PlusAlbumrecensie

Er zijn wel genoeg passie-cd’s in omloop, maar deze Matthäus is er een voor in de boeken

Erik Voermans
null Beeld

Het is nog een week tot Pasen, maar de passie-industrie draait alweer op volle toeren. Het tijdschrift ZingMagazine houdt jaarlijks bij hoeveel Matthäus- en Johannes-Passionen rond april in Nederland worden uitgevoerd en dat komt op tweehonderd. De grote passiehonger in 2022 zal ongetwijfeld te maken hebben met de onthouding gedurende de veel lamleggende coronatijd. Nog steeds waart het spook rond, waar plotseling geannuleerde voorstellingen van getuigen, maar nu het weer mag en kan laat niemand zich opnieuw een Matthäus of Johannes ontzeggen.

Ook aan het cd-front is het niet stil, hoewel je toch zou zeggen dat er inmiddels wel genoeg passies in omloop zijn, in alle denkbare formaten en stijlopvattingen. Maar dan hebben we buiten de Franse dirigent Raphaël Pichon gerekend, die met zijn geweldige ensemble Pygmalion in april 2021 in de Grande Salle Pierre Boulez in Parijs een Matthäus vastlegde die werkelijk iets toevoegt aan de canon. Je mag dat een bijzonder knappe prestatie noemen.

Had de passie der passies in 1727 voor het eerst zo geklonken als Pichon hier laat horen, dan was de kritiek van het Leipziger kerkbestuur dat het potjandikkie wel een opera leek die Bach had gecomponeerd nog veel intenser geweest. Hij zou stellig op staande voet zijn ontslagen.

Inmiddels schrikken we niet meer van een Matthäus in een dramatische opvatting, maar Pichon zoekt hier wel de grenzen op.

Pichon heeft gekozen voor twee koren van zestien stemmen, waarin ook de solisten meezingen. Daarnaast is er nog een ripienokoor van vijftien sopranen. De continuogroep klinkt prettig vol en bestaat uit orgel, cello, contrabas, klavecimbel en teorbe.

De gekozen tempi zijn zonder uitzondering aan de vlotte kant, of soms, zoals in Blute nur, ronduit snel, waardoor de aria een hijgerige nonchalance krijgt die niet te rijmen is met de tekst.

Waarin Pichon zich nadrukkelijk onderscheidt van alle andere opnamen van het stuk, is de theatraliteit die de solisten tentoonspreiden. Evangelist Julian Prégardien steekt met zijn emotionele inkleuring van de tekst alle collega’s naar de kroon. Je hangt van begin tot eind aan zijn lippen. De bas Stéphane Degout vibreert er als Christus en in de basaria’s lustig op los, waaruit een soort sensuele overgave spreekt die in elk geval in 1727 zo ongepast zou zijn geweest dat de zanger ongetwijfeld een paar nachten in het cachot boven het hoofd hadden gehangen.

Ook mezzosopraan Lucile Richardot is een interessante casus. Haar klank is in de alt-aria’s bijna niet meer te onderscheiden van een countertenor, waarmee genderneutraliteit nu ook tot het stemvak is doorgedrongen.

Sopraan Sabine Devielhe maakt haar aria’s met een lentefrisse helderheid tot een groot genot en ook tenor Reinoud Van Mechelen overtuigt volledig.

De enige merkwaardige tegenvaller aan deze opname is de overgang naar Sind Blitze, sind Donner, die vanwege de grote spanning van het voorgaande nummer niet de verwachte en gewenste explosieve kracht heeft, al voert Pichon gaandeweg dynamisch wel de spanning hoog op.

Afgezien hiervan is dit een registratie voor in de boeken.

Klassiek

Johann Sebastian Bach
Matthäus-Passion

Pygmalion/Pichon
(Harmonia Mundi)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden