PlusTentoonstelling

Een wereld van geweld, lol en onverschilligheid

Als een van de eerste kunstenaars van Nederland gebruikte schilder Lucassen elementen uit de populaire cultuur, zoals Donald Duck en James Bond.

Lucassen, Oedipus rex, 2007, assemblage, 49 x 39 cm. Beeld Gert Jan van Rooij

Als zesjarige jongen wilde hij al kunstenaar worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam zijn ­vader om na een vluchtpoging uit een Duits werkkamp. Ook zijn moeder overleed veel te jong. Lucassen (80) – van wie nu een tentoonstelling is te zien in Kunstmuseum Den Haag – groeide op in het Burgerweeshuis, waar nu het Amsterdam Museum huist. “Als kind heb ik nooit getekend. Maar ik was gefascineerd door beelden, door figuratieve voorstellingen. Ik zag een stilleven van een schilder in de buurt, in een etalage in de Marnixstraat, en was daardoor geobsedeerd.”

De kleine Reinier – later zou hij als kunstenaar alleen zijn achternaam gebruiken – wist dat hij ooit zulke realistische voorstellingen zou gaan schilderen, maar voorlopig deed hij geen pogingen. “Maar ik bekeek overal kunst. In boeken, in de stad. Toen ik in het weeshuis zat, ging ik op de Elandsgracht naar school. We hadden een half uur om naar het weeshuis te gaan. Dan ging ik heel hard rennen, zodat ik nog even bij Galerie Magdalene Sothmann op de Nieuwezijds Voorburgwal kon kijken.”

In 1958 ging hij naar het Rijksinstituut tot Opleiding van Teekenleeraren, in de tuin van het Rijksmuseum. Een klassieke opleiding, waar hij op traditionele manier leerde tekenen en schilderen. Lucassen maakte begin jaren zestig ook kennis met de moderne kunst. In het Stedelijk waren schilderijen van Jackson Pollock, Clyfford Still, Jasper Johns en Robert Rauschenberg te zien.

Nieuwe figuratie

In de jaren zestig schilderde Lucassen Kuifje of Donald Duck, wat nogal ongebruikelijke motieven waren. “Maar figuratie was überhaupt raar. Toen ik begon, was er een enorme strijd tussen de abstracten en de figuratieven. Ik vond figuratieve schilderijen toen eigenlijk heel matig. Academisch, saai. Maar er waren destijds wel degelijk goede figuratieve schilders. De eerste die ik ontdekte, was Co Westerik. Daarna zag ik merkwaardige voorstellingen van Herman Gordijn die ik heel goed vond. Maar dat werd niet getoond in musea. Daar had men het idee dat goede kunst alleen maar abstract kon zijn en dat de figuratie was afgelopen.”

Lucassen wilde die verschillende werelden bij elkaar brengen. Figuren waren realistisch, maar tegelijk heel vlak en onpersoonlijk weerge­geven. Ook dreigende vampierkoppen verschenen langs de rand van het doek, of een geweerloop. “Het is een wereld van onverschilligheid, lol en geweld.”

Ook andere schilders in Nederland en België ontwikkelden in de jaren zestig een werkwijze waarin abstracte en figuratieve elementen samenkwamen. De stroming kreeg al snel het ­etiket ‘Nieuwe figuratie’ opgeplakt.

Woorden en cijfers

In de schilderijen van Lucassen duiken ook overal woorden en cijfers op. Soms is de relatie tussen woord en beeld volkomen arbitrair of associatief. “Je hoeft de letters in mijn werk niet te lezen. Ze moeten ook als beeld werken, als kleur en vorm.”

Omstreeks 1983 ging het roer om. In die tijd ging Lucassen etnografische kunst verzamelen, wat terug te zien is in zijn werk. “Ik had altijd het gevoel dat ik nog niet zover was dat ik de dingen maakte die ik echt voor ogen had. Elke keer heb ik de drang om het perfecte schilderij te maken. Een schilderij ontstaat bij mij altijd in mijn hoofd. Ik zie ze voor me. Als ik ze ga maken, blijkt dat het voor 70 procent klopt.”

In Den Haag zijn ook werken te zien die Lucassen ‘modifications’ noemt: schilderijen die hij op rommelmarkten koopt en vervolgens naar believen verandert. Op een associatieve manier voegt hij voorwerpen aan het schilderij toe of schildert over de bestaande afbeelding. “Ik kies alleen maar dingen die mislukt zijn. Mijn ingrepen moeten het werk echt ten goede komen.”

Lucassen – De gelukkige schilder. Kunstmuseum Den Haag, tot en met 7/6

Lucassen, Enige voorbeelden van succesvol cultureel ondernemerschap, 2017, assemblage, 55 x 46 cmBeeld Kunstmuseum Den Haag
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden