Plus

Ellen flaneert niet meer

Ellen Le Roy (1942) wandelde dagelijks in de mooiste kleren door de stad. Tot ze drie maanden geleden werd aangereden door een scooter. 'Vaak had ik voor het einde van de straat al een compliment op zak.'

Ellen Le Roy Beeld Maarten Schröder

Voorzichtig loopt Ellen Le Roy Lopes Cardozo door de Kerkstraat. Rechts gesteund door een stok, links door de fysiotherapeut. Hij brengt haar naar café Bocca, vlak bij haar huis. Daar wordt ze door het voltallige personeel begroet. Iedereen kent de frêle Ellen. Ze is een niet te missen verschijning. Toen ze dagelijks uren door de stad wandelde, draaiden voorbijgangers zich voor haar om en stopten toeristen om foto's te maken.

"Ze vinden dat ik op Coco Chanel lijk. De aandacht voor mijn uiterlijk is mijn tweede natuur. Ik had ook een man die dat heel leuk vond en dat enorm stimuleerde. De ene dag in Yamamoto, de andere dag wat deftiger, maar nooit overdressed. Ik had de naam hautain te zijn. Omdat ik met een Puck & Hans-tas boodschappen deed, dachten ze dat ik rijk was en vooral bezig met er mooi uitzien, terwijl ik altijd heb gewerkt."

De straat missen
Vandaag draagt Le Roy een rieten hoed, een wijde capejas van Spijkers en Spijkers, een fluwelen blazer van Dolce & Gabbana, een joggingbroek (omdat dat nu eenmaal moet) en platte laarsjes. Die laarsjes zijn haar een gruwel, want - flaneur die ze is - Ellen liep altijd op hakken. Nu is het de vraag of ze ooit nog zonder rollator de straat op kan. "We zijn hier kennelijk om iets te leren," zegt ze zo opgewekt mogelijk.

"Een bevriende advocaat is door een hersenbloeding zijn spraak verloren en ik werd aangereden door een scooter. Daarbij brak ik mijn bekken, enkele ribben en nog wat botten die niet gegipst konden worden. Er is zo veel kapot dat het de vraag is of ik ooit nog zelfstandig kan lopen. Ik mis de straat, maar ben er ook een beetje bang voor geworden. Overdag kijk ik vanaf eenhoog de Kerkstraat in om aan de scooters te wennen. Ze rijden zo hard. Het is zo ontzettend druk in de stad."

Liefde voor lopen
Ellens liefde voor lopen ontstond in New York. Ze was achttien en werkte daar als mother's help. "Ik had de zorg voor een baby van negen maanden en een kindje van twee. Enig, maar ik werd enorm uitgebuit. Per week had ik één dag vrij. Het gezin woonde in Great Neck. Vandaar nam ik de trein naar New York en dan liep ik uren en uren door de stad. Met blote voeten in mijn schoenen door de sneeuw, door Central Park, naar het MoMA, Rockefeller Centre... En overal ontmoette ik mensen: een kunstenaar, een vliegenier of een kapitein.

Ik ging met iedereen uit eten, want ik verdiende haast niets, maar ik had altijd vluchtgeld bij me. Dat had ik van mijn moeder geleerd: je mag alles van iedereen aannemen, maar zorg dat je alleen weer thuis kunt komen. In New York heb ik ontdekt dat lopen vrijheid geeft. Lopen en koffiedrinken: dat werd het doel in mijn leven."

Met jou ga ik trouwen
Terug in Amsterdam gaat Le Roy naar Schoevers en werkt jaren als uitzendsecretaresse voor Randstad. De enige eis die ze aan haar werk stelde was dat het op loopafstand moest zijn. Op een gemaskerd feestje ontmoet ze haar latere echtgenoot, kunstenaar Guillaume le Roy. "We hadden allebei iets van een oud laken gemaakt. Ik een charlestonjurk en hij een tovenaarsgewaad. We herkenden elkaar meteen. Hij viel op mijn blauwe ogen en zei: 'Met jou ga ik trouwen.'

Een jaar na ons huwelijk was ik zwanger van mijn zoon Mikel. Guillaume werkte op een atelierboot in de Amstel, waar ik hem elke dag ophaalde met Mikel in de kinderwagen. Tijdens een van die wandelingen werd ik gespot door iemand van L'Oréal. Ik was niet groot, maar wel heel dun. En zo ben ik in de mode gerold."

Ellen Le Roy Beeld Maarten Schröder

Zwart is troost
Ellen deed veel modellenwerk. "Ik dacht altijd dat ik uniek was en niemand nadeed. Maar dat is niet zo. Ik had net zo goed een lok en hoedje als Jackie Kennedy en ik had kort blond Twiggy-haar, waar ik veel opdrachten mee kreeg." Na jaren als model te hebben gewerkt gaat Le Roy bij Puck & Hans aan de slag en uiteindelijk als inkoper voor dé modewinkel van Nederland, Reflections, dat destijds nog in de Gravenstraat zat en later in de PC.

"Bob Bochter was een visionair. Hij was de eerste die een internationale modezaak begon. Bob bracht de Japanners naar Nederland: Yamamoto, Miyake, Comme des Garçons. We hadden geen idee hoe je die kleding moest dragen. Vaak zat er een tekening bij die liet zien hoe het moest. De Japanse collecties waren zwart. Zo ben ik zwart gaan dragen. In de jaren tachtig viel het kennelijk niet zo op, maar nu krijg ik vaak commentaar. 'Waarom draag je niet iets lichts, Ellen?' Ik heb een crêmekleurige Borsalino en dat is het. De rest is zwart. Zwart is veilig, zwart is troost, je kunt erin verdwijnen."

Teleurgesteld in het jodendom
"The Lady in Black werd ik genoemd en ook wel de Jodin. 'Ze zijn vergeten jullie te vergassen,' riepen buurtkinderen vlak na de oorlog in de Chopinstraat. Op mijn veertiende vroeg ik aan mijn moeder of ik mijn haar blond mocht verven. Pas op mijn vijftigste had ik vrede met mijn afkomst en stopte ik met blonderen."

"Na het overlijden van Guillaume heb ik een aantal jaren joods gedaan, maar sinds ik hier woon is dat helemaal voorbij. Mijn kandelaars staan boven. Ik ben teleurgesteld in het jodendom en in de mensheid in het algemeen. Religie kan zo mooi zijn, maar het wordt altijd misbruikt voor oorlog en uitsluiting."

Complimenten
De Chopinstraat lag zelden op Ellens wandelroute. Ze flaneerde bij voorkeur over de grachten, door het Vondelpark en de PC. Haar wandelingen eindigden met koffie in Walem of in de Pels, waar ze na het overlijden van haar man diens plek innam aan de herentafel op zaterdagochtend. Sinds zijn dood liep ze elke dag naar Zorgvlied.

"Vaak had ik voor het eind van de Kerkstraat al een compliment op zak. Ik vind de mensen zo vriendelijk geworden. In Amsterdam is niets meer hetzelfde: alle mooie winkels zijn weg, er zijn geen bijzondere etalages meer en vrijwel alles draait om eten, maar de mensen zijn veel aardiger dan vroeger." De bestuurder van de scooter heeft echter niks meer van zich laten horen.

"Er zijn getuigen. Mijn zoon is bezig met een zaak. In feite kan ik niets meer alleen en ziek zijn is duur. De dokter dacht dat ik minstens vier maanden in het Flevohuis zou moeten revalideren, maar binnen vijf weken was ik thuis. Met dank aan de jongens van de fysiotherapie, die ik aanspoorde om mij trappen te leren lopen. Lange trappen zoals thuis, want ik wilde daar zo snel mogelijk weg. Iedereen was er zo verdrietig."

"Ik probeerde ze op te beuren door net te doen alsof die troosteloze gangen de Rue de Seine waren. Dan bracht ik iemand naar zijn kamer en zei: 'Kijk eens wat een mooie golven.' Parijs: ik doe mijn ogen dicht en ik loop over de Champs-Elysées. En de afstand tussen de bank en mijn keuken is een straatje in de Marais. Aan New York ben ik nog niet toegekomen. Hopelijk voel ik mij binnenkort sterk genoeg voor een wandeling door Central Park."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden