PlusAchtergrond

Einde tijdschrift Q: de teloorgang van de Britse muziekpers

Het is na 34 jaar gedaan met Q. Het coronavirus deed het legendarische muziekblad de das om. Maar het gaat al veel langer slecht met de gehele Britse muziekpers.

De cover van het laatste nummer van Q.

‘En dat is dan 9,50 euro voor u,” De prijs is ook de allerlaatste keer toch weer even schrikken. Maar bijna een tientje voor een tijdschrift mag veel geld zijn, Q stelde 34 jaar lang zelden teleur. Hele stapels ervan hebben we op zolder staan. Precies zo’n stapel staat nu op de cover van de allerlaatse Q.

In dat laatste nummer hoogtepunten uit de geschiedenis van het blad: interviews met en reportages over onder anderen Prince, David Bowie en Liam Gallagher. Het zijn verhalen uit een tijd dat popartiesten nog echt de tijd namen voor een onderhoud met de muziekpers. Voor een ook in het afscheidsnummer opgenomen artikel over Joni Mitchell trok een Q-reporter letterlijk dagen met haar op.

Popmuziek belangrijk

In zijn voorwoord van de laatste Q wijt hoofdredacteur Ted Kessler alles aan het coronavirus: de losse verkoop viel stil, adverteerders lieten het afweten. Corona deed het blad inderdaad de das om, maar het ging natuurlijk al langer slecht met Q, zoals het al langer slecht gaat met de gehele Britse muziekpers.

Nergens ter wereld wordt popmuziek zo belangrijk geacht als in het Verenigd Koninkrijk. En dat zag je terug in de muziekpers: tot ver in de jaren negentig was er een enorm aanbod van gespecialiseerde week- en maandbladen, die vaak ook in andere landen hun weg naar de lezer vonden.

Het eerste nummer van Q verscheen in 1986. Het was de tijd waarin ook de cd zijn intrede deed. Heruitgaven op cd van popalbums uit de jaren zestig en zeventig deden het goed in die tijd. Hippe muziekweekbladen hadden niets met zulke oude muziek. Nu niet meer voor te stellen, maar bladen als New Musical Express (NME) en Sounds haalden de neus op voor interviews met artiesten als Paul McCartney, Eric Clapton of Rod Stewart.

Ouwelullenblad

In Q kwamen zulke oudgedienden niet alleen uitgebreid aan het woord, ook de heruitgaven van hun oude werk werden serieus gerecenseerd. Het blad zag er met zijn glimmende omslag en strakke vormgeving ook heel anders, chiquer vooral, uit dan de op het goedkoopste krantenpapier gedrukte muziekweekbladen.

De eerste jaren had Q de naam een ouwelullenblad te zijn, maar snel werd het een blad waarin alle popmuziek aan bod kwam: oud én nieuw. In de jaren negentig was Q zelfs een uitgesproken hip blad. Invloedrijk was Q ook. Het idee van een stijlvol uitgevoerd maandblad over muziek werd overgenomen door Mojo en Uncut, tijdschriften die wel hoofdzakelijk over oude popmuziek bleven schrijven.

Sinds 1990 reikte het blad een eigen muziekprijs in vele categorieën uit, de Q Awards. Het jaarlijkse gala in Londen waarop dat gebeurde werd een waar sterrenevenement, waarop niet alleen grote Britse en Amerikaanse popmuzikanten afkwamen, maar waar bijvoorbeeld ook een politicus als Tony Blair of de Nederlandse voetballer Ruud Gullit (in zijn tijd bij het Londense Chelsea) zich lieten zien.

Popmuzikanten stonden graag in Q, maar werden in het blad niet zelden stevig aangepakt. Oneerbiedigheid en humor waren belangrijke onderdelen van de Q-huisstijl, maar een grote kennis van de popmuziek hoorde daar ook bij. Hilarisch waren vaak de onderschriften bij de foto’s, die lang werden gemaakt door een speciaal daarvoor aangestelde redacteur. Typisch Q was het om bij een niet heel gunstige jeugdfoto van een popster te schrijven: ‘Gedraag u, dames, en vorm een ordentelijke rij’ (in het Engels klinkt het veel leuker).

Ook helemaal Q waren de interviews waarin popsterren door lezers ingestuurde vragen kregen voorgelegd. In de allerlaatste Q is een dergelijk interview met Lou Reed uit 2000 opgenomen. Goede lezersvraag aan de grootste chagrijn uit de popmuziek: ‘Waar moet u om lachen?’ Lou Reed antwoordt met een mop: ‘Wat is het verschil tussen een drummer en een varken? Een varken blijft niet tot vijf uur ’s ochtends op om een ander varken te neuken.’ Humor à la Reed.

Popliefhebbers van het fanatieke soort maken graag lijstjes. Q bedreef er de overtreffende trap van met over vele pagina’s uitgesmeerde lijsten als de Top 100 van beste gitaristen, beste album, beste singles en rijkste popsterren en ga zo nog even door.

Het was een idee dat over de hele wereld navolging kreeg. In juli 2004 verscheen zelfs een speciale editie die geheel met lijstjes was gevuld. Tezamen vormden al die lijstjes de Top 150 ­Greatest Rock Lists ever.

Reeds gesneuveld

- New Musical Express
(1952 – 2018)

Kwam voort uit een al in 1948 opgericht blad voor accordeonliefhebbers. Was vooral groot (300.000 exemplaren) in de jaren zeventig. Berucht om het neersabelen van artiesten en groepen die eerder door het blad juist waren opgehemeld. Nu alleen nog online actief.

- Smash Hits
(1978 – 2006)

Gericht op tieners die van hitparadepop hielden. Verscheen aanvankelijk maandelijks, later tweewekelijks. Had in de jaren tachtig een oplage van wel 500.000 exemplaren. Heel grappige schrijfstijl. Redacteur Neil Tennant werd als zanger van de Pet Shop Boys zelf popster. Twee andere redacteuren bedachten Q.

- Sounds
(1970 – 1991)

Kurt Cobain droeg vaak een T-shirt van Sounds, het blad dat als eerste een interview had met Nirvana. Het weekblad nam in de jaren zeventig ook als eerste punk serieus. Later een fel pleitbezorger van de typisch Britse punkvariant Oi!

- Melody Maker
(1926 – 2000)

Al in de jaren twintig van de vorige eeuw opgericht weekblad. Schreef lang vooral over jazz, maar maakte in de jaren zestig de overstap naar pop. Serieuzer en intellectueler dan voornaamste concurrent New Musical Express. In 1973 verkozen de lezers van Melody Maker de Nederlander Jan Akkerman van Focus tot beste gitarist van de wereld.

- Select
(1990 -2001)

Maandblad dat de term Britpop bedacht en dat ook veel schreef over die stroming uit de jaren negentig. Van de in dezelfde tijd populaire grungemuziek uit de VS moest het blad niet veel hebben. Hoofdredacteur Alexis Petridis schrijft tegenwoordig over pop in dagblad The Guardian.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden