Plus Boekrecensie

Elsbeth Etty ziet waar het schuurt bij Maarten 't Hart

‘Ik heb mijn hele leven verlezen, dus er valt akelig weinig over mij te vertellen,’ antwoordde Maarten ’t Hart toen criticus Elsbeth Etty hem eind 2018 voorstelde een reeks gesprekken te voeren over het verband tussen leven en werk. Toch stemde hij in met een boekje ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag. 25 november aanstaande, zolang het maar geen biografie zou worden. Dat is met Minnebrieven aan Maarten ook niet gebeurd.

Maarten ’t Hart zou naar verluidt altijd liegen in interviews, maar ‘ook in leugens geeft iemand zich bloot’, vindt Etty. Beeld Károly Effenberger / HH

De titel doet onterecht vermoeden dat Etty haar bewondering en liefde voor de schrijver in brieven betuigt. Dat klopt niet helemaal, hoewel ze zijn eruditie meermaals roemt. Ze ontleende de titel aan Multatuli’s Minnebrieven, waarin hij trachtte vat te krijgen op de gecompliceerde werkelijkheid: ‘’t Is alles! Poëzie, sarcasme, politiek, wellust, scherpte, logica, godsdienst.’

Kwalificaties die volgens Etty ook op het werk van ’t Hart terugslaan. Aan het woord is een vriendin en criticus die hem liefdevol analyseert en van repliek dient. Een titel die terugslaat op een werk van Multatuli kan bovendien ook ‘plagerig’ worden opgevat; ’t Hart noemde zijn bijdrage aan Er is niets poëtischer dan de waarheid (een inzamelingsactie voor het standbeeld van Multatuli op de Torensluis) een poging deze ‘onuitstaanbare, kolossale snoever’ al bij voorbaat van z’n sokkel te trekken. 

Die karaktereigenschap delen de schrijvers, merkt Etty fijntjes op. ’t Hart en zijn ‘biograaf’, zoals ze zicht toch ergens noemt, zijn aan elkaar gewaagd. Dat is noodzaak in dezen.

Leugens

’t Hart zou naar verluidt namelijk altijd liegen in interviews. Dat strekt alleen maar tot aanbeveling in een literair klimaat dat geobsedeerd is door het autobiografische gehalte van fictie. Etty baseert haar Minnebrieven gelukkig niet alleen op gesprekken met de schrijver, maar gunt hem wel een (weer)woord onder het motto ‘ook in leugens geeft iemand zich bloot’. Ook als ze zijn antwoord niet bevredigend vindt, neemt ze het (integraal) op, maar denkt er het hare van.

De schrijver van meer dan zeventig romans, essay- en verhalenbundels, waaronder bekende (bestseller)titels als Een vlucht regenwulpen (1978), Het woeden der gehele wereld (1994), en Magdalena (2015) ontbreekt het niet aan financiële middelen, wél aan literaire erkenning. 

Jeroen Brouwers wist het goed te verwoorden: ‘door literatuurwetenschappers en critici (zou zijn werk, red) niet als literatuur worden aangemerkt’, máár het is persoonlijk. ‘En hierin schuilt ook voor mij de aantrekkingskracht van ’t Harts werk,’ schrijft Etty. Terugkerende thema’s zijn orthodox christendom, geloofsafval, muziek, literatuur, travestie en verliefdheid.

In bijna al zijn boeken komt zijn liefde voor meester Mollema terug. Een bestaand karakter, blijkens de rouwadvertentie die Etty van hem vond. Het ‘kernverhaal’ van zijn leven gaat over de liefde van ’t Hart voor meester Mollema – die hij uit liefde graag kwelde – en diens uitzichtloze verloving met juffrouw van der Sluys. 

Etty ziet dat anders: zijn kernverhaal is de liefde voor zijn vader en het gedoemde huwelijk van zijn ouders. ’t Hart ontkent. Etty wijst in zijn verhalen overtuigend op het tegendeel. Er wordt niets beslecht, maar ze legt wel een vinger op een zere plek.

Grote troef

‘t Hart zegt over zijn werk: ‘hoe openhartiger het verhaal lijkt, des te meer het verhult’. Etty is ‘geneigd het omgekeerde te denken’. Criticus Wam de Moor betreurde het ontbreken van ‘het autobiografische aspect’ in De droomkoningin, over het huwelijk van vreemdganger Metten; het verhaal zou niet waarachtig zijn. 

Metten lijdt aan een ontembare geslachtsdrift. Etty vermoedt een omkering, want ‘seks is voor hem minder belangrijk dan de euforie die hij voelt bij verliefdheid of travestie’.

Als ze het over De droomkoningin hebben, spreekt ’t Hart zijn verbazing uit over het libido van schrijvers als Maarten Biesheuvel of Jan Wolkers. Hij herkent zich in Vestdijk, die het ­alleen ontbreekt aan ‘(..) de vondst dat je als je in staat bent jezelf te transformeren tot een mooie vrouw, het verlangen naar andere vrouwen ­opheft – je bent zelf datgene geworden waar je vol verering tegen opkijkt.’

De grote troef die Etty naast haar persoonlijke band met ’t Hart in handen heeft, is haar scherpe lezing. Ze heeft oog voor overlap en discrepanties, en bovenal; ze ziet waar het schuurt. 

Ook ziet en legt ze nieuwe of onderbelichte ­verbanden, zoals de opmerkelijke (sadomasochistische?) relatie met zijn vader met de losse handjes (is er ook sprake van incest?), zijn moeizame verstandhouding tot het huwelijk, zijn afkeer van het feminisme die samen lijkt te vallen met zijn verlangen naar het vrouwzijn en de rol die de holocaust bij zijn geloofsafval speelde.

Etty vindt dat ’t Hart de P.C. Hooftprijs verdient. Haar Minnebrieven zijn een overtuigend pleidooi, waarin ze verschillende lagen in zijn werk blootlegt.

Non-Fictie Elsbeth Etty Minnebrieven aan Maarten De Arbeiderspers, €20,00 152 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden