Ennio Morricone haatte de term spaghettiwesterns, die hij neerbuigend vond.

PlusTen slotte

Ennio Morricone (1928-2020): zijn muziek gaf een goede film vleugels

Ennio Morricone haatte de term spaghettiwesterns, die hij neerbuigend vond.Beeld ©Ferdinando Scianna / Magnum Ph

Ennio Morricone was de grootste filmcomponist aller tijden, daar was iedereen, inclusief hijzelf, het over eens. Maandagochtend is ‘Il Maestro’ overleden.

Als in gezelschap zijn naam valt, is er altijd wel iemand die de eenzame harmonica uit Once upon a Time in the West gaat nadoen. Pwaaaaaah-pwaaaaa-pwahaaaa.... Ennio Morricone, die als gevolg van een val op 91-jarige leeftijd overleed in een ziekenhuis in zijn geliefde Rome, is ’s werelds bekendste en succesvolste componist van filmmuziek. Een slordige 550 films en televisieseries voorzag hij van muziek, die het vaak ook buiten de bioscoop goed deed. Alleen al van de muziek uit de western Once upon a Time in the West werden 10 miljoen exemplaren verkocht.

Slechte films bleven ook met muziek van Morricone slechte films, maar matige films konden er een flink stuk door opknappen. En goede films kregen door zijn composities vleugels. Meer dan goed werkte Morricones muziek in de spaghettiwesterns van regisseur Sergio Leone, een schoolvriend van de componist. Once upon a Time in the West is daarvan de bekendste, maar klassiek is ook de samenwerking tussen Morricone en Leone in films als A Fistful of Dollars en The Good, The Bad & The Ugly.

Amerikaanse acteurs speelden meestal de hoofdrollen in die zogeheten spaghettiwesterns uit de jaren zestig en zeventig, maar verder waren ze een vooral een Europese aangelegenheid: onder Italiaanse regie werden ze gedraaid op het Spaanse platteland. Morricone haatte de term spaghettiwesterns, die hij neerbuigend vond. Irritant vond hij het ook dat iedereen altijd maar weer over juist die films begon. Zijn werk was zoveel diverser dan ‘alleen’ die 45 soundtracks die hij schreef in het westerngenre.

En daar hij had hij gelijk in. Er is geen filmgenre waarvoor hij niet schreef (inderdaad, hij voorzag ook erotische films van muziek) en daarbij benutte hij ook zo ongeveer elk denkbaar muziekgenre. Morricone, van huis uit trompettist, was gek van jazz, maar hield ook van (modern) klassiek. Hij ging het experiment zeker niet uit de weg, maar deinsde er ook niet voor terug clichés te gebruiken.

Fanclubdagen

‘Il Maestro’, zoals hij graag werd genoemd, sprak er een breed publiek mee aan. Hij maakte muziek voor het volk, maar werd ook gewaardeerd door collega’s uit de zogeheten serieuze muziek. In Nederland was muzikant en componist Willem Breuker een toegewijd liefhebber; hij bezocht in Italië zelfs fanclubdagen waar met een beetje geluk de Meester zelf zich liet zien.

Ennio Morricone was de grootste filmcomponist, daar was iedereen (inclusief hijzelf) het wel over eens. Alleen de jury van de Oscars leek het maar niet te horen. De man die de muziek schreef voor Europese filmklassiekers als Novecento en La cage aux folles, maar ook voor blockbusters als The Mission en The Untouchables werd elk jaar weer genegeerd bij de Oscaruitreiking.

Pas in 2017 kreeg hij een ere-Oscar. Het dankwoord sprak Morricone lekker eigenwijs uit in het Italiaans. 87 jaar was hij toen al, maar hij maakte een kwieke indruk. Het was ook de tijd dat Ennio Morricone, die altijd een teruggetrokken leven had geleid, uitgebreid begon te toeren. Hij deed daarbij ook tweemaal de Ziggo Dome aan, samen met een uit een wel 200 personen bestaand orkest en koor. Wie bij die optredens rekende op een avondje spaghettiwesternmuziek kwam bedrogen uit. De grootste successen op dat gebied kwamen voorbij, maar graag – en terecht natuurlijk – liet Morricone horen veel en veel meer te hebben geschreven.

Twee A4’tjes met richtlijnen

Ter promotie van die tournees in zijn latere leven ontving Morricone thuis journalisten uit heel Europa. Ook Het Parool mocht in 2016 op audiëntie komen in zijn Romeinse appartement. Dat bij een interview met een muzikale grootheid vooraf wordt meegedeeld waarover beslist niet mag worden gepraat, gebeurt vaker. Maar bij Ennio Morricone waren er twee A4'tjes met richtlijnen voor het gesprek.

Er mocht niet worden gesproken over zijn privéleven. Volstrekt taboe was de term spaghetti-western (journalisten die hem wel gebruikten, konden direct vertrekken). En Morricone wenste te worden aangesproken met ‘Maestro’. Uiteindelijk viel het allemaal best mee. Morricone bleek een weliswaar knorrige, maar ook grappige man.

Hij moest lachen toen ter sprake kwam dat volgens sommige levensbeschrijvingen hij al op zesjarige leeftijd zijn eerste compositie op papier zette. Zo vroeg was hij er nou ook weer niet bij, haha. Wanneer dan wel? Doodserieus zei hij: “Rond mijn tiende pas.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden