Erfgenamen eisen Kandinsky terug van Stedelijk

Bild mit Häusern van Wassily KandinskyBeeld Stedelijk Museum

De erfgenamen van de familie Lewenstein eisen in een gerechtelijke procedure tegen het Stedelijk Museum en de gemeente Amsterdam een schilderij van Wassily Kandinsky terug. Het schilderij Bild mit Häusern uit 1909 hangt momenteel in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

De erven hebben eerder laten weten een rechtszaak te beginnen nadat de Restitutiecommissie in 2018 oordeelde dat ze geen recht hebben op teruggave. De advocaat van de erfgenamen heeft dinsdagmiddag bij de Amsterdamse rechtbank processtukken ingediend waaruit moet blijken dat ze wel degelijk recht hebben op het kunstwerk.

Emanuel Lewenstein (1870-1937), directeur van de gelijknamige naaimachinefabriek in Amsterdam, kocht het schilderij in de jaren twintig. Later, in oktober 1940, werd het kunstwerk aangeboden op de veiling van Frederik Muller & Co in Amsterdam. Volgens de commissie gebeurde dit met medewerking van Robert Lewenstein (1905-1974), de zoon en opvolger van Emanuel Lewenstein, en diens vrouw Irma Klein. Het Stedelijk Museum heeft het schilderij toen voor 160 gulden gekocht. Advocaat Axel Hagedorn van de erven Lewenstein. “Een schijntje van de oorspronkelijke waarde van tenminste zo’n 2.000 tot 3.000 gulden.”

De Restitutiecommissie boog zich in 2013 over de verkoop op verzoek van de erven, het Stedelijk Museum en de gemeente Amsterdam, dat officieel in het bezit was van het schilderij omdat het museum in 1940 niet zelfstandig was. Volgens de commissie was er geen sprake van roofkunst maar moet de verkoop van het schilderij ‘zijn veroorzaakt door de verslechterde financiële omstandigheden waarin Lewenstein en zijn vrouw al voor de Duitse inval verkeerden,’ aldus de commissie.

De advocaat van de erven bestrijdt dit. “Robert Lewenstein was al voor de veiling naar Frankrijk gevlucht. Over het geld kon hij dus helemaal niet beschikken. Hij was al vertrokken uit Nederland en geldelijke transacties waren niet meer mogelijk,” zegt Hagedorn. Bij de ingediende stukken zit een accountantsrapport waaruit blijkt dat het bedrijf Lewenstein NV in 1939 en 1940 niet in een erbarmelijke financiële situatie zat.

‘Pure roofkunst’

Volgens Hagedorn was er geen sprake van een vrijwillige verkoop. “Het als vrijwillig bestempelen van kunstverkoop (…) voor Joden in 1940 is als bizar te kwalificeren. Een Joodse familie die in bezettingstijd vrijwillig een werk verkoopt, is onzin. Dat deed geen enkele Joodse kunstverzamelaar. Dit is pure roofkunst,” aldus Hagedorn.

De Restitutiecommissie is volgens Hagedorn en James Palmer, de Canadese vertegenwoordiger van de familie Lewenstein, “niet onbevooroordeeld”. Vier van de zeven leden van de Restitutiecommissie hebben aldus de advocaten een band met het Stedelijk Museum. Ze zijn lid van de Business Club van het Stedelijk Museum, werken bij een kantoor dat het museum sponsort of hebben meegeholpen aan een expositie in het museum. “Deze leden hadden zich moeten verschonen van hun taak,” aldus Hagedorn.

Koopje

De erven Lewenstein zijn ook bezig het schilderij Das Bunte Leben uit 1907 van Kandinsky, dat momenteel in het Lenbachhaus in München hangt, terug te krijgen. Dat schilderij had het Stedelijk Museum in 1940 in bruikleen van de familie Lewenstein. Ook dit schilderij is op de veiling in oktober 1940 aangeboden. Volgens de advocaat heeft het Stedelijk Museum een rol gespeeld bij de verkoop van dit schilderij, dat door een particuliere kunsthandelaar uit Blaricum voor een koopje kon worden aangeschaft. “Met deze particuliere handelaar werden vlak voor de veiling afspraken gemaakt om de aankoopprijs van beide Kandinsky-schilderijen te minimaliseren. Ze zouden niet tegen elkaar opbieden zodat de prijzen laag bleven.”

Das bunte Leben, Wassily Kandinsky, 1907Beeld Lenbachhaus

Hagedorn verwacht dat de zitting over het schilderij Bild mit Häusern nog dit jaar zal plaatsvinden. Bij het schilderij in het Stedelijk Museum hangt thans een bordje dat de Restitutiecommissie heeft geoordeeld dat zij het schilderij mogen houden, aldus Hagedorn.

‘Het is onbegrijpelijk dat het Stedelijk Museum überhaupt geroofde kunst in bezit wil houden,’ besluit het ingediende stuk.

Het Stedelijk Museum en de gemeente Amsterdam laten weten de uitspraak van de rechtbank af te wachten. “Bij restitutieverzoeken houdt de gemeente zich aan de bindende uitspraken van de Restitutiecommissie. Deze heeft uitgesproken dat de gemeente niet gehouden is tot teruggave van het schilderij aan de verzoekers,” aldus de gezamenlijke reactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden