PlusAchtergrond

Eindelijk thuis: ode aan de beroemdste schilder van Dordrecht, Aelbert Cuyp

Vier eeuwen na zijn geboorte brengt het Dordrechts Museum een ode aan de Dordtse schilder Aelbert Cuyp. Met serene topstukken van over de hele wereld én werken van de Britse schilders die ‘de meester van het gouden licht’ bewonderden.

Jan Pieter Ekker
Aelbert Cuyp, De Maas te Dordrecht, circa 1650. Beeld National Gallery
Aelbert Cuyp, De Maas te Dordrecht, circa 1650.Beeld National Gallery

Iedere Amsterdammer kent de Albert Cuypmarkt, ‘de mooiste markt van Mokum’, maar wie Aelbert Cuyp (1620-1691) was en wat hij schilderde; dat is veel minder bekend. Dat was in 1883, toen de Albert Cuypstraat zijn naam kreeg, niet anders. Pas zo’n vijftig jaar na zijn dood werd Cuyp door een groter publiek ontdekt, vooral in Engeland – de Engelse koning George IV en John Stuart, de derde graaf van Bute, waren grote liefhebbers.

In de tweede helft van de 18de eeuw vond een totale leegverkoop plaats van zijn landschappen met ruiters, herders, vee en dromerige vergezichten; rond 1800 was er in Nederland geen belangrijke Cuyp meer te vinden (De eerste monumentale Cuyp die vanuit Engeland naar Nederland terugkeerde, Rivierlandschap met ruiters, werd in 1965 gekocht door het Rijksmuseum). In de 19de eeuw was Cuyp zo ingeburgerd in de Engelse cultuur dat zijn naam zelfs als bijvoeglijk naamwoord werd gebruikt; Charlotte Brontë, bijvoorbeeld, heeft het in haar beroemde roman Jane Eyre (1847) over ‘Cuyp-like groups of cattle’ – Cuypachtige groepjes vee.

Cuypmania

Bij leven was Aelbert Cuyp alleen lokaal bekend als kunstenaar. Hij woonde en werkte zijn hele leven in Dordrecht; de weidse stadsgezichten, zonovergoten landschappen en verstilde riviergezichten schilderde hij vrijwel alleen voor een Dordtse klantenkring. Zijn vader en leermeester Jacob Gerritsz. Cuyp (1594-1652), een eveneens in Dordrecht geboren landschapsschilder, was daar lange tijd bekender dan Aelbert.

Het kan verkeren.

401 jaar na zijn geboorte organiseert het Dordrechts Museum een grote tentoonstelling over de beroemdste kunstenaar van Dordrecht: In het licht van Cuyp. De tentoonstelling stond gepland voor 2020, maar corona gooide roet in het eten. Dat het een jaar later alsnog gelukt is alle bruiklenen van over de hele wereld – meer dan zestig in totaal – naar Dordrecht te halen, mag een klein wonder worden genoemd.

Twee meesterwerken komen uit de Royal Collection van Koningin Elizabeth II. Twee niet eerder in Nederland tentoongestelde landschappen worden uitgeleend door de huidige Markies van Bute. Rivierlandschap met ruiter en vee – Cuyps absolute topstuk – wordt beschikbaar gesteld door de National Gallery in Londen.

Daarnaast zijn er niet eerder in Nederland getoonde werken te zien van Britse kunstenaars die zich door de Dordtse meester lieten inspireren. De tentoonstelling is namelijk niet monografisch van opzet, maar thematisch, zoals de ondertitel duidelijk maakt: ‘Aelbert Cuyp & Gainsborough, Constable en Turner’. Het draait om de ‘Cuypmania’ die na Cuyps dood ontstond in Engeland en zijn invloed op (18de- en 19de-eeuwse) Britse grootheden als Thomas Gainsborough, John Constable en J.M.W. Turner en minder bekende meesters als Richard Wilson, Richard Parkes Bonington, Augustus Wall Callcott (die wel ‘the modern Cuyp’ werd genoemd) en John Crome.

Zuidelijke licht

‘Cuyp wist de kleinste details op te laten gaan in de gouden kleuren van een omringende nevel,’ aldus de idolate Turner, zo’n beetje Engelands beroemdste kunstenaar, die meermaals naar Dordrecht reisde om te kijken waar Cuyp de mosterd vandaan haalde. In 1817 bezocht hij de stad voor het eerst, en legde die vast in tientallen vlotte, virtuoze schetsen (de twee fraaie schetsboekjes zijn uitgeleend door het Tate). Turner schilderde er in 1818 ook een gezicht op Dordrecht, als eerbetoon aan Cuyp: Dort or Dordrecht: The Dort Packet-boat from Rotterdam Becalmed.

Aelbert Cuyp, Rivierlandschap met ruiter en vee, ca. 1660. Beeld National Gallery
Aelbert Cuyp, Rivierlandschap met ruiter en vee, ca. 1660.Beeld National Gallery

Van een particuliere verzamelaar kreeg het Dordrechts Museum dit voorjaar Turners Whalley Bridge and Abbey al in langdurige bruikleen, een gezicht op de abdij en de brug over de rivier de Calder bij Whalley, waarmee hij experimenteerde met de gouden gloed en de geraffineerde tegenlicht-effecten van Cuyp.

Bij Cuyp draaide álles om verstilling en licht. Om ‘zuidelijke licht’, terwijl hij nooit in Italië was geweest. Sterker: zijn verste reizen waren naar Nijmegen en het Duitse Kleef, om heuvels aan zijn repertoire toe te voegen. Voor zijn bijzondere kleurgebruik keek hij af bij de Utrechtse schilder Jan Both (1618-1652), die wél langere tijd in Italië was geweest. Het leverde hem de bijnaam ‘the Dutch Claude’ op – naar de Frans-Italiaanse barokschilder Claude Lorrain, die bekendstond om zijn warme licht en arcadische landschappen, en net als Cuyp was ingelijfd door de Engelsen.

In het licht van Cuyp. Aelbert Cuyp & Gainsborough, Constable en Turner: t/m 6 maart in het Dordrechts Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden