PlusVoorpublicatie

Een vertelling over Miguel de Cervantes en zijn Francesca, door Carlos Ruiz Zafón

Na de voltooiing van zijn levenswerk, het vierluik Het Kerkhof der Vergeten Boeken, wilde Carlos Ruiz Zafón die wereld afsluiten met een verhalenbundel. Die verschijnt nu als eerbetoon aan de vorig jaar overleden schrijver. Hieronder een voorpublicatie uit een vertelling over Miguel de Cervantes en zijn Francesca.

 Carlos Ruiz Zafón, eind 2017. Beeld Marc Driessen
Carlos Ruiz Zafón, eind 2017.Beeld Marc Driessen

Het spreekwoord zegt dat een mens moet lopen zolang hij nog ­benen heeft, praten zolang hij nog stem heeft, en dromen zolang hij zijn onschuld bewaart, want vroeg of laat zal hij zich niet meer staande kunnen houden, geen adem meer hebben en nog slechts verlangen naar de eeuwige nacht van de vergetelheid.

Met deze woorden als leeftocht, met een opsporingsbevel na een onder dubieuze omstandigheden verlopen duel en met het vuur van zijn jonge jaren in de aderen was de jonge Miguel de Cervantes in het jaar Onzes Heren 1569 uit het stadje Madrid vertrokken om in de legendarische steden van Italië op zoek te gaan naar wonderen, wetenschap en schoonheid, die daar, zo verzekerden zij die het weten konden, in rijker en bekoorlijker mate vertegenwoordigd waren dan op enig andere plek op de kaarten van het rijk.

Veel avontuur en onheil overkwam hem, maar het grootste van al was wel dat zijn lot hem op het pad bracht van dat ongelooflijke schepsel van licht dat de naam Francesca droeg en op wier lippen hij hemel en hel leerde kennen, een begeerte die voor altijd zijn lot zou bezegelen.

Ze was nog maar net negentien jaar en had reeds alle hoop in het leven verloren. Ze was de jongste dochter van een ellendig stel paria’s dat in armoede vegeteerde in een grotachtig, over de wateren van de Tiber hangend huis in de duizendjarige stad Rome. Haar broers, onbehouwen, vuige zwendelaars, voerden geen moer uit en pleegden diefstallen en andere onbeduidende misdaden die amper een korst brood opbrachten.

Hun ouders, een prematuur oud geworden stel dat beweerde haar in de herfst van hun ellende te hebben verwekt, waren niks anders dan vrekkige huichelaars die de kleine Francesca huilend hadden aangetroffen op de nog lauwe schoot van haar echte moeder, een meisje zonder naam dat bij de bevalling van het schepseltje was gestorven onder de bogen van de oude brug naar het Castel Sant’Angelo. Weifelend of ze het kindje in de rivier zouden gooien en alleen de koperen medaille zouden meenemen die de moeder om haar hals droeg, bespeurden de schurken de wonderbaarlijke perfectie van de baby en ze besloten haar te houden, want ongetwijfeld konden ze bij de fijnste families van de vermogende hoofse klasse een goede prijs vragen voor een dergelijk geschenk.

Naarmate de dagen, weken en maanden verstreken, groeide hun hebzucht, want elke dag openbaarden de schoonheid en bekoring bij de kleine zich meer, zodat haar waarde in het brein van haar gevangenbewaarders alleen maar verder steeg. Toen ze tien jaar was, zag een Florentijnse dichter haar tijdens een bezoek aan Rome naar de rivier lopen om water te halen, niet ver van waar ze was geboren en haar moeder had verloren, en na de betovering van haar blik het hoofd te hebben geboden droeg hij ter plekke een paar verzen aan haar op en gaf haar de naam die ze zou moeten hebben, Francesca, want haar pleegfamilie had niet de moeite genomen om haar er een te geven.

Zo groeide Francesca op tot een vrouw met zo’n verrukkelijke geur en zo’n aanwezigheid dat ze gesprekken en de tijd deed stokken. Toentertijd vertroebelde slechts de oneindige treurigheid in haar blik het beeld van een schoonheid die elke beschrijving tartte. Al snel begonnen kunstenaars in heel Rome sappige beloningen aan haar ouders en uitbuiters aan te bieden om haar als model voor hun werken te mogen gebruiken. Met dat ze haar zagen, waren ze ervan overtuigd dat iemand met talent en ervaring die in staat zou zijn ook maar een tiende deel van haar betovering op doek of in marmer vast te leggen, de geschiedenis zou ingaan als de grootste kunstenaar aller tijden.

Steeds grotere bedragen werden er voor haar diensten geboden en de oude bedelaars verkeerden inmiddels in de pracht en praal van de nieuwe rijken, maakten ritjes in opzichtige, felgekleurde kardinaalskoetsen en droegen kleurige zijden stoffen, hun schaamdelen gedrenkt in parfums om de schande te camoufleren die om hun harten lag.

Toen ze meerderjarig werd, vreesden Francesca’s ouders het verlies van de schat die hun zoveel fortuin had gebracht, en ze besloten haar uit te huwelijken. In plaats van een bruidsschat te bieden, zoals het de familie van de bruid destijds betaamde, waren ze zo vermetel om voor de hand en het lichaam van het meisje aan de hoogste bieder een substantiële betaling te vragen.

Er vond een nog nooit vertoonde veiling plaats met als winnaar een van de beroemdste kunstenaars van de stad, don Anselmo Giordano. Giordano was toen een man in de herfst van zijn leven, zijn lichaam en ziel getekend door decennia van excessen en zijn hart vergiftigd door hebzucht en jaloezie, want ondanks alle geluk, fortuin en de loftuitingen die zijn werk hem had opgeleverd, was het zijn geheime droom om Leonardo in naam en reputatie te overtreffen. De grote Leonardo was al vijftig jaar dood, maar de dag waarop hij als jongvolwassene naar de werkplaats van de maestro was gegaan om zich aan te bieden als leerling, had Anselmo Giordano nooit kunnen vergeten of vergeven.

Bovenstaand fragment komt uit het verhaal De vorst van Parnassus, een raamvertelling waarin Miguel de Cervantes boekdrukker Antoni di Sempere in 1568 in Barcelona vraagt het verhaal Een dichter in de hel, zijn liefdesgeschiedenis met Francesca, te drukken.

Carlos Ruiz Zafón: Stad der ­nevelen. Vertaald door Nelleke Geel. Uitgeverij Signatuur, €20, 208 blz. Verschijnt 15 jun Beeld
Carlos Ruiz Zafón: Stad der ­nevelen. Vertaald door Nelleke Geel. Uitgeverij Signatuur, €20, 208 blz. Verschijnt 15 jun

Zafoniaans

Carlos Ruiz Zafón overleed op 19 juni 2020. Hij was op dat moment 55 jaar oud. Zijn laatste boek, Stad der ­nevelen, is een postuum eerbetoon en een uitbreiding van de literaire wereld uit zijn vierluik Het Kerkhof der Vergeten Boeken: De schaduw van de wind, Het spel van de engel, De gevangene van de hemel en Het labyrint der geesten. De personages, de geschiedenis van de mythische bibliotheek en de sfeer worden er verder in uitgediept. Vervloekte schrijvers, visionaire architecten, verborgen identiteiten en spookachtige gebouwen van het ­zafóniaans universum. Voor de Nederlandse editie is er een speciale toegift, Inferno: tien scènes over 9/11.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden