Eén van de betere openingszinnen

Frans Pointl opent het derde deel, deze week verschenen, van Het geluid van de stad - de reeks luisterboeken met Amsterdamse verhalen van uitgeverij Rubinstein. In een korte levensbeschrijving die Pointl zelf op papier zette, schrijft de auteur dat hij 'tal van administratieve banen had, maar het nooit ergens lang volhield'. ''Als de baan hem niet beviel of er waren spanningen tussen collega's, dan trok hij zijn jas aan en kwam niet meer terug.'' Het verhaal Carrière, uit De kip die over de soep vloog, getuigt er uitbundig van. Hoewel voorlezer Job Cohen een wat aangepaster maatschappelijk bestaan achter de rug heeft, blijkt hij zich zeer goed in te kunnen leven in de 'kantoorbediende voor eenvoudige werkzaamheden' bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Jan Meng, nationale voorlezer, leest Het seizoen '68-'69 voor. Het verhaal van Guus Luijters (1943) verscheen oorspronkelijk in Playboy en daar draagt het ook de sporen van. Kwestie: is de hoofdfiguur echt de auteur zelf, hebben de beschreven gebeurtenissen ook werkelijk plaats gevonden en zo ja, wie was dan de bedrogen Ajaxvoetballer? Luijters hult zich al jaren in nevelen en daardoor is het volop speculeren onder de voetbalhistorici.

''Het leven bestaat niet alleen uit ergernis en overlast zou men kunnen zeggen, en dat is waar, want er is ook nog zoiets als triestheid, ellende en de koffiekamer van de Universiteitsbibliotheek aan het Koningsplein te Amsterdam,'' horen we Arend Jan Heerma van Voss met zijn onverstoorbare stem zeggen. We mogen dit gerust een van de betere openingszinnen uit de Nederlandse literatuur noemen en hij komt van het verhaal De koffiekamer van de U.B. te Amsterdam van L.H. Wiener (1945). Wiener publiceerde op zijn 22ste zijn eerste verhalenbundel en zonder veel succes ploegde hij literair voort. Tot lieden met invloed zoals Martin Bril hem gingen roemen. In 2007 werd Wieners De verering van Quirina T. genomineerd voor de Libris literatuurprijs en sindsdien is erkenning zijn deel.

Daar hoefde A.F. Th. van der Heijden (1951) wat minder lang op te wachten. Hij debuteerde in 1978 met de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht en hij kreeg er de Anton Wachterprijs voor. AFTh, zoals hij zich tegenwoordig ook wel laat noemen, schreef toen onder de naam Patrizio Canaponi en dat was ook het pseudoniem waaronder in 1981, in Avenue, het verhaal Schortjesgevels verscheen. Veel van de elementen uit dit verhaal over De Pijp - 'etnisch gezien een liggende Toren van Babel' - keren terug in zijn latere werk. En Hans Croiset, weliswaar Amsterdammer maar dat is onhoorbaar, verheft zijn stem met allure. (PAUL ARNOLDUSSEN en KO VAN GEEMERT)

www.parool.nl/shop

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden