PlusAchtergrond

Eerherstel voor zwarte componiste Florence Price, bijna zeventig jaar na haar dood?

Florence Price was de eerste zwarte vrouw wier werk door een van de grote Amerikaanse orkesten, het Chicago Symphony, was uitgevoerd, in 1933. Beeld
Florence Price was de eerste zwarte vrouw wier werk door een van de grote Amerikaanse orkesten, het Chicago Symphony, was uitgevoerd, in 1933.

Wordt 2022 het jaar van de wedergeboorte van componist Florence Price? De beroemde dirigent Yannick Nézet-Séguin nam voor Deutsche Grammophon twee van haar symfonieën op.

Erik Voermans

De Afro-Amerikaanse componiste Florence Price werd geboren in 1887 en stierf in 1953. In de Oxford History of Western Music (2006) schittert ze door afwezigheid, maar dat is nog geen reden voor paniek. De stronteigenwijze auteur Richard Taruskin negeert in zijn vijfdelige encyclopedie wel meer componisten, en niet de minsten (Sibelius bijvoorbeeld). Ook de twintigdelige editie uit 1980 van The New Grove Dictionary of Music and Musicians heeft geen lemma voor Price over. Zelf Nicolas Slonimsky laat ons in zijn Music since 1900 in de steek. Alleen in The Rest Is Noise (2007) van Alex Ross wordt ze genoemd, terloops, in dezelfde zin als William Grant Still en William Dawson en als onderdeel van een paragraaf over Duke Ellington.

Het geval Florence Price is symptomatisch voor de geschiedschrijving van de klassieke muziek, die zeer lang uitsluitend ter hand is genomen vanuit een mannelijk, wit en de laatste vijftig jaar van de vorige eeuw ook nog modernistisch perspectief. Inmiddels weten we dat vrouwen wel degelijk van wanten wisten en dan vooral vanaf de twintigste eeuw, waar ze in sommige gevallen zelfs pioniers waren (Bebe Barron, Johanna Beyer) of gigantische talenten die nooit tot bloei kwamen (Lili Boulanger). In het huidige tijdvak, nu de ontwikkelingskansen veel gelijkwaardiger zijn geworden, kan niemand meer met droge ogen beweren dat mannen per definitie betere componisten zijn dan vrouwen. Denk aan de Finse grootheid Kaija Saariaho.

‘Tweede handicap’

In de negentiende eeuw lag dat nog anders. Clara Schumann kon zich minder ver ontplooien dan Robert Schumann (of huisvriend Brahms, of al die anderen) en is daarom minder interessant, domweg omdat zij, anders dan haar man, ook nog een huishouden moest bestieren.

In de eerste helft van de twintigste eeuw in het gesegregeerde Amerika had Florence Price, zoals ze het zelf in 1943 formuleerde in een brief aan dirigent Koussevitzky, ook nog ‘een tweede handicap’: ‘I have some Negro blood in my veins.’ Ze schreef die brief omdat ze Koussevitzky, een van de beroemdste dirigenten van zijn tijd, hoopte te verleiden een stuk van haar te programmeren bij de Boston Symphony. Vergeefse moeite. Alleen bij Frederick Stock van de Chicago Symphony raakte ze een snaar, nadat ze in 1932 met haar Symfonie nr. 1 de eerste prijs had gewonnen op de Rodman Wanamaker Contest voor Afro-Amerikaanse componisten. Het jaar daarop bracht Stock de symfonie met zijn gerenommeerde orkest in première. Price was hiermee de eerste zwarte vrouw wier werk door een van de grote Amerikaanse orkesten was uitgevoerd. Daarna volgde nog haar pianoconcert (ze was zelf de soliste), opnieuw met Stock als dirigent.

Tot een massale omarming van haar werk leidde dit allemaal niet. Ze verdween langzaam uit het zicht en na haar dood in 1953 aan een hersenbloeding op haar 66ste bijna uit de muziekgeschiedenis.

Schaduw van Dvoráks Negende

Dat haar naam nu weer is opgeborreld uit het moeras der vergetelheid is te danken aan de oplettendheid van het echtpaar dat in 2009 bij de renovatie van Prices sterk vervallen oude woonhuis stuitte op grote stapels muziekpapier en andere documenten. De manuscripten waren al decennia verloren gewaand.

Het is sympathiek dat Yannick Nézet-Séguin, een van de beroemdste dirigenten van onze tijd, nu met zijn Philadelphia Orchestra twee van Prices symfonieën voor Deutsche Grammophon heeft opgenomen. Een krachtiger eerherstel is nauwelijks mogelijk. Toch moet je je afvragen of de muziek goed en origineel genoeg is om méér te kunnen zijn dan ‘eens iets anders’, een interessante voetnoot in de muziekhistorie, vooral als je beseft dat Wozzeck, De neus, Arcana, Erwartung en Rhapsody in blue ten tijde van die Derde symfonie uit 1938-40 allang bestonden. (Maar dit is de witte, mannelijke, modernistische blik.)

Desondanks zijn die Symfonie nr. 1 en 3 vakmatig prima in orde. Alleen maken de pentatoniek, de koralen en de voortdurend aanwezige schaduw van Dvoráks Negende de muziek dun en tweedehands. Wel doen de scherzi, waarin Price steeds een swingende jubadans verwerkt (voorloper van ragtime), de oren spitsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden