Ernestina van de Noort: ‘Mijn blik is weidser dan flamenco alleen.’

Plus Interview

Ernestina van de Noort: ‘De essentie van flamenco is participatie’

Ernestina van de Noort: ‘Mijn blik is weidser dan flamenco alleen.’ Beeld Eva Plevier

Na rijp beraad van een vakjury zijn van ruim 500 voordrachten nog negen genomineerden over voor de Amsterdamprijs. Iedere week stelt in Het Parool een kandidaat zich voor. Ditmaal: Ernestina van de Noort.

Met de oprichting van de Flamenco Biënnale Nederland in 2006 heeft Ernestina van de Noort de flamenco als serieuze podiumkunst een plek gegeven. ‘Flamenco tilt je op en als het goed is, voel je je na afloop gelouterd.’

Het was haar eerste muzikale liefde, de flamenco – die smeltkroes van culturen uit Andalusië met zijn vele invloeden uit de Oriënt. Ze had als au pair in Genève de film Carmen gezien van Carlos Saura uit 1983, vertelt Ernestina van de Noort (Lochem, 1963), en ging liftend met vrienden door Andalusië alle zomerfestivals langs. “De mooiste optredens, de grootste verrassingen. Dat fascinerende Iberische lament, de oerschreeuw: el grito.”

Ze danste flamenco, studeerde Spaans en vertaalkunde Frans en Engels, werkte als tolk/vertaler en freelance journalist, en raakte vervolgens ook in de ban van Cubaanse muziek. Acht jaar had ze een relatie met jazzpianist Ramón Valle, voor wie ze als manager optrad. Ze programmeerde Cubaanse muziekfestivals in ­onder meer de Ysbreeker. Toen de relatie in 2005 overging, verloor ze niet alleen de liefde, maar ook een muzikale omgeving.

“Het verdriet was heftig. Ik dacht: daar moet iets tegenover staan. Op dag één dat Jan Wolff van de Ysbreeker kantoor hield in het Muziekgebouw, klopte ik bij hem aan en zei dat het tijd was voor een Flamenco Biënnale. Een festival dat vooral gaat over vernieuwing en experiment, versus die eeuwenoude traditie.”

De Flamenco Biënnale geldt inmiddels als een van de belangrijkste wereldpodia op het gebied van vernieuwing en cross-over in de flamenco. Maar ze heeft veel vooroordelen moeten wegnemen. “Wij zetten een programmering neer waar ze in Spanje lang alleen maar van konden dromen, wij inspireren andere festivals. Maar dat is de voorzijde. Ik heb moeten vechten en lobbyen om mensen ervan te doordringen dat flamenco meer is dan de noppenjurken.”

Wat kenmerkt uw werk?

“De Flamenco Biënnale is eigenzinnig, eigengereid, kijkt over grenzen heen. Het is een platform voor vernieuwers, voor makers die een muzikale ontdekkingsreis aan durven te gaan, die met hun voeten in de flamencoklei staan maar met een grote nieuwsgierigheid kijken naar ­andere muziek- en dansculturen en genres. Ik heb een hoge mate van kritische noot – wat me niet altijd in dank wordt afgenomen. Maar wat in de wereldmuziek zo vaak gebeurt, is dat er van alles bij elkaar wordt gezet: tex-mex, flamenco, en hóppa, dan heb je lekkere ‘fusion’. Het woord fusion zul je me mij nóóit horen gebruiken. Ik wil mensen bij elkaar brengen, culturen bij elkaar brengen. Om samen verhalen te vertellen.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam?

Ich bin ein Amsterdammer. Toen ik hier ging studeren en voor het eerst op de fiets zat, wist ik: eindelijk thuis. De Flamenco Biënnale is heel duidelijk verbonden met het Muziek­gebouw aan het IJ en het Bimhuis. Een gebouw met een grandioze uitstraling; de ruimte, de weidsheid, het over de einder kijken ook. We zitten in elf steden, maar Amsterdam is het centrum van het festival. Want daar bij uitstek kan het experiment plaatsvinden. Vanuit Amsterdam – mijn woonplaats, de stad waaraan ik ­totaal verknocht ben – draag ik bij aan het culturele landschap hier en aan de flamenco internationaal.”

Kunst in Amsterdam moet inclusiever, vindt wethouder Meliani; hoe gaat u daaraan ­bijdragen?

“De essentie van flamenco is participatie: het speelt zich nooit alleen maar op het podium af. Lang voordat het woord inclusiviteit opgeld deed, waren we er al mee bezig. Ik heb van het begin af aan ingezet op muzikale dialogen tussen flamenco en muziek uit de ‘herkomstlanden’, de Maghreb, Turkije, Iran. Ik vond het heel belangrijk om te kijken of ik het zo kon sturen dat ook Marokkaanse en Turkse mensen naar de Biënnale komen, dat het publiek een weerspiegeling is van de programmering. Dat is ­zeker in een zaal als het Muziekgebouw heel lastig.”

“Ook belangrijk is de voorstelling die we af­gelopen Biënnale hebben gemaakt met rolstoelers en Downers. Ik was aanvankelijk bang dat het aapjes kijken zou worden. Maar we hebben over een langere periode workshops gehouden die zijn uitgemond in een presentatie die totaal ontroerend was en me terugbracht naar waarom ik ooit flamenco heb gedanst. Het is cathartische kunst, het gaat over grote expressie, het tilt je op en als het goed is voel je je na afloop gelouterd. Het was een heel erg succesvolle pilot die een nieuwe sprankel gaf aan het festival en voor mij een nieuwe impuls was om dat onderdeel de komende edities steviger te maken; op organische wijze, niet uit opportunisme.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Ik beantwoord die vraag met wat mijn droom zou zijn: dan zou ik aan het hoofd willen staan van een eigen huis waar ik programmeer en waar de Flamenco Biënnale ook mogelijk aan geattacheerd zou zijn. Dan kan ik nog meer ­ambities verwezenlijken, mijn blik is weidser dan flamenco alleen.”

Het prijzengeld bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen?

(Gekscherend) “Die stort ik in mijn pensioenfonds. Dat ik niet heb. Nee, het geld zou ten goede komen aan de artistieke producties. We moeten bedenken hoe we ons als festival in de toekomst profileren om onze internationaal toonaangevende positie in de podiumkunsten te behouden. We moeten zelf ook innoveren, met de tijd mee. En ik zou het liefst op zo’n ­manier aan het hoofd van het festival willen blijven staan dat ik mijn handen vrijer heb om me meer artistiek te ontplooien en meer tijd krijg voor onze creaties. Misschien zelf iets te maken, ook. Want ik mag nu zelf weleens met de billen bloot.”

De shortlist Amsterdamprijs

Bewezen kwaliteit

- theatermaker/mimespeler Karina Holla
- modeontwerper Fong Leng
- choreograaf/directeur Het Nationale Ballet Ted Brandsen

Beste prestatie

- cabaretier Micha Wertheim
- internationaal podiumkunstenfestival Flamenco Biënnale
- documentairemaker Aboozar Amini

Stimuleringsprijs

- beeldend kunstenaar Raquel van Haver
- conceptuele club/sociëteit Sexyland
- filmmaker Sam deJong

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden