PlusAchtergrond

Emotionerende verhalen, ruim 75 jaar na de bevrijding: een greep uit het aanbod

Ruim 75 jaar na de bevrijding verschenen het afgelopen jaar nog steeds veel nieuwe en herdrukte boeken in de vorm van dagboeken, historische romans, briefwisselingen en een uitgebreide studie van de vluchtwegen van nazi’s – de rattenlijn – naar Zuid-Amerika. Een greep uit het aanbod.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images
null Beeld -
Beeld -

Dagboek uit Bergen-Belsen

Dagboek uit Bergen-Belsen van Renata Laqueur (1919-2011) is een ‘oudje’. Het verscheen al in 1965, in een kleine oplage bij uitgeverij Querido, maar raakte algauw in de vergetelheid. Saskia Goldschmidt nam het initiatief voor een heruitgave nadat ze het verloren gewaande originele dagboek – vier schriftjes – van Laqueur in een archiefkast van haar vader Paul Goldschmidt had gevonden. Hij was in de oorlog met Laqueur getrouwd.

Het Joodse echtpaar werd halverwege de oorlog opgepakt en via Westerbork op 15 maart 1944 naar kamp Bergen-Belsen gedeporteerd. Laqueur begon daar een paar dagen later, op 19 maart 1944, stiekem aan haar dagboek en schreef over volle barakken, ziektes, werkzaamheden, appèls en de dood. Toen ze met kerst dat jaar te ziek werd, stopte ze met schrijven.

Het paar overleefde uiteindelijk het kamp. Thuisgekomen pakte Laqueur de draad weer op om over de resterende maanden in het kamp te schrijven en ‘het verloren transport’ waarbij de gevangenen van Bergen-Belsen in april 1945 in een trein werden weggevoerd toen de Britse troepen naderden. De Russen hebben de trein in Tröbitz bevrijd.

Kort na de oorlog ging het stel uit elkaar. Laqueur emigreerde naar New York. De schriften bleven achter bij haar ex-man. Pauls dochter Saskia Goldschmidt (1954) vergeleek de tekst uit het originele dagboek met de eerste druk en ontdekte dat er delen ontbraken. Deze heeft ze in de heruitgave toegevoegd. In de heruitgave staat ook uitgebreid hoe het Laqueur, doctor in de vergelijkende literatuurwetenschap, verder verging.

null Beeld -
Beeld -

En toen zag ik mijn moeder

De Joodse Max Arpels Lezer (1936) uit Amsterdam werd als jochie van zes in de zomer van 1942 naar zijn grootouders in Apeldoorn gebracht, vanwaar hij verder ging naar een onderduikadres in Friesland. Na de oorlog keerde hij terug naar zijn ouders, althans de mensen van wie hij dacht dat het zijn biologische ouders waren.

Op zijn dertiende hoorde hij dat zijn ‘mammie’ niet zijn echte moeder was. Bij de NOS vertelde Lezer begin dit jaar daarover: ‘Op een gegeven ogenblik ging de telefoon. Een man aan de lijn vertelde dat mijn moeder niet teruggekomen was uit de oorlog, maar was omgekomen in het kamp.’

Toen zijn vader eind 1997 overleed, vond Lezer tijdens het opruimen van het huis foto’s van zijn echte moeder en een blikken, platte filmtrommel met een 35 mm-film. De filmtrommel belandde vervolgens ergens boven op een kast bij Lezer thuis en werd vergeten.

Jaren later liet een vriend de film ontwikkelen. Lezer zag in 2004 voor het eerst bewegende beelden van zijn moeder, van wie hij in 1942 afscheid nam. ‘Inenen zie ik mijn moeder aan komen lopen. Dat is zo’n ongelofelijke belevenis. Je ziet, als je bijna 70 jaar bent, je moeder in een park lopen, in levenden lijve. Het enige wat mist: je kunt haar niet pakken. Het emotioneert me nog steeds.’

In het boek En toen zag ik mijn moeder gaat Lezer, deels via een briefwisseling, in op zijn verleden, de onderduik bij ‘heit en mem’ en het jarenlange misbruik door zijn aan alcohol verslaafde stiefmoeder, over wie hij eerder het boek Max is een hondennaam schreef. ‘Voor mij begon de oorlog pas na de onderduik.’

null Beeld -
Beeld -

De Nederlandse Rattenlijn

Zware collaborateurs als Dries Riphagen (de beruchte Colonne Henneicke) uit Amsterdam en Jan Olij (Waffen SS) uit Landsmeer vluchtten na de bevrijding naar Latijns-Amerika. Vele SS’ers, nazifunctionarissen en verraders waagden in de jaren 1948-1955 de oversteek, veelal via stoomvaartmaatschappijen, om te ontsnappen aan hun straf. Jochem Botman bekeek voor zijn vierde omvangrijke onderzoek hun vluchtroutes en de aangeboden hulp van clandestiene of legale organisaties, waaronder de KLM.

‘In 1947 vroegen Amerikaanse functionarissen de KLM al te staken met het vervoer van nazi’s,’ schrijft Botman. ‘Het eindpunt Argentinië was een belangrijke zakenpartner voor de Nederlandse maatschappij.’ In het zeer leesbare boek staan foto’s van gevluchte oorlogsmisdadigers, krantenberichten en overzichten van de schepen en KLM-toestellen waarmee zij wegvluchtten.

De Nederlandse Rattenlijn is het resultaat van een jarenlang onderzoek. In de eerste drie studies Van Botman kwam al naar voren dat ook vanuit Nederland organisaties actief waren in het wegsmokkelen van nazi’s naar veilige oorden. ‘Aangetoond is dat ook in Nederland de kerk, internationale hulporganisaties en inlichtingendiensten betrokken waren bij het laten ontsnappen van nazi’s na de bevrijding,’ aldus Botman. Zo zou de KLM, waarbinnen ‘elementen bereid waren nazi’s te helpen’, dat tegen hoge vergoedingen hebben gedaan, aldus Botman. ‘Met het ontbreken van bewijsstukken of getuigen zal het antwoord nooit geleverd worden.’

null Beeld -
Beeld -

Oliebollen-Nel

De Haagse Nelly Denies (1910-1990) was met haar pijpenkrullen een knappe verschijning. Haar ouders reisden met een oliebollenkraam kermissen af en begonnen enkele jaren na de geboorte van Nelly een poffertjes- en oliebollensalon in de Utrechtsestraat in Amsterdam. Later vestigden ze zich in onder meer Haarlem en Den Haag. Als tiener werkte Nelly mee in de kraam en trok met haar schoonheid menig man naar de kraam. Ze werd in de jaren twintig en dertig ‘een sensatie op kermissen’.

Nelly won in 1930 een lokale missverkiezing (Miss Leiden), dook het nachtleven van Den Haag en Amsterdam in en was veelvuldig in de Leidse en Amsterdamse sociëteiten te vinden, waar ze de bijnaam ‘de Oliebol’ kreeg.

Tijdens de oorlog at ze van twee walletjes. In haar huis in Den Haag kwamen veel Wehrmachtofficieren over de vloer. Na de oorlog werd ze opgepakt en vastgezet wegens onder meer het verraden van Joden en onderduikers. Maar, zou Nelly tijdens haar rechtszaak zeggen, dat deed zij om informatie te verzamelen voor het verzet.

De officier van justitie van het Bijzonder Gerechtshof typeerde haar strafdossier als een van de moeilijkste zaken. Er was door de procureur-fiscaal in 1949 zeven jaar gevangenisstraf en uitsluitsel van kiesrecht geëist wegens het doden van zes mensen. Haar advocaat schetste haar als ‘een nerveus type, dat emotieloos is en een overmatige belangstelling voor erotiek heeft’. Ze werd uiteindelijk in 1951 vrijgesproken.

De auteur Michèl de Jong (1984), een verre achterneef van Oliebollen-Nel, raakte gefascineerd door de geruchten over het zwarte schaap in zijn familie. Hij reconstrueerde haar leven aan de hand van archiefonderzoek, gesprekken met kermisexploitanten, jonkheren en verzetsstrijders.

Non-fictie
Michèl de Jong
Oliebollen-Nel
Nijgh & Van Ditmar, €22,50, 432 blz.

Non-fictie
Renata laqueur
Dagboek uit Bergen-belsen
Meulenhoff, €20,99, 240 blz.

Non-fictie
Jochem Botman
De Nederlandse Rattenlijn
Aspekt, €29,95, 500 blz.

Non-fictie
Max Arpels Lezer
En toen zag ik mijn moeder
Amphora Books, €22,50, 300 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden