Plus Interview

Erik Voermans: ‘Klassiek is de top van de piramide van westerse kunst’

Componist en redacteur klassieke muziek bij Het Parool Erik Voermans hoopt in zijn nieuwe boek, opgeluisterd met tekeningen van Paul van der Steen, iedereen enthousiast te krijgen voor klassieke muziek. Anders rest slechts Hepie en Hepie.

Erik Voermans: ‘Dat ik iemand de kop wilde klieven, is waar.’ Beeld © Jitske Schols

Sinds 2011 schrijft Erik Voermans (60) in Het Parool de wekelijkse ­rubriek Eerste Hulp bij Klassieke Muziek. Honderdvijftig stukken zijn nu in bloemlezing verschenen, gelardeerd met korte portretten van componisten, uitleg van technische termen en filosofische mijmeringen. Als toegift ‘de ontdekking van klassieke muziek in tien reuzenstappen’.

“Kijk naar mij! Ik zat als 18-jarige voor de buis toen ik in de opera Turandot viel. Begon er een tenor te brullen. Ik had nog nooit van Puccini gehoord. Maar als dat bij mij als liefhebber van Slade, Deep Purple en Led Zeppelin zo kon binnenkomen, kan dat bij iedereen.”

Om maar te beginnen met de titel van het boek: Eerste Hulp…

“Niet van mezelf, maar van Merijn Henfling. In 2011 was hij coördinator van PS van de Week en hij kwam naar me toe met de vraag of ik een ‘enthousiaste column’ over klassieke muziek wilde schrijven.”

Dat is niet waar ik heen wilde. Mijn vraag: is eerste hulp nodig als het gaat om klassieke muziek?

“Meer dan ooit mevrouw! Drie maanden geleden bleek uit een onderzoek van de streamingdienst Primephonic dat 75 procent van de Nederlanders Janine Jansen niet kent, niet weet dat Jaap van Zweden een dirigent is, dat Mozart uit Oostenrijk kwam en dat ‘ta-ta-ta-taaa’ de beroemde opening is van de beroemdste symfonie ooit (De vijfde van Beethoven, red.) Er is nog een wereld te winnen.”

Met Erik Voermans als een van de laatsten der Mohikanen?

“In mijn zwartste uren denk ik dat weleens – en ik ben van nature tot enige zwartgalligheid geneigd. Klassieke muziek is zo levensverrijkend en levensverlengend. Het is de top van de piramide van westerse kunst. Dat mag niet verloren gaan en ik wil me er heel erg voor inspannen om die neerwaartse ontwikkeling tot staan te brengen. Er zijn meer pogingen gedaan, er zijn recent best veel boeken verschenen die een inleiding vormen tot de klassieke muziek. Maar die hebben een tamelijk encyclopedische aanpak. Dat stoot af, dan stuit je meteen op een berg aan onbekendheid die klassieke muziek een onneembaar bastion doet lijken.”

Eerste Hulp is informatief, maar vaak ook grappig, met veel eigenwijzigheden en gemopper.

“Ik wilde het wervelender. Ik hoop dat mensen de stukjes in mijn boek lezen en denken: hij schrijft er zo warm over, laat ik het eens proberen. Ik hoop dat ik mensen in aanraking breng met een cultuurvorm waar ze hun hele leven mee vooruit kunnen. Want het is voor de eeuwigheid, dit. Dat moeten we inzien, in plaats van dat orkesten moeten fuseren en de politiek halve zolen aanstelt op plekken waar ze heel veel schade kunnen berokkenen.”

Zendingsdrang, dus?

“Ik zit hier nu heel erg de rol te spelen van evangelist. Ik zou kunnen zeggen: alles gaat naar de klote! Maar daar hebben we niks aan. Ik wil de lezer aan de hand nemen en een luisteraar van hem maken, met kleine hapjes. Geen dertiggangenmenu met dertig soorten messen, daar word je alleen maar bang van. Je kunt het niet fout doen, dat is wat ik wil zeggen.”

Nou, je kunt het ook wél fout doen, blijkt uit het stukje over etiquette in het Concertgebouw.

“Dat ik daar iemand de kop wilde klieven die zat te sms’en, berust op waarheid. Maar de essentie van die etiquette is iets anders dan mensen denken. Het is niet elitair, het is niet ‘jij mag niet naar binnen in je spijkerbroek’. Iedereen die thuis La cathédrale engloutie draait van Debussy of het in Het Concert­gebouw hoort spelen door een heel goede pianist, snapt meteen de bedoeling: dat je je in ademloze stilte laat betoveren. Als iemand dan een boer laat of gaat sms’en, maakt dat de magie, de betovering, de ontroering stuk. Die rituelen zijn er om de kwetsbaarheid van de muziek te beschermen. En als je dat spel meespeelt, heeft dat een haast meditatieve waarde, raak je in een trance waar je geestelijk én fysiek gezond van wordt. Als je deze kant niet hebt leren kennen, zoals Halbe Zoolstra, snap je niet waarom klassieke muziek bescherming behoeft.”

Het boek gaat vergezeld van een Spotify­playlist.

“Je moet mensen die willen instappen wel helpen. Voor mensen die mij als hun leidsman willen volgen, heb ik uren en uren aan muziek samengesteld met uitvoeringen die ik als het beste van het beste beschouw. Als je het dan nóg niet mooi vindt, kun je maar beter naar Hepie en Hepie luisteren.”

Dit met de stelligheid van een Erik Voermans.

“Ik vind het leuk dingen te poneren met stalen gezicht. Dat zorgt vaak voor fijne discussies. Zoals in mijn stukje over wie het grootste wonderkind is geweest. Felix Mendelssohn, dus. Mozart was een geniale goochelaar. Maar het is Mendelssohn.”

En wie is er dan de beste componist?

“Dat hangt af van dag, bui, weer, temperatuur, moment. Het is nu ’s ochtends half elf, buiten druilt het en ik zeg: Stravinsky toch maar. Waarom? Ja jezus, omdat hij mooie muziek heeft gemaakt. Over een uur zou ik misschien Bach of Stockhausen noemen. Of, eerder in de tijd: Pierre de la Rue. Het is als vragen wie de beste schrijver is: Cervantes, Shakespeare, Nabokov, Reve... o wacht, er moet ook nog een vrouw bij, Virginia Woolf. Het gaat over graden van muzikaliteit. Deze componisten kunnen je laten voelen dat het leven toch zin heeft – of juist helemaal niet, maar daar kunnen ze je dan weer uit verheffen.”

‘De vrouw’ is genoemd, wat me brengt op #MeToo, dat nu ook de klassiekemuziek-wereld treft.

“Dat verbaast me helemaal niks, het verbaast me hooguit dat er niet nog meer bekend is in een wereld waarin Jan en alleman zich vergrijpt aan Jan en alleman. Dit is nog maar het begin en het speelt over de volle breedte van het culturele landschap. Het zit in de mens, zolang de mens er is en er machtsverschillen bestaan, zul je #MeToo hebben. Wat me wel irriteert, is dat het, zoals in het geval van Gatti die weg moest bij het Concertgebouworkest, bij losse flodders blijft. Er komt geen rechtszaak, we schieten er geen bal mee op.”

Er wordt veel gehuild in Eerste Hulp bij Klassieke Muziek – al is dat in het Concertgebouw ‘bij voorkeur zonder gierende, hysterische uithalen’.

“Is dat zo? Dat doet muziek bij mij. Als het mooi is, wellen bij mij al snel de tranen op . Soms zou ik het te midden van 2000 mensen in de Grote Zaal op een hartstochtelijk wenen willen zetten. Dat is het mooiste, wat de muziek met je hart doet. Daarom mijn boek: een uitnodiging van 336 pagina’s voor deurtjes die hopelijk opengaan. Het ligt om de hoek allemaal. Maar je moet mij er even bij hebben om je te wijzen op dingen die potentieel levensveranderend zijn.”

En dan tóch zo bescheiden als het gaat om eigen composities. ‘Merkwaardige muziek’, staat op de achterflap van het boek. De cd Godenlicht is recent heel goed besproken.

“Ik heb een onbedwingbare neiging tot scheppen, dat is de motor achter het beestje. Ik heb net twee opera’s geschreven. Operaatjes. Nee, dat is geen valse bescheidenheid, ze duren dertien minuten. Het boeit me niet of het gespeeld wordt. Het is net als bij mijn superheld Frank Zappa, die veertien uur per dag muziek maakte, waarvan hij maar een fractie uitbracht. Omdat ik het niet kan laten, omdat het móet. Omdat ik anders een heel ongelukkig mens zou worden – een moordenaar, wellicht. Van sms’end publiek.”

Erik Voermans: Eerste Hulp Bij Klassieke Muziek, met tekeningen van Paul van der Steen, AfDH Uitgevers, €27,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden