PlusBoekrecensie

Essay Pauline Harmange: mannenhaat om vrouwen te verbinden

De leefwereld die de Franse activistische blogger Pauline Harmange schetst in haar essay Mannen, ik haat ze, in eigen land een bestseller, is nogal traditioneel en clichématig. Step out of that box, girl!

Pauline Harmange weet niet of ze nog eens voor een man zou kiezen als haar relatie uit zou gaan. Beeld Magali Delporte
Pauline Harmange weet niet of ze nog eens voor een man zou kiezen als haar relatie uit zou gaan.Beeld Magali Delporte

In het essay Mannen, ik haat ze. roept de Franse activistische blogger Pauline Harmange (1994) vrouwen op vooral met haar mee te haten en misandrie (mannenhaat) te omarmen. ‘Maar weet je wat, ik gooi het eruit, ik geef het toe: ik haat ­mannen. Echt allemaal? Ja, allemaal. Doorgaans heb ik maar weinig respect voor ze.’ Hoe vruchtbaar is die haat?

Mannen, ik haat ze is een prikkelende en sensationele titel. Persoonlijk voel ik me (zelfs als feminist) niet direct aangesproken; de meeste mannen die ik ken kunnen er best mee door. Maar onder de streep gaat het natuurlijk niet om het persoonlijke, maar om het patriarchaat, het seksisme, oftewel ‘het systeem’ dat moet worden doorbroken. ‘Haat’ kan ook best een gevaarlijk woord zijn. Je kunt je afvragen of er goede dingen uit haat zijn voortgekomen: huiselijk ­geweld? De Tweede Wereldoorlog? Het Midden-Oostenconflict?

Ook interessant: Vul in plaats van het woord ‘mannen’ in de titel, een willekeurige andere groep in en je hebt de poppen echt aan het dansen. Hoewel: een Franse regeringsfunctionaris probeerde het boek vorig jaar te censureren, ‘omdat het aanzet tot op gender gebaseerde haat’. Daarna werd het natuurlijk een bestseller, want zo gaat dat met dingen die in de ban moeten.

Eeuwig gekissebis

Ik ben geen man en kan er zodoende niet over oordelen, maar ik vermoed dat de meeste Nederlandse mannen, op wat rechtse reaguurders na, zich niet geroepen voelen veel aanstoot aan het essay te nemen. De titel is voor hen wellicht ergerniswekkend, maar werkt ook op de lachspieren, omdat deze ook zomaar zou kunnen verwijzen naar het eeuwige gekissebis tussen mannen en vrouwen, een vaatje waar cabaretiers en andere grappenmakers zo graag (en ­gemakzuchtig) uit tappen.

Misschien is de binaire tegenstelling wel de laatste ruimte om iets haatdragends in kwijt te kunnen. ‘Mannen, ik haat ze’, is ook een uitspraak die je en passant zou kunnen opvangen bij een gesprek van een groepje vrouwen. ‘Kwam ik uit mijn werk, had hij weer alle vuile vaat voor me achtergelaten.’ Instemmend, in koor: ‘Mannen, ik haat ze.’

Dat dit soort gemeenplaatsen bestaat is ontzettend tragisch. Het toont aan hoe diepgeworteld en hardnekkig de conservatieve rolpatronen zijn. Geen man die er echter van wakker ligt en er zijn er nog minder die de vaat in het vervolg wel zullen opruimen. En daarmee leggen we de vinger op de zere plek: het interesseert mannen niet.

Maar het nogmaals opdienen van gemeenplaatsen en het memoreren van het – steeds weer schrikbarend – aantal slachtoffers van verkrachting en geweld tegen vrouwen zullen ook ‘het algehele gebrek aan interesse van mannen voor de vrouwenzaak’ niet verhelpen.

De focus ligt bij Harmange op het beschrijven van alledaags seksisme aan de hand van herkenbare en weinig verrassende voorbeelden die geen nieuwe inzichten bieden, hooguit het belang van verandering onderstrepen. De auteur beschrijft bijvoorbeeld heel aanschouwelijk hoe ruzies bij heterostellen verlopen: vrouwen huilend en wanhopig over ogenschijnlijk iets kleins, mannen superieur, vol argumenten. Harmange: ‘Alleen dominante personen kunnen het zich veroorloven om in alle omstandigheden redelijk en kalm te blijven, omdat zij niet degenen zijn die lijden.’

Harmange, die zelf als biseksuele vrouw jarenlang in een min of meer gelukkige relatie met een, volgens haar vriendinnen, ideale man verkeert, weet niet of ze nog eens voor een man zou kiezen als het uit zou gaan. In haar ervaring zijn ‘de inspanningen die vrouwen doen om aantrekkelijker te zijn voor hun partner zelden wederkerig’. Maar vooralsnog blijft ze bij haar man, die haar mannenhaat op de koop toe zal moeten nemen.

Makkelijke valkuil

Haar persoonlijke situatie helpt niet om Harmanges keuze om mannen te haten helemaal te begrijpen. Het is zo extreem. Er zijn andere uitwegen, heus, zeker binnen de eigen leefomgeving. Je hoeft je niet in een (ongelijkwaardige) relatie te begeven. Je hoeft je niet te schikken in een rolpatroon waarin jij het huishouden op je neemt en op de koop toe een kindman verzorgt. Je hoeft zelfs niet samen te wonen. Het is een makkelijke valkuil, maar je kunt er ook uitstappen en je eigen plan trekken.

De leefwereld die Harmange schetst komt nogal traditioneel over. Dat beeld wordt versterkt als ze de loftrompet steekt over ‘tupperwareparty’s en meidenavonden’ die vrouwen volgens haar zo graag bijwonen, terwijl mannen ‘whisky drinken en pokeren’ (oftewel: ‘een ­funest, exclusief mannelijk ons-kent-ons­sfeertje cultiveren’). Een nogal clichématige en gedateerde voorstelling. Step out of that box, girl!

Harmange kiest liever voor ‘haat’ als oplossing. Haat is het ongezonde zusje van woede dat zich ophoudt in het hoekje naast jaloezie en miskenning. Haat komt voort uit machteloosheid. Het vreet voornamelijk energie, omdat de drager er meer onder lijdt dan het gehate subject. ‘We willen dat mannen hun plaats kennen. Of nee, we eisen dat ze leren minder plaats in te nemen. Ze spelen de hoofdrol niet en daar zullen ze aan moeten wennen,’ schrijft Harmange. Nou, als je het zo zegt, Pauline, dan zullen ‘ze’ wel gaan luisteren.

Hoe dan? Zullen onversneden haat en minachting er daadwerkelijk voor zorgen ‘dat mannen hun plek kennen’? Het lijkt me onwaarschijnlijk. Harmange staat er niet lang bij stil. De haat brengt ons namelijk iets anders. De gedeelde haat moet vrouwen met elkaar verbinden, betoogt de auteur: ‘Ik geloof dat het haten van mannen de deur opent naar liefde voor vrouwen (en voor onszelf) in alle mogelijke ­vormen. En dat we die liefde – dat zusterschap – nodig hebben om onszelf te bevrijden’.

Waar: goede vriendschappen tussen vrouwen zijn enorm waardevol en stimulerend. Maar Harmange stapt te makkelijk over een ander hardnekkig probleem heen. Niemand kan zo haatdragend naar vrouwen zijn, als vrouwen zelf; de zogenaamde ‘krabbenmand’ (een krab kan in z’n eentje prima uit een mand klimmen, maar als er meerdere in zitten, wordt hij naar beneden getrokken door zijn soortgenoten), vorig jaar nog levendig in herinnering gebracht door Daan Borrel en Milou Deelen in Krabben. Lost misandrie dit op? Gezamenlijk optrekken in een strijd helpt, zeker, zolang je elkaar daarbuiten niet naar beneden trekt.

Partners in crime

Een goed voorbeeld van succesvol samen optrekken in de strijd is #MeToo: de vereniging in woede van vrouwen wereldwijd, die seksueel wangedrag van mannen niet langer pikken, heeft bijgedragen aan een grote verandering in seksuele mores. Woede, dus geen haat, kan (naast destructief) heel krachtig zijn, het kan fungeren als motor om dingen gedaan te krijgen.

Dat lieten ook voorgangers van Harmange zien. Denk aan Soraya Chemaly, Rebecca Traister, Brittney Cooper en Mona Eltahawy, tot wie ze zich overigens op geen enkele wijze verhoudt, wat het boek weinig ingebed en nogal particulier van aard maakt. Ook de bronnenlijst die grotendeels bestaat uit verwijzingen naar grafieken en cijfers van geweld jegens vrouwen, is weinig indrukwekkend.

Voor iemand die pleit voor een radicaal feminisme en voor verbinding tussen vrouwen, gaat Harmange weinig verbinding of ‘zusterschap’ aan met haar reeds bestaande partners in crime. Misschien bevestigt ze daarmee de beperkingen van haat, die blind maakt voor wat er al is.

Mannen ik haat ze, van Pauline Harmange. Beeld
Mannen ik haat ze, van Pauline Harmange.

Non-fictie

Pauline Harmange
Mannen, ik haat ze
Vertaald door Annelies Kin en Nathalie Tabury
Atlas Contact, €14,99, 80 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden