Plus Theaterrecensie

Eindspel: een liefdevolle opeenstapeling van strandende voornemens

Het is licht in dit Eindspel. Wie aan Samuel Becketts apocalyptische absurdisme denkt, voelt de beklemmende duisternis al rond zich neerdalen. Maar Erik Whien baadt het toneel in een zee van licht. Niet het eind, maar het spel staat centraal in zijn enscenering bij Theater Rotterdam.

Cas Enklaar en Elsje de Wijn als vader en moeder Nagg en Nell , in twee vuilnisbakken. Beeld Sanne Peper

Eindspel toont ons de blinde, rolstoel gebonden Hamm en zijn dienaar (en wellicht ook zoon) Clov. In twee vuilnisbakken zitten Hamms vader en moeder, Nagg en Nell. Achter ramen die te hoog zitten om er zonder trap doorheen te kunnen kijken, verschuilt zich de buitenwereld. Zoals elke dag kijkt Clov uit die ramen om aan Hamm te rapporteren wat hij ziet. En zoals altijd ziet hij hetzelfde als gisteren.

Elke goede Beckettenscenering zet je idee van wat een goede Beckett-enscenering is op z’n kop. Zo ook deze. In plaats van het creëren van een gesloten universum rond de taal van Beckett, gooit Whien de ruimte open. Het benadrukt de kunstmatigheid van die taal, met al zijn herhalingen en ritmiek, waardoor je je er nooit helemaal in kan onderdompelen. Het verlegt ook de accenten. De taal is niet alleen een gevangenis voor de personages, maar ook een bron van speelsheid voor de acteurs.

‘Het is allemaal spel.’ En dat spel is genieten. Nagg en Nell worden opvallend liefdevol en geestig neergezet door Cas Enklaar en Elsje de Wijn. Ze zijn niet enkel hulpeloos, maar hebben ook nog iets te koesteren: gedeelde herinneringen en een ander om je rug te krabben. René van ’t Hof is op papier de perfecte Clov en maakt dat meer dan waar. Niemand kan zo mooi hannesen als hij. Met een trap, een verrekijker, een speelgoedhond. Mooi is hoe hij in stil spel soms voorzichtig rebelleert tegen Hamms opdrachten, daarmee Clov zowaar een vleugje vrij spel gevend.

Enorme beweeglijkheid

En Hans Croiset mag dan fysiek stilzitten, in zijn stem legt hij een enorme beweeglijkheid. Zijn Hamm klampt zich met soms overslaande stem vast aan woorden, die alles zijn wat hij nog heeft, en in de juiste volgorde de belofte van een verhaal vormen, de belofte dat het allemaal ergens toe leidt. ‘Kom ik vooruit?’, vraagt hij terwijl hij zich met een bootshaak afzet van de grond. ‘Nee’, antwoordt Clov.

Wie zich het hoofd breekt over de motivaties van de personages, weigert in te zien dat Eindspel vooral ook een spiegel is. We zijn hoegenaamd de intelligentste diersoort op aarde en hebben het bestaan zo ingericht dat we constant dingen moeten doen waar we geen zin in hebben. Waarom doen we het dan toch? Uit gewoonte misschien, plichtsbesef, maar niet zelden ook uit liefde.

Want dat is het verrassendste aspect aan deze versie van Eindspel. Vaak voelt het stuk als een aantal personages die elkaar dwars zitten, op het sadistische af, maar in deze enscenering zit de lichtheid er ook in, dat het zowaar lijkt alsof deze mensen elkaars onmacht tegenover de eindigheid herkennen. Eindspel toont de mens als een opeenstapeling van strandende voornemens en falende pogingen, maar heeft compassie voor het proberen.

Theater Eindspel

Door Theater Rotterdam

Gezien 11/10 Schouwburg, Rotterdam

Te zien 24 t/m 26/10 ITA

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden