PlusBoekrecensie

Esther Gerritsen doet het weer, en nóg beter

Gerritsen weet zich te verplaatsen in personen, die zich vaak op de rand van geestesziekte of van totale in­storting bevinden.Beeld Getty Images

Het nadeel van elke twee jaar een geweldige roman schrijven, steeds net iets sterker dan de voorganger, is dat de volgende nóg beter moet. Stilstand is achteruitgang, en valt binnen zo’n regelmatig, krachtig oeuvre meteen op. Je kunt je voorstellen dat je er moedeloos van wordt: keer op keer jezelf moeten overtreffen, altijd weer die lat die nóg een stukje hoger komt te liggen. Er zijn schrijvers die om minder vastlopen, of een verdiende romanpauze van een jaar of acht nemen.

Gelukkig heeft Esther Gerritsen een aardig alternatief. Twee jaar na het verbluffende De trooster zet ze haar sterke reeks gewoon voort, en komt ze met een roman – haar achtste – die nóg beter is. Een nieuw hoogtepunt in een oeuvre dat je onnadrukkelijk overrompelend zou kunnen noemen. Gerritsen is onderkoeld en zelfverzekerd, blijft zelf op de achtergrond, terwijl haar toon en haar blik doorklinken in elke alinea.

De terugkeer is een compacte roman, vol korte hoofdstukken, die op hun beurt weer bestaan uit scènes en terugblikken die geen woord te lang duren. Toch is het een vól boek.

Gerritsen kruipt in de hoofden van de introverte begindertiger Max Johansen, zijn zachtaardige vrouw Nora, zijn ondernemende jongere zus Jennie, hun aan Alzheimer lijdende moeder, hun tergend hulpvaardige oom Ed, en hun vader Gerrit – die nu al twintig jaar dood is, maar vanuit het hiernamaals neerkijkt op de levenden, zonder contact met hen

te kunnen maken. Af en toe komt ook God aan het woord – een soort almachtige, niet onwelwillende bedrijfsleider, die al veel te lang meeloopt om nog ergens echt van op te kijken.

Klassieke detectiveroman

Vader Gerrit heeft, na jaren van verstikkende depressies, zelfmoord gepleegd. Slaappillen. Max was tien en Jennie vijf. Dat is in elk geval altijd de geaccepteerde doodsoorzaak geweest – voor zover er nog iets te accepteren viel aan de levens van de voor altijd getekende gezinsleden. Twintig jaar na dato besluit Jennie haar steeds luider knagende twijfels uit te spreken. Wás het wel zelfmoord? Waarom is er destijds zo haastig, zo gebrekkig onderzoek gedaan, alsof er iets moest worden weggemoffeld?

Ze neemt er geen genoegen mee, begint het verleden om te woelen, en stort haar hele familie in een tocht waarbij ieder nieuw licht op de zaak vergezeld gaat van een nog diepere duisternis. Aan de oppervlakte is De terugkeer haast een klassieke detectiveroman: een schijnbaar rechttoe rechtaan sterfgeval dat toch opnieuw wordt onderzocht, om eindelijk de ware toedracht – en mogelijk de échte dader – te achterhalen.

Onder die overtuigend aangebrachte oppervlakte wemelt het van de existentiële vragen en inzichten. ­Gerritsen weet zich op een volstrekt natuurlijke, bijna achteloze manier te verplaatsen in sterk verschillende personen, die zich vaak op de rand van geestesziekte of van totale in­storting bevinden.

Maar hun worstelingen worden nooit raar: ze beeldt de diepste pijn en verwarring glashelder af, volgt daarbij steeds de logica van het personage – de patiënt – in kwestie. En die logica overtuigt, zoals misschien voor vrijwel iedereen zijn drijfveren en misstappen volkomen logisch lijken. Of anders wel logisch gemáákt worden, achteraf.

Zo geraffineerd

Ze laat zien hoe personages steeds weer tegen zichzelf en de hele wereld liegen, in een poging een diepere oprechtheid overeind te houden. De redeneringen waarmee hun leugens worden onderbouwd of goedgepraat, zijn zo geraffineerd, zo overtuigend, dat de hoofdpersonen er steeds opnieuw intrappen. Geen wonder: ze boetseren hun waarheid met elke verdrongen gedachte weer een stukje overtuigender.

Onder aanvoering van Jennie haalt Gerritsen al die verdrongen gedachtes naar boven. Met het genadeloze afdalen in het Johansen-verleden laat ze ook aangrijpend zien hoe diep trauma’s precies zitten, zelfs als ze definitief begraven lijken. Depressie, beseffen we, of misschien wel élk trauma, is een besmettelijke ziekte, die generatie op generatie treft en in zijn greep houdt.

Het wonderlijkste van De terugkeer is misschien wel dat Gerritsen met zulke zware materie zo vaak voor een harde lach zorgt, zonder iets af te doen aan de gruwelijke lijdenswegen. Het licht absurde en het loodzwaar-serieuze gaan bij haar ongeëvenaard goed en vanzelfsprekend samen.

Esther Gerritsen, De terugkeer, uitgeverij De Geus, €22,50, 256 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden