Plus

'Er is een mannetje in mij dat zegt: 'Hou vast, laat alles bij het oude'

Viggo Waas (53) speelt na dertig jaar NUHR nu een solovoorstelling. Een overwinning voor de vredesstichter en teamspeler, die is gestopt met zichzelf wegcijferen. "Ik heb geleerd dat je een prijs betaalt voor het wegdrukken van emoties."

Viggo WaasBeeld Renate Beense

Al meer dan dertig jaar speelt Viggo Waas met cabaretgroep NUHR (Niet Uit Het Raam). Hun meest recente voorstelling Draai het eens om werd alom bejubeld. Maar nu gaat hij ineens solo. Nou ja, bijna solo; gitarist Wouter Planteijdt zorgt voor de muziek. Morgen gaat Cruijff en Pipo in première: een voorstelling over Pipo de Clown en over Johan Cruijff, maar toch vooral over Waas' vader, die de oorlog meemaakte in een gezin met een Joodse vader en stiefmoeder. Na de oorlog was een groot deel van de familie vermoord. Wat er precies gebeurd was, dat wist Viggo Waas niet.

Totdat hij, een jaar of twee geleden, eens rustig ging zitten met zijn vader en hem alles vroeg wat hij had te vragen. Om eindelijk eens te begrijpen waarom ze allebei in ­elkaar zaten zoals ze in elkaar zaten.
"Hij is nu 86, dus ik begon te denken: als ik het echt wil weten, is het nu of nooit. Mijn vader stond als kind op een voetstuk voor mij: raakte nooit in paniek, huilde niet, had altijd oplossingen. Ik houd net zo veel van mijn vader als van mijn moeder, maar mijn vader was echt het baken van rust voor mij."

Past je solovoorstelling goed in de levensfase waarin je bent beland?
"Ik denk het wel. Ik kijk terug op mijn jeugd, hoe ik gevormd ben. En hoe ik in ­elkaar zit. Ik kan nog altijd dromen over heldendom. Als er een aanslag is geweest, droom ik daarna dat ik de boel net op tijd heb gered. Laatst droomde ik dat de school van mijn dochtertje werd aangevallen en ik in mijn eentje iedereen uitgeschakeld had. Toen Theo van Gogh hier in Oost werd vermoord, heb ik heel vaak gedroomd dat ik ­erachter fietste en nog ingegrepen heb. En toen ik nog een beetje kon voetballen droomde ik altijd maar over de beslissende goal."

Je ziet er niet alleen jongensachtig uit, je bent ook echt jongensachtig.
"Mijn tienertijd, dat waren mijn topjaren. Toen ik acht was, werd ik aangenomen bij Ajax. Op mijn twaalfde haalde Nederland de finale van het WK voetbal. Dat is ook de rode lijn in mijn voorstelling: mijn vader maakte in die jaren van zijn leven de Tweede Wereldoorlog mee. Als zoon van een Joodse vader, met een Joodse stiefmoeder. Zijn jeugd is hem afgepakt. 'Ik huil nooit meer, al mijn tranen heb ik toen vergoten,' zegt hij wel­eens. Hij heeft die periode van zich afgezet, wil daar niet meer over nadenken. Ik zat in die jaren juist in een enorme up, en word bijna weemoedig als ik eraan denk."

Viggo WaasBeeld Renate Beense

In de voorstelling zit een ontroerend ­filmpje van je ouders.
"Het is zonder geluid, maar het was de hele tijd een soort ruzie, hoor. Zolang ik ze ken, kibbelen ze. Als ik bij ze ben, denk ik: waarom zitten jullie elkaar nu nóg in de weg over al die kleine dingen? Maar wat moet ik? Ik kan me er niet mee gaan zitten bemoeien."

Het zijn geen echte, serieuze ruzies?
"Het is meer een systeem. Een routine. Als de één aan het woord is, gaat de ander vermoeide gezichten trekken. Of mijn moeder neemt me apart: 'Je vader is wel een moeilijke man.' En als ik alleen met mijn vader ben: 'Je moeder is lastig, dat weet je.' Ik moet daar vaak vreselijk om lachen, maar soms vergaat het lachen me. Als kind vond ik het moeilijk: die meningsverschillen, zoals zij het zelf noemden."

Heeft het je gevormd?
"Mijn rol in het leven is die van vredestichter. De tussenpersoon, noemen we dat bij NUHR. Ik wil harmonie hebben, dat komt van thuis. Als kind is het enige wat je denkt: als mijn ouders maar bij elkaar blijven, we gaan toch wel gezellig doen? Op vakanties in Frankrijk, tjongejongejonge..."

Hoe ging dat?
"Mijn vader was een goede autorijder, maar mijn moeder heeft hem nooit vertrouwd. Dus die zat totaal verzenuwd in de bijrijdersstoel paniek te veroorzaken. Hem te ondermijnen. Daar kan ik dus ook helemaal niet tegen, als ik het gevoel heb dat iemand mij aan het ondermijnen is. Dan word ik echt pissig. Ik wil serieus genomen worden. Mijn vader had dan weer de macht van het woord, daar werd mijn moeder - terecht - nijdig van."

Binnen NUHR is vast ook wat ondermijnd. Hoe heb je het zo lang volgehouden?
"Door de tussenpersoon te zijn. En het is zo nu en dan natuurlijk hoog opgelopen. Af en toe heeft dat bijna tot het einde van NUHR geleid. En ik maar bemiddelen: 'Jongens, we hebben geen ruzie, we moeten hier gewoon uit zien te komen.' Alsmaar: een beetje van dit en een beetje van dat. Maar ergens, tijdens het vorige programma, had ik er genoeg van. Joep (van Deudekom) en Peter (Heerschop) hadden een soort vertrouwensbreuk en bleven maar bezig. Ik had er gewoon geen zin meer in."

"'Jullie hebben het steeds over stoppen,' zei ik, 'maar als dit zo doorgaat, hou ík ermee op.' Als ik dat zeg, snappen ze dat het menens is. Dan kan ik ook wel agressief overkomen, denk ik. Niet dat ik iemand op zijn bek ga slaan, maar toch: agressief. In dit proces heb ik één uitbarsting gehad. Ik had de frustraties zo lang op zitten kroppen dat ik echt een kwartier heb zitten fulmineren. Natuurlijk weet ik dat je dingen beter meteen uit kunt spreken, maar zo zit ik nou eenmaal niet in elkaar."

En nu?
"Het vredestichten, daar ben ik mee opgehouden. Als er ruzie is, ga ik het gewoon rustig aan zitten kijken."

Waarom?
"Omdat ik mezelf anders te veel wegcijfer. Omdat het niet effectief is. Vroeger, bij mijn ouders, dacht ik dat het zin had. Het grote doel was dat ze bij elkaar zouden blijven. Maar als mensen uit elkaar gaan, gaan ze uit elkaar. Daar is weinig tegen te doen."

Feit is dat je ouders al 55 jaar bij elkaar zijn en NUHR dertig jaar. Hoezo is jouw methode niet effectief?
"Laat ik het zo zeggen: na al die jaren is het niet effectief meer. Het is gewoon beter om uit te spreken wat er speelt. In elk geval voel ik me daar beter bij."

Markeerde je ambitie om een soloprogramma te gaan maken het einde van jouw rol als vredestichter?
"Dat zou best wel kunnen, ja. Want als de groep vervolgens uit elkaar valt, is de ultieme vraag of ik het ook in mijn eentje kan."

Voelt het ook een beetje als vreemdgaan?
"Vooral het vertellen. 'Jongens, ik ga het ook eens in mijn eentje proberen.' En dan meteen relativeren: 'Ach, het is gewoon voor een seizoentje hoor, niks bijzonders!' Ik ben echt een teamspeler hè? Ik gedij het beste in een groep. Sommige mensen zijn eenlingen, ik niet. En toch had ik al heel lang het idee dat ik eens alleen wilde. Altijd maar die groepen. Je groeit op in een gezin, daarna zit je in een klas, dan in een voetbalteam, dan in een cabaretgroep. Altijd maar mensen om me heen. Wie ben ik nou zelf? Laatst was ik bij de tentoonstelling over David Bowie en raakte geëmotioneerd. Want vroeger, op mijn jongenskamer, zat ik naar zijn muziek te luisteren: in mijn eentje, met het gevoel dat alles nog mogelijk was. Als je eenmaal in een groep zit, verdwijnt dat, want ik maak me ondergeschikt. Dat gevoel begon te schuren. Ik moest zo veel rekening houden met anderen dat ik mezelf te veel wegcijferde. Als ik alleen optreed, kan niemand mij wegcijferen. Daar had ik nu eens zin is."

Je moet nu klein beginnen, weer een ­publiek opbouwen. Stemt dat nederig?
"Jazeker! Met NUHR zijn we prinsesjes, alles wordt gedaan, het decor wordt voor ons in- en uitgeladen, na de voorstelling rijden we als vorsten naar huis. Mijn nieuwe voorstelling is een one man's job, het is mijn eigen winkel en ik kan me echt niet laten verwennen. Helpen met opbouwen en afbreken, maar zien dat de jongens betaald kunnen worden. Het is een beetje laat in mijn leven, maar het is wel een goede stap."

Viggo WaasBeeld Renate Beense

Ben je niet bang dat, nu je solo gaat, de magie van de groep verbroken is?
"Nee, daar ben ik te veel een groepsmens voor. Al zou de voorstelling van NUHR die we pas gemaakt hebben best wel eens onze laatste kunnen zijn. Tussen de regels van de recensies door lees je ook: zo is het goed. We hakken flink op elkaar in, de balans wordt opgemaakt."

Op elkaar inhakken, dat is altijd jullie vorm geweest.
"Het is nu veel persoonlijker. De rollen die we spelen en de personen die we zijn vallen nu helemaal samen. Zonder dat het te therapeutisch is. En juist omdat het zo goed gelukt is, en omdat we het nu zo goed hebben, zou je kunnen zeggen: misschien moeten we hier nu stoppen."

Dat is wonderlijk, de conflicten zijn verwerkt en juist dat zou het einde van NUHR kunnen betekenen.
"Gek hè? Maar als je iemand oprecht in de ogen kijkt en kunt zeggen: wij hebben samen een fantastische tijd gehad, het waren prachtige jaren, dan voel je het einde naderen. Waarom zou je elkaar dan het einde niet gunnen? We hebben heel veel mooie dingen meegemaakt, maar er is ook veel gedoe geweest. Onze relatie is nu bestendig en fijn, de voorstelling is fantastisch gelukt; we zouden goed uit elkaar kunnen gaan."

Is dat ook een onderwerp van gesprek?
"Ja. Al zijn we daar wel mee gestopt, want je moet ook een beetje genieten van wat je aan het spelen bent."

Heb je weleens weemoedige periodes?
"Die heb ik wel, maar het is toch een beetje mijn reflex om dat soort dingen weg te drukken. Dat is ook het voorbeeld dat mijn vader mij gegeven heeft. Hij is evenwichtig, mijn moeder emotioneel. Ik koos voor de manier van mijn vader. Maar ik heb geleerd dat je voor al dat wegdrukken een prijs betaalt."

Hoe leer je dat?
"Ik ben in therapie gegaan, voor het eerst in mijn leven. Vroeger zou ik om dat idee ­gelachen hebben." Wat was voor jou het teken om in therapie te gaan? "Ik had het idee dat ik niet meer goed kon voelen. Ik wil liefde kunnen voelen, of genegenheid, of woede, of opwinding. Maar ik kon niet meer onderscheiden wat iets met me deed. Het was mat. Kabbelend."

Was het een midlifecrisis?
"Dat klinkt zo cliché. Ik gun het mezelf te denken dat het een gevolg is van de manier waarop ik altijd in het leven heb gestaan, van kinds af aan altijd gevoelens heb gedempt. Omdat er thuis zo veel emoties waren, maar natuurlijk ook bij Ajax, waar ik tussen mijn achtste en vierentwintigste speelde. Iedereen is daar voortdurend bang om eruit gegooid te worden. Afgevoerd worden, zo noemden ze dat in die tijd. Na elke zomer kon er een brief op de mat liggen waarin je werd bedankt voor je diensten."

"Mijn emoties toonde ik niet, en op een gegeven moment voelde ik ze daardoor dus niet meer. Ik snapte dat ik, als ik daar niets aan deed echt een groot probleem kon krijgen."

Bespreken jullie dit soort dingen bij NUHR met elkaar?
"Het zijn mijn beste vrienden, natuurlijk vertel ik dat. En het heeft ook invloed gehad op onze laatste voorstelling. Ik praatte over mijn sessies, we zijn met elkaar gaan uitvissen hoe we in elkaar zitten, we zijn grof eerlijk tegen elkaar geweest. Misschien ligt het ook wel aan de leeftijd die we nu hebben, we zijn aan het terugkijken. Nog niet bij de finale eindsprint, maar de eeuwige lente is voorbij. Het David Bowiegevoel is er niet meer."

Als jongetje wilde je net zo goed als Cruijff worden. Wanneer weet je dat dat niet lukt?
"Dat heb je vrij snel door, hoor. Maar rond mijn achttiende kwam ik erachter dat het ook moeilijk zou worden om het eerste te halen. Dat had een moment van groot verdriet moeten zijn, maar ook dat heb ik geneutraliseerd. Ik was ook wel bang, een nogal faalangstige figuur. Je hebt van die voetballers die op hun best spelen als een propvol stadion ze aan het uitfluiten is. Als ik af en toe in een stadion moest voetballen, dacht ik alleen maar: o jee, als ik maar geen fout maak! Ik ontwikkelde allemaal neuroses om dat te bestrijden. Alles tien keer aanraken, tien rondjes om een lantaarnpaal rennen, een tijd lang mocht ik van mezelf de lijnen op het veld niet aanraken. Een soort kangoeroe met een bal werd ik. Tot de trainer zei: 'Hou op met dat rare gespring, of ik haal je eruit.'"

Vonden je ouders het erg toen je bij Ajax vertrok?
"Ze hebben aan hun liefde nooit één voorwaarde gesteld. Mijn vader hield zich ook altijd heel goed afzijdig. School was ook erg belangrijk voor hem; hij heeft de studiebegeleiding bij Ajax opgezet."

Je vader was leraar, waar gaf hij les?
"Bij de OSB, in de Bijlmer. Dat was een Middenschool, een heel sociale school. Ik zat daar ook op, het ging om heel veel met elkaar in de kring zitten en dingen bepraten. Nou, bij Ajax werd echt niet in de kring gezeten, daar hield je geen rekening met elkaar. Daar was het: elkaar onderuit halen. Ik heb heel goed kunnen leven in die twee werelden, vond ze allebei mooi. Op school was het zacht; dan fietste ik uit de Bijlmer door Betondorp, en dacht: oké, afsluiten nu, keihard zijn. Het vrienddenken werd vijanddenken."

En jij kon dat verenigen?
"Ik vond het fijn, zelfs."

JeugdfotoBeeld -
Viggo WaasBeeld Renate Beense

Je bent een wandelend compromis.
"Maar daar word je moe van, op den duur. Het ontploft. Daarom is het ook zo fijn dat ik met deze voorstelling geen compromis hoef te sluiten, ik doe het helemaal zoals ik het zelf wil."

Je bent een man van de lange adem: al heel lang in NUHR, al heel lang met je vriendin samen. Ben je een trouwe hond?
"Ik ben ongelofelijk trouw in de liefde. Eén keer in mijn leven heb ik een relatie verbroken, met mijn ex-vriendin, de moeder van mijn zoon. We zien elkaar nog steeds veel hoor, dat gaat hartstikke goed. Toen die eerste relatie uitging, heb ik gehuild als een wolf. Ik vond het zo'n afgang dat me dat niet was gelukt. En dan ook nog met een kind."

Is het een trauma?
"Dat is een groot woord, maar doordat we toen uit elkaar zijn gegaan, weet ik wel dat je nooit met zekerheid kunt zeggen of een relatie voor altijd is. Ik ben nu meer dan twintig jaar met Marisa. Maar of we altijd samen blijven? Geen idee. Het is in elk geval niet mislukt, zeggen we weleens tegen elkaar."

Zie je het - als trouwe hond - als een overwinning op jezelf dat je gewoon spreekt over een mogelijk einde van NUHR?
"Er is een mannetje in mij dat altijd zegt: 'Hou vast, laat alles bij het oude!' Terwijl het op zijn minst bevrijdend is om eraan te denken dat dingen ook weleens kunnen veranderen. Het kan niet anders dan dat ik deze solovoorstelling ben gaan maken om te bewijzen dat ik het ook in mijn eentje kan. Niet tegenover de anderen, maar voor mezelf."

Heeft de therapie gewerkt?
"Ja! En ik heb ervan genoten. Na afloop zat ik vaak fluitend op mijn fiets. Maar ik ­geloof dat ik genezen ben verklaard."

CV

Viggo Waas
18 april 1962, ­Amsterdam

1970-1986 Speelt bij Ajax
1986 Eerste optreden met Joep van ­Deudekom en Peter Heerschop
1987 Niet uit het raam (NUHR) in finale van Cameretten
1988-nu De Kift, daarna nog vele programma's met NUHR
1998 Tv: Kopspijkers
2003 NUHR wint ­Poelifinario
2007 Filmrol in Alles is liefde
2008 Solo liedjesprogramma: Verbruid
2012 Tv: Mannen Van Een Zekere Leeftijd (RTL4)
2015 Draai het eens om (NUHR)

Waas woont in ­Amsterdam met ­Marisa, hij heeft een zoon (23) en een dochter (13).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden