Interview

Els van der Plas vertrekt bij Nationale Opera & Ballet: ‘We eten onze reserves nu op’

Vertrekkend algemeen directeur van het Nationale Opera & Ballet Els van der Plas .Beeld Erik Smits

Els van der Plas neemt na acht jaar afscheid als algemeen directeur van De Nationale Opera & Ballet. ‘Het subsidiesysteem is niet goed voor de grote culturele organisaties.’

Vorige week nam Els van der Plas (60) afscheid als directeur van De Nationale Opera & Ballet, hoewel ze pas op 1 november aan haar nieuwe baan begint, directeur van het Bonnefanten Museum in Maastricht. “Ik heb tot die tijd vakantie opgenomen. Even er tussenuit. Het was een heel raar jaar.”

Door de coronacrisis moest het hele geplande seizoen van De Nationale Opera en Het Nationale Ballet op de schop. Er zijn 1594 stoelen, maar eerst ging alles dicht, toen mocht er maar 250 man publiek naar binnen en nu zijn dat er nog maar 30.

“Het is allemaal verschrikkelijk voor de podiumkunsten, temeer daar het in de zalen superveilig is. Je kunt beter naar de opera gaan dan naar de Albert Heijn. Onder elke stoel zit in Nationale Opera & Ballet een ventilator, dat realiseert niet iedereen zich. In de opstelling voor 250 bezoekers houden we drie stoelen tussen de mensen leeg – dat is meer dan 1,65 meter. Maar we zijn code rood in Amsterdam, dus ik begrijp de wens zorgvuldig te handelen.”

Van der Plas ziet niettemin een lichtpuntje. “Als je de eerste persconferentie van Rutte vergelijkt met de laatste, heeft hij het nu in elk geval over cultuur. Hij noemt de theaters en de bioscopen, dat was eerder niet zo.”

Nationale Opera & Ballet krijgt jaarlijks 34 miljoen euro subsidie van het rijk en 12 miljoen van de stad Amsterdam. Hoe rampzalig is de situatie financieel?

“Een operahuis lijdt altijd verlies en daarom is er subsidie. Mensen vragen weleens waarom we niet honderd keer per jaar Het Zwanenmeer doen. Een populair ballet; dus altijd een vol huis en veel inkomsten. Maar zelfs dan kom je er niet. Op elk ticket zit subsidie. Bij Het Zwanenmeer is die lager dan bij een grote opera. Het is dus heel goed dat de minister de reguliere subsidie overeind heeft gehouden. Als we niks doen verliezen we geld en alles wat we doen, kost geld omdat je inkomsten momenteel minimaal zijn.”

“We kunnen alleen overleven als we volgend jaar in het nieuwe steunfonds van 482 miljoen mogen meedelen. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt, want we eten nu onze reserves op. Doorbetaling van de flexwerkers, naleving van hun contracten, het komt uit de reserves. Gelukkig hébben we die. Voor de commerciële sector is het veel lastiger. Carré, Concertgebouw of Stage, om er drie te noemen, moeten het van de kaartverkoop hebben.”

Hoe lang kan DNO het nog uitzingen?

“Ik verwacht voor september 2021 zeker nog geen normalisering. Tot die tijd kunnen we het volhouden, maar dan reken ik die nieuwe subsidie van OCW mee. Er is nog geen hoge nood, maar je voelt wel de urgentie. We hebben ook een dansgezelschap en een koor in huis en die kunnen alleen in kwaliteit overleven als ze repeteren en uitvoeren. Voor een danser is het rampzalig als er een seizoen uitvalt. Zangers moeten zingen. Alles is beter dan nietsdoen.”

Wat betekent de marktconforme huur die in de toekomst in de plaats komt van de symbolische gulden die vanaf 1986 gold?

“Dat was in 1986 een politiek besluit, een afspraak tussen gemeente en rijk. De gemeente wil nu eenduidigheid voor alle vastgoed in de stad. Dat begrijp ik, maar het roept wel vragen op, want welke huur ga je dan voor dit gebouw vragen? Het is gebouwd voor opera en ballet. Wat ga je anders met dit gebouw doen? Ik vind de maatregel onverstandig, want het zorgt voor onnodige rompslomp. Ze willen de geldstromen herkennen en doorrekenen. Het is een puur bureaucratische maatregel.”

Wat ging er verkeerd met de Raad voor Cultuur, die uw subsidieaanvraag opschortte?

“De Raad voor Cultuur vond dat we de begroting moesten verdelen over de opera en het ballet. Verder vonden ze de uitsplitsing van de prestatieoverzichten ontbreken, terwijl we beide wel degelijk hadden opgestuurd. Ze hebben dat deel van de cijfers gewoon niet gezien.”

“Je stuurt je plannen op naar het ministerie van OCW en dat stuurt het door naar de Raad van Cultuur. Op dat traject – wij zijn een grote organisatie met verschillende geldstromen – is iets misgegaan. Dat hebben ze erkend. En daardoor hebben ze hun advies herzien. Het is nu niet meer ‘nee, tenzij’, maar ‘ja, mits’ en die mits is gebaseerd op hun adviezen over het artistiek beleid. Dat moeten we beter uitleggen. Het probleem is dat wij evenveel woorden in onze aanvraag mogen schrijven als een heel kleine organisatie. Wij hebben deze keer andere accenten gelegd, bijvoorbeeld op publieksbereik, omdat we daarover de vorige keer te weinig zeiden. Maar daardoor hebben we dus de artistieke visie te weinig onderbouwd. Het probleem bij die adviesrondes is altijd hoe je het opschrijft. Onze kwaliteit staat niet ter discussie.”

Moet die vierjarige subsidiecarrousel op de schop voor instituten die ver vooruit plannen?

“Ik ben een groot voorstander van de verlenging van de kunstenplanperiode naar zes of zeven jaar, maar de subsidiegever moet uiteraard wel een vinger aan de pols kunnen houden. Dat kan met een visitatiesysteem en/of tussentijdse evaluatie. Het Rijksmuseum heeft ook ooit een ‘nee, tenzij’ gehad, terwijl ik toen vond dat ze het heel goed deden. Die instituten moet je met elkaar omarmen, beschermen en bevestigen, in plaats ze steeds weer ter discussie stellen.”

Is het een doorgeslagen vorm van bureaucratisch denken?

“Ik zou willen zeggen: waarom doen we het zo? Mensen die in de commissies van de Raad voor Cultuur zitten mogen in beginsel niets te maken hebben met de instituten die ze beoordelen. Dat betekent al dat ze er verder vanaf staan. Misschien wel te ver. Het systeem is niet goed voor de grote organisaties. Er is ooit even gesproken over zo’n evaluatiesysteem, maar dat is door Halbe Zijlstra weer opgeheven toen hij staatssecretaris werd. Mensen vinden het moeilijk over kunst te oordelen. Dan wil je toch experts, maar de experts zijn de mensen die er dan onvermijdelijk direct bij betrokken zijn. En dan krijg je een conflict of interest.”

Wat vindt u een hoogtepunt in uw tijd als directeur van DNO?

“De fusie tussen De Nederlandse Opera, Het Nationale Ballet en Het Muziektheater. Die was noodzakelijk omdat het economisch moeilijker werd en het sociaal-politiek draagvlak kleiner. Omdat er meer inkomsten van buiten nodig waren en meer efficiëntie leek het beter alles onder een noemer bij elkaar te brengen.”

“Toen ik begon kwamen er mensen naar ballet die niet wisten dat er in hetzelfde gebouw ook opera was. Dat is nu ondenkbaar. De fusie is goed geweest voor de positionering van de organisatie. De naamsbekendheid van Nationale Opera & Ballet is veel groter dan destijds van het Muziektheater. Ook de naamsverandering van De Nederlandse Opera heeft een gunstig effect gehad. De bekendheid van Het Nationale Ballet is stabiel gebleven; die was altijd heel groot.”

En een artistiek hoogtepunt?

“Ongetwijfeld Aus Licht. Hoe we dat voor elkaar hebben gekregen en hoe het is geworden, is niets minder dan een wonder. Hetzelfde geldt voor Pierre’s Ring, die toen ik net kwam nog een keer helemaal werd opgevoerd. Waanzinnig. Ik was bij Stockhausen ook aangenaam verrast door de toegankelijkheid van de muziek.”

En het dieptepunt?

“Corona. Geen twijfel mogelijk. Maar zelfs daar zit een keerzijde aan, want door te investeren in digitalisering hebben we inmiddels, dus sinds maart, 6,5 miljoen kijkers kunnen trekken voor onze onlineprogramma’s. Door corona zie je dus hoe belangrijk kunst en cultuur zijn.”

Hoe optimistisch bent u over kunst en cultuur in de postcoronatijd?

“Kunst en cultuur zullen altijd overleven, maar de vraag is wel hoe. Er zal veel afgebroken worden. Podiumkunsten worden het hardst geraakt, omdat het over mensen gaat. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt om het weer op te bouwen.”

Wanneer kwam de gedachte dat u iets anders wilde?

“Ik begon hier in augustus 2012 en toen overleed mijn vader. Mijn moeder overleed vorig jaar december. En daar tussendoor ben ik mijn oudste zusje verloren. Het was voor mij daardoor een afgeronde periode, met een begin en een eind. Ik was ook al een beetje aan het rondkijken. En toen kwam corona.”

Was Bonnefanten toen al in beeld?

“Nee, nog niet. Maar toen die functie beschikbaar kwam, dacht ik meteen: dat wil ik doen.”

“Ik had als volgende stap al een hele tijd een museum in mijn hoofd. Terug naar de roots, want ik ben kunsthistoricus, al ben ik inmiddels ook een totale sucker voor opera en ballet geworden. Ik zal altijd blijven komen en ik snap er duizend miljoen keer meer van dan toen ik begon. Maar beeldende kunst snap ik écht; ik heb er voor doorgeleerd, hoewel ik trouwens ook muziekwetenschappen heb gestudeerd.”

“Het Groninger Museum zocht ook een zakelijk directeur, maar Bonnefanten trok me meer. Het heeft een heel goed artistiek beleid, ze zijn internationaal, inclusief en divers, maar ook heel lokaal, met hun middeleeuwse collectie.”

Heeft u iets met Maastricht?

“Ik vind het een heel leuke plek in Nederland, ook al vanwege de nabijheid van België en Duitsland. Echt een eurocentrische plaats, die me met heel andere netwerken in contact zal brengen. Ook daar had ik behoefte aan.”

Gaat u verhuizen?

“Ik heb een appartement in Maastricht, maar ik blijf ook in Amsterdam wonen.”

Els van der Plas

Els van der Plas (1960, Leiden) studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht. In 1988 richtte ze de Gate Foundation op ter stimulering van interculturele uitwisseling op het gebied van moderne en hedendaagse beeldende kunst. Vanaf 1997 was ze oprichter-directeur van het Prins Claus Fonds en medeverantwoordelijk voor de internationale Prins Claus Prijzen. In 2003 zette ze het noodfonds Cultural Emergency Response op, dat onder meer de Centrale Bibliotheek in Bagdad redde na de Amerikaanse inval. Op haar initiatief opende in 2008 de Prins Claus Fonds Galerie, die werk toont van door het Fonds ondersteunde kunstenaars en activiteiten.

In januari 2011 werd zij benoemd tot directeur van Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode, in Amster­dam. In augustus 2012 volgde haar aanstelling als algemeen directeur van Het Muziektheater Amsterdam, De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet, nu Nationale Opera & Ballet geheten.

Naar een opvolger voor Els van der Plas bij DNO wordt nog gezocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden