PlusInterview

Ernst-Jan Pfauth vertrekt bij De Correspondent: ‘Ik snap best dat die bravoure fucking irritant over kan komen’

Ernst-Jan Pfauth: 'The Correspondent was een heftige, maar ook leerzame ervaring, waardoor ik wel milder ben geworden als iemand anders in de fout gaat.' Beeld Hollandse Hoogte / Julie Hrudova
Ernst-Jan Pfauth: 'The Correspondent was een heftige, maar ook leerzame ervaring, waardoor ik wel milder ben geworden als iemand anders in de fout gaat.'Beeld Hollandse Hoogte / Julie Hrudova

Ernst-Jan Pfauth vertrekt bij De Correspondent, het journalistieke platform dat hij acht jaar geleden mede oprichtte. Hij vindt zichzelf niet de juiste persoon om het bedrijf naar een volgende fase te helpen. ‘Heel lang heb ik vanuit branie en gecultiveerde naïviteit geopereerd.’

“Ja, dit wil ik nog wel even zeggen,” zegt Ernst-Jan Pfauth (35) aan het einde van het interview. “Dat ik ook heel dankbaar en trots ben. Ik heb de neiging om heel kritisch naar mezelf te kijken, maar het is ontzettend vet wat we met De Correspondent hebben bereikt. Dat ik een gezond bedrijf achterlaat dat straks, zonder mij, een nieuwe stap kan maken.”

Even daarvoor heeft Pfauth uitgelegd wat hij ‘intentioneel leven’ noemt. “Bewust keuzes maken, op basis van wat je belangrijk vindt.” En dus schrijft Pfauth voor hij naar bed gaat in een boekje op waar hij dankbaar voor is. Iedere ochtend pent hij een pagina vol met wat hij die dag allemaal wil bereiken, en visualiseert hij de gesprekken die hij gaat voeren. En op maandagochtend neemt hij in een half uurtje met zijn ‘accountabilitypartner’ de voorgaande week door: waar zijn we tevreden over, wat had er beter gekund? “Momenten van contemplatie en reflectie geven mij een rijker leven,” zegt Pfauth.

Bewust nadenken over wat je wil, dankbaar zijn voor wat je bereikt hebt, de afgelopen maanden werd het voor Pfauth concreter dan ooit. Was hij nog wel de meeste geschikte persoon om leiding te geven aan De Correspondent, het journalistieke platform dat hij in 2013 samen met Rob Wijnberg oprichtte? En haalde hij er nog wel genoeg voldoening uit? In mei nam hij, na lang wikken en wegen, het besluit om te vertrekken, deze week bracht hij het nieuws naar buiten.

“Ik ben iemand die graag nieuwe dingen uitprobeert, iets op touw zet, het groot maakt en dan weer door wil naar iets anders. Terwijl De Correspondent in deze fase een directeur nodig heeft die structuur en rust in de organisatie brengt, iets wat mij niet natuurlijk afgaat. Ik krijg er ook geen energie van.”

“We hebben een paar terugkerende problemen: te hoge werkdruk, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, te veel informele besluitvorming. Daarin blijkt De Correspondent niet uniek te zijn, er is zelfs een naam voor, het founder’s syndrome. Een organisatie draait de eerste jaren heel sterk op de energie en de ideeën van de oprichters, maar naarmate het bedrijf een bepaalde omvang heeft leidt dat tot allerlei vormen van bureaupolitiek. Hoe dichter je bij mij of Rob staat, hoe meer je gedaan kunt krijgen, wat weer zorgt voor onzekerheid en stress bij mensen die hier werken. Ik vond het gênant en tegelijkertijd geruststellend, kennelijk gebeurt dit op veel meer plekken.”

In de brief waarin u uw vertrek toelicht, staat dat de verantwoordelijkheid zwaar op u drukte.

“Tijdens de pandemie maakte ik veel wandelingen met collega’s. Zij vertelden dan hoe het met ze ging en waar ze het moeilijk mee hadden. Dat stapelt aardig op als je tientallen wandelingen maakt. Als eindverantwoordelijke wil je die problemen oplossen en ervoor zorgen dat iedereen voldoening uit zijn of haar werk haalt, wat natuurlijk nooit lukt. Die onmacht is best pittig.”

U heeft uw journalistieke dromen waargemaakt, schrijft u.

“We hebben 71.000 leden, een eigen uitgeverij die vorig jaar 350.000 boeken verkocht en we kunnen de journalistiek bedrijven waar we in geloven. Ik herlas laatst een blogje dat ik in 2012 schreef, waarin ik mijn frustratie over de staat van de journalistiek op dat moment verwoordde. Mijn generatie las nog maar een kwartier per week een dagblad. Maar voor kranten was papier nog steeds heilig, en online probeerde iedereen nu.nl na te doen. Het idee dat mensen zouden gaan betalen voor onlinejournalistiek was een wensdroom. De journalistiek stond er echt belabberd slecht voor.”

U schreef: ‘Toon in ieder geval durf. Ga aan de slag. (...) BOUW. Doe. Schijt hebben, acties maken. Hoe lang wil je verdomme nog klagend toekijken hoe zich een revolutie voltrekt? Sluit je aan. Red de kwaliteitsjournalistiek.’ Een hoop bravoure voor iemand van 26.

“Dat dacht ik ook toen ik het teruglas. Ik werd op mijn 24ste chef internet bij NRC, wat ik toen heel vanzelfsprekend vond, maar best absurd was. Er was mij nog nooit iets niet gelukt. Heel lang heb ik vanuit branie en gecultiveerde naïviteit geopereerd. Niet nadenken over wat er fout kan gaan, gewoon doen.”

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Die branie en dat zelfvertrouwen wekten in die begindagen ook veel wrevel bij de traditionele media, waar jullie je, als ‘medicijn tegen de waan van de dag’ tegen afzetten.

“Ik snap dat het zo overkwam, maar wij verzetten ons niet tegen de bestaande journalistiek, maar tegen alle vaak onbedoelde negatieve gevolgen die het nieuwssysteem met zich meebrengt: van wantrouwen en moedeloosheid bij de lezer tot populistische aandachttrekkerij bij politici. Dat doen we nog steeds, al is de context wel veranderd, de wereld is eindeloos ingewikkelder geworden. Toen bestond de term fake news nog niet, nu moet je je afvragen of je met je kritiek het vertrouwen in de media niet nog verder ondermijnt.”

Hebben jullie dat brandje niet zelf aangestoken?

“Nee, dat waren andere krachten. Wij wilden mensen na laten denken over de invloed van nieuws en een alternatief bieden. We zijn altijd constructief geweest.”

Geert Wilders noemt journalisten tuig van de richel, Rob Wijnberg verwijt journalisten dat ze slechts uit zijn op relletjes en clicks. De toon is anders, maar de boodschap verschilt toch niet zoveel?

“Rob wil de journalistiek verbeteren, Wilders wil journalisten monddood maken, dat is wezenlijk anders. Wat ik zo jammer vind, en dat merk ik ook in dit gesprek, is dat wij als beroepsgroep ontzettend slecht tegen kritiek kunnen. Daar spreekt zo weinig zelfvertrouwen uit. Ik snap ook wel dat die bravoure fucking irritant kan overkomen, maar we staan aan dezelfde kant, wij journalisten moeten het samen rooien.”

Laten we het over The Correspondent hebben. In 2018 verhuisde u naar New York om daar een Engelstalige versie op te zetten. De crowdfunding slaagde, jullie haalden zelfs The Daily Show van Trevor Noah en haalden 2,6 miljoen euro op. Het vervolg was minder florissant, op 1 januari van dit jaar ging de stekker eruit.

“Ik ben nog steeds trots op die crowdfunding, dat is een van de tofste en moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan. Maar nog moeilijker was het om aan elf mensen te vertellen dat we het niet gingen redden en dat ze hun baan verloren. Op persoonlijk vlak was het een les in nederigheid.”

Wat ging er mis?

“We liepen tegen de grenzen van onze gecultiveerde naïviteit aan. We wilden vasthouden aan onze onbevangenheid, maar we hadden veel commerciëler na moeten denken. En eerder hulp moeten inroepen van experts.”

Jullie werden in Amerikaanse media ook overladen met kritiek toen bleek dat jullie The Correspondent niet vanuit New York, maar vanuit Amsterdam gingen runnen. Mensen voelden zich bekocht.

“De 46.000 crowdfunders vonden het geen probleem, slechts 200 mensen zegden op. Maar in de media werd het een enorme rel. Wat er dan met je gebeurt? Totale paniek. We hebben ook zo dom gereageerd. Het eerste wat je in zo’n situatie moet doen is transparant zijn, maar wij zetten onze hakken in het zand. Het was verschrikkelijk: op het moment dat deze bom afging stond ik met mijn op die dag geboren dochter in het ziekenhuis. Een verpleegkundige liet mij op zijn telefoon een plaatje van nu.nl zien: ‘Dit ben jij toch?’.”

“Je hebt geen idee wat er allemaal gebeurt als je in zo’n rel terechtkomt. De gretigheid waarmee mensen je kapotmaken. Als je integriteit in twijfel wordt getrokken, ga je ook aan jezelf twijfelen. Heb ik slecht gehandeld? Ben ik slecht? Het was een heftige, maar ook leerzame ervaring, waardoor ik wel milder ben geworden als iemand anders in de fout gaat. Vaak is het meer een aaneenschakeling van fouten en dommigheden dan dat er kwade intenties zijn.”

Hoe gaat uw leven na De Correspondent eruit zien?

“Ik wil weer meer gaan maken. Elke minuut die ik niet achter een camera, microfoon of tekstverwerker zit vind ik zonde. Zo wil ik POM (Podcast over Media, die Pfauth samen met Alexander Klöpping maakt) uitbouwen. Afgelopen zomer heb ik daarvoor de serie jonge jaren gemaakt, waarin ik mensen interview over de tijd voordat ze bekend waren. Daar krijg ik ontzettend veel energie van. En uiteindelijk zal ik er wel een nieuw uitgeversmodel voor gaan verzinnen. Heel lang werd gedacht dat niemand bereid zou zijn om te betalen voor podcasts, maar inmiddels heeft POM 1800 betalende leden en hebben we een klein redactietje. Maar het liefst stel ik het moment dat er weer zestig mensen op de loonlijst staan zo ver mogelijk uit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden