PlusInterview

Emily Kocken over haar roman Lalalanding: ‘Alsof je heel achteloos mensjes oppakt’

Emily Kocken reikt dinsdagochtend het eerste exemplaar van Lalalanding, haar derde roman na De kuur en Witte vlag, uit aan de boekverkopers van Athenaeum. ‘Ik wist: het wordt een wonderlijk boek.’

Emily Kocken: ‘Ik werk intuïtief, het zijn rare, indirecte wegen die mij doen besluiten om tot een bepaald verhaal te komen.' Beeld Henriette Guest / Hollandse Hoogte
Emily Kocken: ‘Ik werk intuïtief, het zijn rare, indirecte wegen die mij doen besluiten om tot een bepaald verhaal te komen.'Beeld Henriette Guest / Hollandse Hoogte

Schrijver, kunstenaar en cellodocent Emily Kocken (58) zit in haar werkruimte in Retort Ateliers, een broedplaats verborgen achter een onopvallende deur in de Schinkelbuurt. Op haar bureau ligt een stapel stickers, bedoeld om op lantaarnpalen en auto’s te plakken. “Ik ga zo veel mogelijk reclame maken, ook op sociale media; dan heeft het daar in elk geval niet aan gelegen. Ik wil ook graag met de trein naar Parijs, en het boek onderweg integraal voorlezen met musici en andere kunstenaars erbij. Maar Parijs is nu ook weer dicht.”

Een jaar geleden was Kocken in Parijs, met een beurs van het Letterenfonds. Ze wilde, zo staat te lezen in de verantwoording van Lalalanding, een boek schrijven over ‘een moderne Helena van Troje, wier schoonheid de talenten van haar broer overschaduwt en die zijn leven goed weet te vergallen’. “Ik vond het belangrijk om op de plek zelf te zijn, zodat alles klopt. En dat is ook zo; je kunt alles nalopen. Ik heb met heel veel mensen gesproken en gemaild, terwijl het een roman is, dus het in wezen niet belangrijk is dat álles klopt. Het is een faux historisch boek.”

Ter inspiratie bent u Raymond Queneaus Stijloefeningen gaan lezen.

“In 2019 heb ik het kunstgeschenk geschreven, Huh? Aha! Duh, dat gratis werd uitgedeeld aan museumbezoekers. Dat is een soort toneelstuk over drie jonge mensen die al pratend over schoonheid en het leven door het Stedelijk Museum lopen. Ik was zo content over de toon dat ik daar weer iets mee wilde. Vervolgens ben ik Stijloefeningen gaan lezen, dat sprankelt van eenvoud en puur over taal gaat, en ’t Manco van Georges Perec, waarin de taal nóg belangrijker is dan de mensen. De kracht van het woord, van reflectie – dat vind ik mooi.”

Ze kijkt even op, zegt dan: “Zo. Zo is het gegaan. Ik werk intuïtief, het zijn rare, indirecte wegen die mij doen besluiten om tot een bepaald verhaal te komen. Maar zo begon ik het zelf leuk te vinden. En zo wist ik: het wordt een wonderlijk boek.”

In Lalalanding draait het om fabrieksarbeider Jean Rodin, ‘een slimpie uit de sloppen’ die denkt dat de dood van zijn collega André Vérité zijn schuld is. Hij denkt ook dat hij verliefd is op zijn eigen zusje Odilette. Wat is daar zo wonderlijk aan?

“Het gaat natuurlijk over veel meer. De Belgische persdame vond dat de achterflaptekst – ‘een lichtvoetige, poëtische roman over de mysterieuze liefde tussen een broer en zus in het Parijs van de jaren vijftig’ – de lading niet dekt. Dat moet ook niet, vind ik. Het is ook helemaal niet zo’n lichtvoetig boek. De stijl is lichtvoetig, maar er gebeuren verschrikkelijke dingen. Het gaat over incest, over moord en kindermisbruik door de katholieke kerk, maar ik vind dat het aan de lezer is om daarin mee te gaan, om het te willen snappen. De lezer maakt het verhaal. Daar heb ik in elk geval mijn best voor gedaan.”

U geeft de lezer handvatten in de verantwoording. En halverwege richt u zich in een terzijde rechtstreeks tot de ‘literatuurblievende Parijsliefhebbers die de hele tijd met een ouderwets potloodje persoonlijke aantekeningen in de kantlijn van dit boek maken’.

“Dat is een grap. Ik ben daar een soort schaduwcriticus, die het heeft over ‘weer zo’n boek over Parijs’. Maar dat is het dus niet. Het is misschien niet zo aardig, maar die mensen die dat denken, moeten het vooral niet lezen, denk ik. Maar begrijp me niet verkeerd: ik heb veel respect voor de lezer. Ik ben me ook bewust van de lezer – meer dan bij mijn vorige boeken.”

Het boek zit vol verwijzingen naar de kunsten: uw antiheld Jean Rodin deelt zijn naam met de wereldvermaarde beeldhouwer, in het terzijde verwijst u naar Quentin Tarantino’s Inglourious Basterds.

“Ik ben nog selectief geweest, er had nog veel meer in kunnen belanden. Jean is gewoon Jan, de allergewoonste naam in Frankrijk. Dat Rodin is omdat hij een eenvoudige jongen is, die heel goed kan denken, wat zich uitdrukt in zijn postuur. Inglourious Basterds heb ik vaak gezien toen ie net uitkwam. Ik vind het erg goed wat Tarantino doet: het wordt ook gebracht als iets heel grappigs, maar ondertussen gaat het wel ergens over. Ik vind Inglourious Basterds een van de beste oorlogsfilms die er zijn; het gaat echt over het kwaad. Dat je met één misstap je doodvonnis kunt tekenen of verantwoordelijk bent voor de dood van anderen.”

Er is ook een (anonieme) fotograaf, die opduikt in een Parijs’ café. In het nawoord legt u uit dat het een cameo is van Ed van der Elsken.

“Die liefdesfoto’s van Vali Myers en zijn serie met die verslaafde jongeren, daar heb ik veel aan gehad. Ik heb erover gedacht om een foto van hem in het boek op te nemen. Maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan en ik heb hem ook niet met naam en toenaam genoemd in het verhaal. Dat zou maar afleiden van de situatie. Maar ik wilde hem wel graag noemen.”

Tot slot, waarom heet uw boek eigenlijk Lalalanding? Ik moest denken aan de film La La Land, maar dat wordt dan weer nergens uitgelegd.

“Het heeft niks te maken met de film; het is een soort taalspel. Lalalanding. Alsof je heel achteloos mensjes oppakt, als een soort godheid, en ze vervolgens weer laat vallen. Dat landen heeft voor mij te maken met vallen – of het springen – van André Vérité. Maar het kwam ook heel spontaan bij me op. Ik heb het gewoon besloten. Ik had ook helemaal geen andere titel.”

Emily Kocken: Lalalanding. Uitgeverij Querido, €20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden