Ten slotte

Ellen Vogel (1922 - 2015): een Grande Dame, met ietsje arrogantie

Ellen Vogel behoorde tot 'de oude adel van het Nederlandse toneel'. Een Grande Dame, in alle opzichten. Er hing altijd een zweem van sjiek, van grandeur, rondom haar. Ja, sommigen spraken weleens van een ietsje arrogantie. Al drong dat in het begin, zei ze ooit in Het Parool, niet echt tot haar door. 'Ik ben lang, loop rechtop en spreek vóór in de mond. Dùs ben ik arrogant.'

Ellen Vogel. Beeld anp

De laatste jaren woonde Vogel, na de dood van haar derde echtgenoot Jimmy Münninghoff, in een aanleunwoning. Zien kon ze steeds minder. Maar ze bleef, de negentig al gepasseerd, kaarsrecht en - als altijd - gesoigneerd. Ze droeg de ouderdom met verve en relativiteitsvermogen. 'Je organen zijn niet gemaakt om er 91 mee te worden.'

Niet alleen haar theatertalent, ook haar verschijning zette in haar jonge jaren menig theaterjournalist in vuur en vlam: lange, rode, haren, sonore stem, sprekende handen. 'Mijn uiterlijk sloeg destijds reuze aan hé,' blikte ze later terug. 'Maar ik maakte daar de eerste jaren van mijn leven 'aan het toneel' niet bewust gebruik van.'

Wazig en ongrijpbaar
Naïef noemde ze zichzelf, wazig, ongrijpbaar. 'Een sufkanus in een droomwereld, waarin wel keihard werd gewerkt.' Actrice worden? Het kwam niet bij haar op, als jong meisje. En dat terwijl haar vader Albert Vogel toch voordrachtskunstenaar was, evenals haar moeder Ellen Buwalda. Eigenlijk vond ze het 'kinderachtig' om in de voetsporen van haar ouders te treden. Vogel koos voor de tekenacademie, tot haar broer Albert wel naar de toneelschool ging. 'Toen dacht ik: 'Dit is wat ik wil en wat ik kan'.

De school maakte ze niet af. Oorlog en ziekte gooiden roet in het eten. Maar haar gave was niet onopgemerkt gebleven. Vogel kreeg, in 1945, een engagement bij Comedia en debuteerde er met een klein rolletje in Weekend In Californië, naast Ko van Dijk en Mary Dresselhuys. 'Ik ben', zei ze, 'verwend want ook daarna heb ik altijd kansen gekregen zonder er een pink voor hoeven te bewegen.'

Vijf stukken in een jaar
Vanaf 1950 zou ze, eenentwintig jaar lang, aan de Nederlandse Comedie verbonden blijven. Acteur Han Bentz van den Berg, oud-artistiek leider van het gezelschap noemde het theatervak 'spelen met rook'. Vogel: 'Toneel is hier en nu. Daarna is het weg.' Oké, er waren tastbare bewijzen van haar vakvrouwschap. Een Theo d'Or bijvoorbeeld, in 1961, voor haar rollen in Kasteel in Zweden en Joseph in Egypten. Het beeldje werd, vertelde ze in DWDD, ooit gestolen. 'De dief dacht kennelijk dat het van goud was.'

Haar eerste grote succes oogstte ze als Laura in Glazen Speelgoed (1947), gevolgd door een scala aan andere succesrollen. In de jaren vijftig en zestig speelde ze zich 'ongans'. 'Soms wel vijf stukken in een jaar. 'Ik heb niet stilgezeten, zullen we maar zeggen.'

Afscheid
Vogel was, weten collega's, een actrice die zich elke rol eigen wist te maken: van lichtvoetig tot dramatisch, van klassiek tot modern. Schrijver/regisseur Lodewijk de Boer noemde haar 'de enige actrice van haar generatie die is meegegaan met haar tijd'. Al dacht de generatie van Actie Tomaat daar, eind jaren zestig, heel anders over. Die vond al die gevestigde acteurs maar een ingedut zooitje en bekogelde hen met rotte tomaten. Vogel trok het zich persoonlijk aan en durfde alleen nog met een grote zonnebril over straat. Het was ook de tijd dat Ischa Meijer speciaal voor haar het woord 'actreutel' uitvond. Kortom, een 'klotetijd', aldus Vogel.

Maar ze overleefde. Haar hart bleef bij het theater, maar ze speelde ook mee in een hele rits films en tv-series. Van Couperus-bewerkingen als Van Oude Mensen, De Dingen Die Voorbijgaan tot, in 2009, een oudere, dementerende, Juliana in de VPRO-serie Bernhard, Schavuit van Oranje. Ook aan films als De Tweeling en Brandende Liefde verleende ze haar medewerking. Ze mocht dan, in 2000, afscheid genomen hebben van het theater met de voorstelling Verzameld Werk; helemaal weg was ze niet.

'Niets dooier dan een dode acteur'
Twee jaar terug was ze nog te zien in de tv-serie Doris, als grootmoeder Mimi. Angst om op haar oude dag nog te acteren was er niet. Al maakte ze zich weleens zorgen of ze dat fysiek vol zou houden en haar teksten nog zou kunnen onthouden. 'Vroeger hoefde ik nooit te leren. Dan keek ik het stuk thuis alleen maar een beetje in.'

In de documentaire De Dingen Die Voorbijgaan vroeg Michiel van Erp haar hoe ze later herinnerd zou willen worden. 'Je hoopt', sprak ze, 'dat je een scène hebt gespeeld waar bepaalde mensen op bepaalde momenten iets aan hebben gehad.' En, over de vergankelijkheid van de roem, haalde ze nog weer even Benz van den Berg aan: 'Alles wat we doen is spelen met rook. Niets dooier dan een dode acteur.'

Beeld anp
Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden