Eindelijk erkenning

FRENK DER NEDERLANDEN

Denkend aan Joop van den Ende zie ik blinkende auto's traag door oneindige files gaan.

Dat zit zo: de enige keer dat ik de theaterkoning mocht interviewen, kwam ik onderweg naar Aalsmeer hopeloos vast te zitten in het verkeer. In paniek belde ik naar zijn kantoor, maar Joop zat er niet mee, en toen ik hem met een rood hoofd een uur te laat de hand schudde, kon ik zo aanschuiven aan de lunch: een broodje kaas met een glas melk.

Hij was veel aardiger dan ik had verwacht.

Twaalf jaar later stond ik op het punt hem opnieuw te ontmoeten, maar ditmaal was ik ruim op tijd in het gat van de Marnixstraat, daar waar in 2010 de nieuwe Nieuwe de la Martheaters zullen verrijzen.

De bouwput stroomde langzaam vol met camerateams en fotografen. Aan de overkant, voor pizzeria Fantasia en Hotel La Bohème, verzamelden zich tientallen nieuwsgierigen. De zon scheen uitbundig op hun hoofden. Tram 7 naar Slotermeer reed rinkelend voorbij, even later gevolgd door bus 145 naar Hoofddorp Station. Op een muur stond: 'Stasja, ik wil je neuken, afzender Allard.'

Iemand riep showtime en verdomd, daar waren ze, de hoofdrolspelers van het blijspel: Janine van den Ende en stadsdeelvoorzitter Els Iping voorop, dan Job Cohen en Van den Ende zelf, directeur Jacques van Veen en oud-wethouder Duco Stadig, en ten slotte het voetvolk, onder wie Hans Croiset, Melle Daamen, Carolien Gehrels, Hannah Belliot en zowaar de 89-jarige Piet Meerburg, de man die in 1952 het theater van de ondergang redde.

Ja, het was een indrukwekkend tableau de la troupe, en kijk, daar was oud-directeur Hanneke Rudelsheim ook. Ze lachte en fluisterde: ''Zou het publicitair interessant zijn als ik straks in tranen uitbarst?''

Maar dat was niet nodig. De toespraken waren nu eens een keer niet zouteloos en het leek wel alsof iedereen het Joop gunde dat hij eindelijk een feestje kon vieren in de stad die hem zo lang als pispaal had behandeld. Glunderend kneep hij zijn Janine in haar schouders, masseerde die zelfs even. Nooit wilden ze hem hebben, altijd keken ze op hem neer, maar nu had hij het toch maar mooi geflikt. Hij, Johannes Adrianus van den Ende, het jongetje uit de Indische Buurt dat zelf ook zo graag op de planken had willen staan, maar nooit verder kwam dan clown Tako. Eindelijk erkenning.

Joop sprak van 'een bijzondere dag' en 'een prachtig moment'. ''Janine en ik zijn dolgelukkig dat we in staat zijn gesteld dit te mogen doen. Geen zakelijk belang, geen commerciële activiteiten, gewoon theater door gepassioneerde theatermakers, in een gebouw dat dezelfde sfeer zal uitstralen als het oude Nieuwe de la Mar.''

Dat was mooi gesproken, maar de hoofdrol werd toch opgeëist door Job Cohen. Op het laatste moment had hij zijn toespraak weggegooid en nu vertelde hij als een volbloed cabaretier hoe hij ooit op een regenachtige dag in Frankrijk een lift had gekregen van Gerard Reve. Hij keek naar boven en zei: ''God houdt van Amsterdam en God houdt van het theater, anders zou het vandaag niet zulk prachtig weer zijn geweest.''

De mortelwagen begon te draaien en even later stortten Job, Joop, Janine, Els en Carolien het beton voor de eerste paal. De epiloog werd verzorgd door de stedenmaagd van Amsterdam, een acrobate die op haar kop hangend alle aanwezigen van een glas champagne voorzag. Iedereen straalde, en toen Job en Joop samen de rolstoel van Piet Meerburg duwden, stootten de mensen elkaar ontroerd aan.

Job en Joop, een paar apart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden