en alles uit mijn leven wordt op een duidelijke manier uitgelegd. Over mijn nieuwe liefde droomde ik dat hij er was, maar dat het niet waar was. Als ik een boek heb ingeleverd, droom ik dat ze boos zijn bij de uitgeverij: 'Nou Esther, kun je niet iets intelligenters schrijven.' Ik klim ook altijd op hoge dingen en durf er dan niet meer af."

"Elke eerstejaars student psychologie kan mijn dromen duiden. Angst daarvoor, verlangen daarnaar, en dan komt ook de nieuwe bank die ik heb gekocht er nog even inhuppelen. Alles is te herleiden naar de dagen ervoor."

"Over mijn broer, die al veertien jaar dood is, droom ik altijd door. Elke keer opnieuw: waar is hij toch? Waarom komt hij zo weinig langs? Is hij op reis? Alsof ik het nog altijd niet snap. Zo is hij er nog altijd bij."

"Een keer heb ik gedroomd dat hij doodging. Daarna was ik bang dat hij echt weg zou zijn. Maar hij komt gewoon terug in mijn dromen, gelukkig is mijn broer hardleers."

Vindt u daar troost in?
"Ja, we hebben troost nodig. Zoals je die ook kunt vinden in het geloof, de Heilige Geest wordt de 'grote trooster' genoemd. Daarom vond ik het leuk een boek over troost te schrijven. Ik ga met het thema aan de haal; het gaat over waar troost niet op zijn plaats is, of waar troost als troef wordt gebruikt."

"Troost kan de oplossing zijn voor veel wereldleed. Hoe help je een moordenaar? Met troost. Hoe help je een verkrachter: met troost. Mensen die zich ergens schuldig aan hebben gemaakt, hebben hulp nodig. Troost."

"De burger wil vooral dat misdadigers ernstiger worden gestraft. Ik snap het: als iemand iets ergs doet, wil je rechtvaardigheid. Maar helaas, soms moet je mensen helpen. Dat zal wel geen verheffende reacties opleveren, het is geen populair evangelie."

Esther Johanna Gerritsen
2 februari 1972, Nijmegen

1983-1989 Havo in Bemmel
1989-1991 Dramatherapie Nijmegen
1991-1996 Dramaschrijven en Literaire vorming, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
1997-2011 Toneelschrijfster, o.a. Gras, Huisvrouw, De Kopvoeter, winnaar Charlotte Köhler Stipendium voor toneel (2001)
2000-nu Prozaschrijfster, o.a. De kleine miezerige god, Dorst, Roxy.
Frans Kellendonk-prijs (2014)
Auteur boekenweekgeschenk Broer (2016)
2010-nu Columniste voor de VPRO Gids
2014-nu Scenariste, oa Nena, Dorst
2017-nu Columniste voor de Volkskrant

Esther Gerritsen heeft een relatie en dochter Teddy (9) en woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden