PlusAlbumrecensie

Energie nodig? Hier is een daverende dreun van de Foo Fighters

Foo Fighters, Medicine at Midnight. Beeld
Foo Fighters, Medicine at Midnight.

Het was een tienjarig meisje uit Ipswich dat ervoor zorgde dat de Foo Fighters hun album Medicine at Midnight niet langer uitstelden. De plaat, de tiende van de groep, zou afgelopen najaar al uitkomen, maar een album uitbrengen tijdens een wereldwijde pandemie? De rockband schrok ervoor terug. Tot Nandi Bushell frontman Dave Grohl uitdaagde voor een online drumwedstrijdje. Het leidde tot een veelbekeken YouTubefilmpje en vooral tot veel onbezorgde lol.

En dat laatste, dacht Grohl nadat hij Bushell de battle had laten winnen, heeft de wereld juist nu wél nodig. En dus verschijnt
Medicine at Midnight midden in de lockdown als muzikaal coronamedicijn. Het album is inmiddels precies een jaar af en verwijst dus nergens direct naar de huidige tijden. Niettemin is Grohls gedachte niet zo gek: Medicine at Midnight is zo’n lekkere rechttoe rechtaan rockplaat dat het zonde zou zijn geweest die de in hun huiskamers kamperende fans nu te onthouden.

Daverende dreun

De Foo Fighters waren de afgelopen jaren op plaat enigszins plichtmatig gaan klinken. De band lijkt voor zijn optredens steevast een niet-gefeest-geld-teruggarantie te geven, maar miste in de studio de energie die Grohl vanaf het podium wel vrijwel altijd over de massa weet uit te storten.

Dat probleem wordt op Medicine at Midnight met een daverende dreun verholpen. Het album is het zoveelste bewijs dat plezier een niet te overschatten pijler onder een muzikale prestatie is. Grohl & co – inmiddels is bijna iedereen de vijftig gepasseerd – klinken fris en jeugdig op dansbare rocktracks als Cloudspotter en het openingsnummer Making a Fire.

Leukste nummer is ongetwijfeld No Son of Mine, een splijtend harde rocker waarop de Foo Fighters een hommage lijken te brengen aan die grandioze metalklassieker Ace of Spades van Motörhead. Voor de lichtdreigende titeltrack nam Grohl duidelijk een voorbeeld aan David Bowie, wiens Let’s Dance-album hij als een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor deze collectie opvoert.

Shame, Shame leunt op een AC/DC-achtige drumbeat en klinkt als het muzikale equivalent van een hamburger van een fastfoodketen: het is lekker, een kwartier later ben je vergeten wat je gegeten hebt, maar je krijgt toch zin in een nieuwe. Ook het vlammende Holding Poison valt in die categorie.

Blij imago

Aan de andere kant lijkt Grohl op Waiting on a War serieus aan zelfonderzoek te doen. Is hij werkelijk de jongen die blij te maken is met een fijn liedje op de radio? Had hij eigenlijk niet een oorlog moeten meemaken? Los van het feit dat de nasleep van de Amerikaanse verkiezingen de liedtekst bijna volledig heeft ingehaald, komt er geen eenduidig antwoord die vragen. Wel nog een bijna wanhopig klinkende vraag: Is there more to this than that?

Wie afgaat op het ongecompliceerde plezier op Medicine at Midnight kan maar tot één conclusie komen: Grohl voldoet helemaal aan zijn eigen blije imago van nicest guy in rock-’n-roll.

De fans die de Foo Fighters het liefst een gevaarlijk randje aan hun muziek horen meegeven, kunnen dit album maar beter overslaan. Maar alle anderen wanen zich met hun ogen dicht heel even op een zonnige festivalweide waar de enige zorgen gaan over de vraag wat het eerst in zicht komt: de bodem van de bierbeker of die van de zak met consumptiemunten.

Rock

Foo Fighters
Medicine at Midnight
(Sony Music)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden