PlusPS

Ernst Jansz: 'In die commune voelde ik me op mijn plek'

Voor hij de band Doe Maar oprichtte, was Ernst Jansz (69) lid van CCC Inc. De groep leefde in een commune. Op zijn nieuwe album en in het boek De Neerkant blikt Jansz terug. 'Alles delen bleek helemaal niet zo makkelijk.'

Ernst Jansz: 'Ik had lang haar, blowde, zat in een popgroep en woonde in een commune. Dat was nogal wat voor mijn moeder'Beeld Molly Mackenzie

Voor Nederlandse begrippen is het nog altijd een eind ­rijden van Amsterdam naar Neerkant. Eind jaren zestig moet het gehucht in Brabant, tegen Limburg aan, voor Amsterdammers aan de andere kant van de wereld hebben gelegen. "Hou op," zegt Ernst Jansz. "Na Den Bosch hield de snelweg op. Na Deurne ging het asfalt over in klinkers. Hier in het dorp waren nog zandwegen."

In 1969 verhuisde Jansz van de hoofdstad naar Neerkant. Met de andere leden van de groep CCC Inc. plus aanhang betrok hij er een oude boerderij. De commune die ze met zijn allen vormden, hield stand tot 1974. De anderen keerden weer terug naar Amsterdam. Ernst Jansz is altijd in Neerkant blijven wonen, in diezelfde boerderij ook.

Wat is terugkijkend het overheersende gevoel?
"Ontroering. Het was de hippietijd, we wilden de wereld verbeteren. Alles delen in een commune leek een mooi begin. Met zijn veertienen waren we: de zes leden van CCC, onze vriendinnen en de eerste kinderen."

"Ik ben van nature best mensenschuw, maar hier voelde ik me op mijn plek, alsof ik deel was van een grote familie. Dat ­delen bleek helemaal niet zo makkelijk te zijn, maar we hebben het geprobeerd. En het was, hoe moeilijk soms ook, een prachtige tijd."

Denken de anderen er ook zo over?
"Weet ik niet. Ik denk het niet, eerlijk gezegd. Maar dat zou je henzelf moeten vragen."

In een documentaire uit 2012 had u het over 'verraden idealen'.
"We waren er niet in geslaagd onze idealen blijvend ­gestalte te geven. Dat vond ik toch een beetje verraad aan de goede zaak."

Hoe kwam de commune aan zijn eind?
"Appie Rammers, die voor CCC in de Amsterdamse beatband The Outsiders had gespeeld, was de eerste die vertrok. Daarna ging het heel snel. Voor we het wisten waren alleen Joost Belinfante en ik met onze gezinnen over."

Bassist Rammers was een echte volksjongen.
"Ja, dat was wel een contrast. De anderen waren gymnasiasten en hbs'ers. Hij zal het er best moeilijk mee hebben gehad, maar hij was een sterke persoonlijkheid. Wij waren ook wel een beetje jaloers op hem, juist door dat volkse."

Hoe vonden de Neerkanters het dat er ineens een stel hippies uit Amsterdam neerstreek?
"Later ging het goed, maar aanvankelijk vonden ze ons verschrikkelijk. Wij waren langharig, werkschuw tuig. We waren het gesprek van de dag, de week, de maand. We kwamen er in de winter wonen."

Ernst JanszBeeld Molly Mackenzie
Een optreden van CCC Inc. in hun boerderij in Neerkant, begin jaren zeventigBeeld Molly Mackenzie

"Toen het lente werd, ­kwamen er opvallend veel mensen langs onze boerderij wandelen. Allemaal heel nieuwsgierig natuurlijk. Die ­nodigden we dan wel uit binnen. We hadden geen stoelen, alleen kleedjes, kisten en matrassen. In hun ogen las je de onuitgesproken vraag: doen ze het ook met elkaar?"

En?
"Helaas, het ideaal van de vrije liefde brachten we niet in de praktijk. Het had me zeker wat geleken, maar daar ­waren we te netjes voor opgevoed."

Hoe hebben jullie de Neerkanters voor jullie weten te winnen?
"We hebben op het erf een keer een free concert gegeven. Daar kwam het hele dorp op af. Ik kan het me zelf niet meer herinneren, maar het verhaal wil dat er zelfs twee nonnetjes waren, voor wie toen gauw twee stoelen bij de buren zijn geleend. Toen bleken we toch niet zo eng en vies te zijn. Echt goed is het gekomen toen we een benefietconcert voor de Neerkantse fanfare gaven."

Toch mooi, dat een kleine, geïsoleerde gemeenschap zo snel buitenstaanders accepteert.
"Zeker. Hoewel meneer pastoor en het hoofd van de school altijd hun bedenkingen hebben gehouden. Naast ons woonde Nolleke, met wie ik het goed kon vinden. Hij was een kleine boer met een paar koeien en varkens, die zich maar net staande wist te houden in de ruilverkavelingstijd."

"De plaatselijke toneelvereniging was zijn lust en zijn leven. Hij had zich erg verwant gevoeld met ons, hoorde ik na zijn dood van zijn kinderen. Toen wij in Neerkant kwamen wonen, had hij gezegd: 'Zie je nou wel, dat er meer mensen zijn die denken als ik.'"

Gebruikten jullie drugs?
"Alleen softdrugs. De helft van CCC Inc. blowde, de andere helft dronk. Appie was de enige die het allebei graag deed. Ik hoorde bij de blowers. CCC Inc. maakte muziek die aansloeg bij zowel stonede mensen als mensen die dronken."

Jullie speelden een voor Nederland ongebruikelijke mix van traditionele Amerikaanse genres.
"Americana zou je nu zeggen. Toen we begonnen in 1967 heetten we Capital Canal City Folk & Blues Incorporated en speelden we vooral covers. Later, toen we ook eigen werk brachten, werd het CCC Inc."

U speelde wasbord, ook niet gewoon in Nederland.
"We zaten nog op de middelbare school toen me bij een repetitie werd gevraagd of ik wasbord kon spelen. 'Ja, hoor,' zei ik. Ik had het nooit gedaan, maar ik zat altijd ­al - tot groot ongenoegen van mijn moeder - te trommelen op tafel. Ik bleek het ook echt te kunnen. Ik zeg niet snel van mezelf dat ik ergens goed in ben, maar in dat wasbord bespelen was ik echt bedreven."

"In het begin zat er op de Albert Cuyp nog een mannetje dat wasborden maakte, later vond ik ze vooral op rommelmarkten; ik had er echt een ­speciaal oog voor. En ik had er veel nodig: in twee optredens speelde ik een wasbord kapot. Met vingerhoedjes op raas je over het zink, dus dat slijt heel snel. Het bloed vloog ook vaak in het rond, dat hoorde erbij. Door die ­wasborden heb ik wel als enige in de band een gehoor­beschadiging opgelopen."

Traden jullie veel op met CCC Inc.?
"Zeker drie, vier keer per week, in het hele land. Heel ­traditioneel eigenlijk: de mannen van de commune trokken er in een busje op uit om geld te verdienen, de vrouwen deden het huishouden. We speelden vooral in het provadyacircuit, dat waren alternatieve jeugdcentra die je overal had. Ook daar weer die kleedjes. En blowen maar! Frank van der Meijden, de latere manager van Doe Maar, regelde onze concerten en dat was echt de ­beste boeker van het land."

Mogen we CCC Inc. beschouwen als de voorloper van Doe Maar?
"Ja, vind ik wel. Ik heb Doe Maar hier in Neerkant opgericht. Tussendoor waren er ook nog de Slumberlandband en de Rumbones, maar al die groepen lopen logisch in ­elkaar over."

CCC Inc. was pure underground, Doe Maar het volkomen tegenovergestelde.
"Aanvankelijk zaten we met Doe Maar in hetzelfde ­wereldje als eerder met CCC. Pas toen Henny Vrienten er in 1980 bij kwam, is de groep zo groot geworden. We ­waren er helemaal niet op uit en wisten niet wat ons overkwam. Dan moesten we ergens spelen en vonden we het zo druk op straat. Zou er soms ook een voetbalwedsrijd zijn of zo? Bleken al die mensen voor ons te komen."

Je boek De Neerkant eindigt met de komst van Vrienten. In een volgend boek komen de Doe Maar-jaren aan bod?
"Nee, dat boek moet iemand anders maar schrijven. Doe Maar is ook nog te vers, en ik weet helemaal niet zo veel meer van die tijd. Ten tijde van CCC Inc. schreef ik veel op, bij Doe Maar kwam ik daar nauwelijks aan toe. Doe Maar is als een flits aan me voorbijgegaan. Die communejaren herinner ik me veel beter."

U was jong toen u naar Neerkant ging. Wat vonden uw ­ouders ervan?
"Ik was als gymnasiast voorbestemd om te gaan studeren. Ik heb het drie jaar gedaan en ging toen een heel andere kant op. Ik had lang haar, blowde, speelde in een popgroep en woonde in een commune. Het was nogal wat allemaal. Mijn vader was al overleden, mijn moeder heeft nooit één woord van afkeuring of zorg geuit."

"Ze kwam ook regelmatig met de trein naar Neerkant. Dan scharrelde ze in de keuken, ruimde op. Goh, wat goed dat ze dit allemaal zo accepteert, dacht ik. Maar op een dag was ik haar kwijt. In de tuin vond ik haar. Tussen de lakens die aan de lijn ­hingen, zat ze stilletjes te snikken."

Ernst Jansz, De Neerkant, uitgeverij In de Knipscheer, €29,50. Zowel het boek als de gelijknamige cd (Munich Records, €16,99) zijn vanaf vrijdag verkrijgbaar. Zie voor speeldata van Ernst Jansz: www.ernstjansz.com.

Ernst JanszBeeld Luna Jansz
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden