Bernard Haitink.

Plus Achtergrond

Einde van een tijdperk: Bernard Haitink legt na 60 jaar het stokje neer

Bernard Haitink. Beeld Dingena Mol/ANP

Bernard Haitink staat vrijdagavond in Luzern voor de laatste keer in zijn carrière op de bok. In de aanloop naar dat afscheid verscheen een boek. 

Hoe lang zal het applaus duren als Bernard Haitink zich vrijdagavond in de Konzertsaal van de KKL Luzern na Bruckners Zevende symfonie voor de laatste keer als dirigent naar het publiek omdraait? In Amsterdam, waar hij in juni afscheid van het Nederlandse publiek nam na een concert met het Radio Filharmonisch Orkest (ook met Bruckners Zevende), hield het klappen negen minuten aan.

Peter Hagmann, oud-muziekredacteur van de Neue Zürcher Zeitung, en musicus en musicoloog Erich Singer stellen die vraag in hun zojuist verschenen boek Bernard Haitink – ‘Dirigieren ist ein Rätsel’, Gespräche und Essays niet. Zij konden bij het ter perse gaan ook nog niet weten dat Haitinks vorig jaar aangekondigde sabbatical een bescheiden manier was geweest om te zeggen dat hij voorgoed een punt zou zetten achter zijn zestig jaren omvattende carrière.

Die punt komt in Luzern vrijdagavond om een uur of half elf, na het slotakkoord van Bruckners Zevende. De blazers van de Wiener Philharmoniker zullen voor hem klappen, de strijkers zullen hun stokken laten wiegen, het publiek zal gaan staan en juichen en Haitink zal de loftuitingen allemaal met die ontroerende, scheve glimlach in ontvangst nemen, steunend op zijn wandelstok. En als het hem allemaal te lang duurt, zal hij met een handgebaar laten blijken dat ‘het zo wel weer genoeg is geweest’. Je kunt de situatie uittekenen.

Daarmee wordt vrijdagavond een tijdperk afgesloten. De beroemdste dirigent die Nederland na Willem Mengelberg ooit heeft gehad, zal nooit meer dirigeren (al mag je nooit helemaal uitsluiten dat hij misschien nog eens ergens op het laatste moment komt invallen).

Mild voor Mengelberg

Het boek van Hagmann en Singer is zeer aardig geworden, maar wat betreft het deel met de interviews is hun al veel gras voor de voeten weggemaaid door Niek Nelissen, die in 2014 het uitgebreide interviewboek ‘Als je het een beroep kunt noemen’ publiceerde, op basis van een lange reeks gesprekken met de dirigent. Toch zegt Haitink tegen Hagmann en Singer dingen die hij tegen Nelissen voorzichtiger formuleerde of helemaal niet vertelde. Hij is tegen de Zwitsers openhartiger dan hij tegen een journalist uit eigen land ooit zou willen of durven zijn.

Wat je in de Nederlandse pers bijvoorbeeld weinig leest, is dat Haitink van Joodse komaf is. De lijn loopt via zijn moeder en grootmoeder. Maar thuis ‘speelde religie geen rol’ en hij heeft er nooit veel over gezegd. Wel wordt nu duidelijker waarom er thuis fronsend naar zijn hartstochtelijke concertbezoek tijdens de oorlog werd gekeken, al blijkt hij dan op zijn negentigste niet geheel op de hoogte van de abjecte nazi-sympathieën die zijn held Mengelberg erop nahield, zoals Frits Zwart in zijn Mengelberg­biografie glashelder aantoonde. “Mengelberg heeft niets slechts gedaan,” zegt Haitink tegen Hagmann. “Hij heeft zich alleen op ongepaste wijze geuit en getracht zijn huid te redden.”

Minder bekend is ook hoe hardvochtig de jonge Haitink, toen hij bij het Concertgebouw­orkest begon, werd bejegend door de gelouterde George Szell. “Hij zei me onverbloemd dat ik helemaal niks kon, zelfs niet het orkest laten stemmen. Hij wilde dat ik strenger met het orkest omging, maar dat was nooit mijn aard.”

‘Vreselijke sfeer in Bayreuth’

Hard is wel zijn laatste analyse van de beruchte Notenkrakersactie, toen in 1969 een groep jonge musici en componisten een van zijn concerten verstoorde: “Ik ervaar die actie tot de dag van vandaag als ongelooflijk stümperhaft, klungelig. Ze diende alleen het eigenbelang van de deelnemers.”

In 2006 had hij chef kunnen worden van de Chicago Symphony, een toporkest, maar dat wilde hij niet. “Een Amerikaanse music director kan geen zinnig leven leiden. Musiceren doet hij maar een derde van zijn tijd. De hoofdzaak is je om sponsoren bekommeren, contacten onderhouden en vergaderingen bijwonen.”

Soms deelt hij leuke inside-informatie: in Boston wilden ze Seiji Ozawa, ‘die er eigenlijk al te lang chef was’, verruilen voor Simon Rattle, ‘die dat best wilde’, maar dit werd tegengehouden door de machtige agent Wilford. Haitink noemt die macht ‘ongezond’.

Tweemaal is Haitink gevraagd het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker te dirigeren. “Dat is niks voor mij. Dieses Publikum, diese Atmosphäre – nein danke.”

Dezelfde ideeën heeft hij over Bayreuth, het walhalla van de Wagnerliefhebber, waar hij nooit heeft gedirigeerd en ook nooit heeft willen dirigeren. “Twee keer ben ik naar Bayreuth gegaan – als toehoorder. Ik was teleur­gesteld. De hele sfeer daar beviel me niet. In feite was het een vreselijke ervaring.”

Af en toe toont Haitink ook zijn subtiele gevoel voor humor. “Gelooft u,” vraagt Hagmann, “dat de mens door muziek ‘beter’ wordt, intelligenter, communicatiever, sensibeler?” “Ja, zeker,” antwoordt Haitink. “Aber nur ganz kurz.”

Zullen we Bernard Haitink ooit nog terugzien op het rostrum? Zeer waarschijnlijk niet. Maar een mens kan altijd hopen natuurlijk.

Peter Hagmann en Erich Singer: Bernard Haitink ‘Dirigieren ist ein Rätsel’, Bärenreiter/Henschel, €24,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden